Wijzigingen Stooktoestellenbesluit met VLAREM-trein 2017

 

Wijzigingen aan het Stooktoestellenbesluit vanaf 1 oktober 2019

Door de inwerkingtreding van de VLAREM-trein 2017,  zijn er vanaf 1 oktober 2019 wijzigingen aan het Vlaams Stooktoestellenbesluit. Hieronder volgt een overzicht van de voornaamste wijzigingen voor de erkende technici vloeibare en gasvormige brandstof. 

Klik hier voor de volledige tekst van de VLAREM-trein 2017.

Nieuwe definities

De definities van de verschillende types van branders worden gewijzigd zodat deze brandstof-onafhankelijk worden. Voorheen hadden de definities alleen betrekking op gasbranders. Daarnaast werd het Stooktoestellenbesluit aangevuld met een definitie van type B1-toestel.

  • Niet-premix-brander: een brander waarbij maar een deel van de verbrandingslucht gemengd wordt met de brandstof vóór de aanvang van de verbranding
  • Premix-brander: een brander waarbij alle verbrandingslucht gemengd wordt met de brandstof vóór de aanvang van de verbranding
  • Ketel met ventilatorbrander: een ketel met brander die los van de verwarmingsketel verkocht mag worden, waarbij de verbrandingslucht wordt aangevoerd met behulp van een ventilator. De ketel beantwoordt aan de norm EN 676 voor gasvormige brandstoffen en aan de norm EN 267 voor vloeibare brandstoffen
  • Toestel type B1: toestel type B uitgerust met een valwindafleider/trekonderbreker, dat zijn verbrandingslucht haalt uit het lokaal waar het geplaatst is en dat aangesloten dient te worden op een leiding voor de afvoer voor verbrandingsgassen met natuurlijke trek.

Nieuwe verbrandingswaarden (vanaf 1 oktober 2019)

  Type toestel Maximaal CO-gehalte (mg/kWh) Minimaal verbrandingsrendement Hi (%) Maximale rookindex (Bacharach)
Centraal stooktoestel op vloeibare brandstof Alle 150 90 1
Centraal stooktoestel op gasvormige brandstof B1-toestellen 150 88 -
Niet B1-toestellen 150 90 -

De uitzondering voor het verbrandingsrendement van condenserende gasketels met ventilatorbrander werd geschrapt, net zoals de extra marge van 15 mg/kWh voor het CO-gehalte bij installaties die LPG als brandstof gebruiken.

Andere wijzigingen

  • Nieuwe modeldocumenten vanaf 1 oktober 2019raadpleeg hier de nieuwe versies van het reinigingsattest, verbrandingsattest en het keuringsrapport
  • Het uitvoeren van metingen bij verschillende vermogens is alleen nog verplicht voor ketels met een nominaal vermogen vanaf 1 MW:
    • Initiële meetreeks: Bij aankomst stelt de erkende technicus het stooktoestel in werking, en meet de verschillende parameters nog voor enige onderhouds- of vervangingsactiviteit heeft plaatsgevonden.
    • Eindmeetreeks: Afhankelijk van de brander worden op het einde van de onderhoudsbeurt, na de reinigingsbeurt en de verbrandingscontrole, een of meerdere meetreeksen uitgevoerd:
      • Voor ketels met een nominaal vermogen lager dan 1 MW en alles of niets-branders: een meetreeks tijdens de periode van continue werking van de brander.
      • Voor alles of weinig-branders (ketels met een nominaal vermogen vanaf 1 MW): een meetreeks bij maximaal gebruiksvermogen en een meetreeks bij minimaal gebruiksvermogen.
      • Voor branders met een door de gebruiker regelbaar gebruiksvermogen (ketels met een nominaal vermogen vanaf 1 MW): een meetreeks bij maximaal gebruiksvermogen, een meetreeks bij minimaal gebruiksvermogen, en drie meetreeksen bij tussenliggend gebruiksvermogen, respectievelijk op 75%, 50% en 25% van het regelbereik.
  • Voor een centraal stooktoestel op vloeibare of gasvormige brandstof en aangesloten als type B, is het mechanisch reinigen van het rookgasafvoerkanaal alleen van toepassing als het toestel werkt door middel van natuurlijke trek. 

 

Contacteer ons
Afdeling GOP - Team Erkenningen