Wetgeving rond de uitbating van koelinstallaties

De voorwaarden voor de uitbating van koelinstallaties (incl. luchtconditioneringsinstallaties en warmtepompen die een koelsysteem bevatten inbegrepen) zijn opgenomen in VLAREM 2, meer bepaald artikel 5.16.3.3. voor de ingedeelde koelinstallaties en hoofdstuk 6.8. voor de niet-ingedeelde koelinstallaties. Daarnaast bevat artikel 1.1.2. een aantal definities die in deze context belangrijk zijn (categorie ozonlaag afbrekende stoffen en gefluoreerde broeikasgassen’ en ‘koelinstallaties’).

pdf bestandUittreksel Vlarem 2: alle artikels i.v.m. koelinstallaties (dd 09/01/2017) (95 kB)

In deze voorwaarden is een onderscheid gemaakt tussen enerzijds koelinstallaties die gebruik maken van ozonlaag afbrekende stoffen en/of gefluoreerde broeikasgassen (F-gassen) en anderzijds koelinstallaties waar andere koelmiddelen worden gebruikt. Voor ozonlaag afbrekende stoffen en F-gassen, waarvoor belangrijke milieudoelstellingen gelden, is een belangrijk pakket bijkomende reglementering voorzien dat gericht is op het beperken van de lekverliezen van deze stoffen. Voor andere koelmiddelen is de reglementering veel minder gedetailleerd en is ze gericht op een goede bouw en opstelling van de installaties, op een goed en regelmatig onderhoud en op de terugwinning van koelmiddelen bij aftappen en buitengebruikstelling van installaties. Ook deze maatregelen zijn in belangrijke mate gericht op het beperken van de lekverliezen.