Wat is het EU-emissiehandelssysteem (EU-ETS)

Wat is een emissiehandelsysteem?

Het Europese Emissiehandelssysteem (‘Emissions trading system’ of EU ETS) is een cap-and-trade systeem: installaties onder het systeem moeten voor elke ton CO2 uitstoot één emissierecht indienen. Het totaal aantal beschikbare emissierechten is beperkt (‘cap’), maar installaties mogen deze rechten vrij uitwisselen onder elkaar (‘trade’). Doordat het aantal beschikbare emissierechten elk jaar daalt, ontstaat er schaarste op de markt. Installaties hebben dan de keuze: ofwel minder uit te stoten, ofwel emissierechten aankopen (waardoor de installatie onrechtstreeks betaalt voor emissiereducties in een andere installatie). Dit systeem leidt ertoe dat de reductiedoelstelling gegarandeerd wordt behaald (de ‘cap’ of totale limiet staat immers vast), maar dat dit gebeurt op een zo kostenefficiënt mogelijke manier (de emissies worden gereduceerd daar waar reducties het goedkoopst zijn). 

EU ETS in de praktijk

Het EU ETS vormt sinds 2005 de speerpunt van het Europese klimaatbeleid. Momenteel omvat het EU ETS meer dan 12.000 installaties uit de energie-intensieve industrie en de elektriciteitssector, die samen verantwoordelijk zijn voor ongeveer 40% van de broeikasgasemissies in de Europese Unie (EU). Daarnaast omvat het systeem ook de luchtvaartsector.

Het EU ETS verloopt in handelsperiodes:

  • De eerste handelsperiode liep van 2005 tot 2007 en werd aanzien als een proefperiode, om het systeem op punt te zetten. 
  • De tweede handelsperiode 2008-2012 viel samen  met de eerste Kyoto-verbintenisperiode voor lidstaten. De lidstaten hadden tijdens deze periode een redelijk grote zelfstandigheid om het systeem te implementeren;
  • De derde handelsperiode  loopt van 2013 tot 2020, en valt samen met de tweede verbintenisperiode onder het Kyoto Protocol. Vanaf 2013 vallen een aantal nieuwe sectoren onder het systeem (bv. chemie), en zijn de meeste regels geharmoniseerd op EU niveau. De totale ‘cap’ neemt jaarlijks af met 1,74%, zodat de emissies in 2020 21% lager liggen dan in 2005. De emissierechten worden voor een deel publiek geveild, en voor een deel gratis toegewezen. In het algemeen moeten elektriciteitsproducenten hun emissierechten aankopen, zij kunnen de kost ervan immers doorrekenen aan hun klanten. Industriële sectoren die internationaal moeten kunnen concurreren, kunnen deze kosten niet of niet volledig doorrekenen, en krijgen daarom (een deel van) hun rechten gratis toegewezen;
  • Vanaf 2021 zal de vierde handelsperiode van start gaan, die zal lopen tot 2030. Momenteel wordt er binnen de EU onderhandeld over welke aanpassingen moeten aangebracht worden aan het systeem. Wel staat nu al vast dat de jaarlijkse verlaging van de ‘cap’ zal aangescherpt worden tot 2,2%, zodat de emissies tegen 2030 gedaald zijn met 43% t.o.v. 2005. 

Resultaten van het EU ETS

In het algemeen worden de verplichtingen onder het EU ETS goed nageleefd. Jaarlijks komen meer dan 99% van de operatoren onder het systeem hun verplichting na om emissies te rapporteren en voldoende emissierechten in te leveren. 

De emissies onder het EU ETS zijn tussen 2005 en 2015 gedaald met -24%, tot 1800 Mt CO2 eq.. Daarmee werd de doelstelling voor 2020 (-21% t.o.v. 2005) reeds in 2015 overtroffen. 

Grafiek EU ETS-emissies in de EU28: 2005 tot en met 2015

Grafiek EU ETS emissies in de EU28: 2005 tot en met 2015

Gezien het toepassingsgebied van het EU ETS is gewijzigd tussen de verschillende handelsfases, is het weinigzeggend om enkel de geverifieerde emissies onder het EU ETS van jaar op jaar te vergelijken. Bovenstaande figuur geeft daarom naast de geverifieerde emissies (blauwe balk) ook de ingeschatte historische emissies van sectoren die pas vanaf 2013 onder het toepassingsgebied van het EU ETS vallen (rode balk). Meer info hierover is te vinden via de EU ETS Data Viewer van het Europees Milieuagentschap.

Op zich reduceren de emissies onder het EU ETS dus, en lijkt het waarschijnlijk dat de doelstelling voor 2020 gehaald en zelfs overtroffen zal worden. Anderzijds hebben de lager dan verwachte emissies in combinatie met een vast aanbod aan emissierechten en het toegestane gebruik van internationale kredieten er toe geleid dat er tot en met 2013 jaarlijks meer emissierechten beschikbaar waren dan nodig. Gezien ongebruikte rechten mogen overgedragen worden naar volgende jaren, heeft dit geleid tot de opbouw van een overschot of surplus aan rechten, tot meer dan 2200 Mt CO2eq. in 2013. 

Opbouw surplus onder het EU ETS

Grafiek opbouw surplus onder het EU ETS

Naarmate het surplus zich heeft opgebouwd, is de prijs van emissierechten significant gezakt, van bijna € 30 in het begin van 2008 tot minder dan € 5 in 2013. Hoewel het dus zeer waarschijnlijk is dat de doelstelling onder het EU ETS voor 2020 zal worden behaald, werd binnen de EU geacht dat deze prijs te laag is was om klimaatvriendelijke investeringen te stimuleren. Sindsdien werden een aantal maatregelen genomen om het surplus af te bouwen, en onrechtstreeks dus de prijs te ondersteunen:

  • In 2013 werd beslist om de veiling van 900 miljoen rechten (gespreid over 2014, 2015 en 2016) uit te stellen tot in 2019 en 2020 (= “backloading”). Het emissieplafond voor de periode 2013-2020 bleef dus ongewijzigd, maar  in de tijd werd een deel van het aanbod verschoven naar het einde van de periode;
  • In 2015 werd beslist om een marktstabiliteitsreservemechanisme op te richten (= “Market Stability Reserve” of “MSR”). Dit systeem – dat vanaf 2019 in werking treedt – absorbeert automatisch emissierechten in het geval van een groot surplus, en brengt deze rechten geleidelijk terug op de markt in het geval van schaarste. Ook de 900 miljoen gebackloade rechten worden onmiddellijk in deze reserve geplaatst, zij komen dus niet terug op de markt in 2019-2020;
  • Momenteel wordt er onderhandeld over de vierde handelsperiode. Nu al staat vast de jaarlijkse daling van het emissieplafond vanaf 2021 zal aangescherpt worden van 1,74% naar 2,2%. Bovendien zullen er vanaf 2021 geen internationale kredieten meer gebruikt mogen worden onder het systeem. Deze maatregelen zullen verder bijdragen tot de afbouw van het surplus.

Door bovenstaande maatregelen (tot op heden vooral de backloading van rechten) is het surplus gestabiliseerd tussen 2013 en 2014, en vervolgens beginnen af te nemen. Bijgevolg is ook de prijs terug beginnen stijgen, tot rond de € 7,5 in 2015. Kort na het Brexit-referendum is de prijs echter opnieuw gedaald, tot rond € 4,5 in de zomer van 2016.

EU ETS in Vlaanderen

In Vlaanderen vallen momenteel 220 BKG-installaties onder het EU ETS, die samen goed zijn voor 32,6 Mt CO2eq., wat neerkomt op 40 % van de Vlaamse broeikasgasuitstoot.  Daarnaast is het Vlaams Gewest ook de bevoegde autoriteit voor 12 luchtvaartmaatschappijen die onder het systeem vallen. Bekijk de cijfers voor het Vlaams Gewest.

De implementatie van het systeem in Vlaanderen gebeurt door de afdeling bevoegd voor Luchtverontreiniging van het Departement Omgeving (LNE).  U kan het ETS team contacteren via emissierechten@vlaanderen.be.

 Het registersysteem – waarin alle transacties van emissierechten worden uitgevoerd – wordt in België beheerd door de FOD Leefmilieu, dienst Klimaat

Contacteer ons
Team ETS vaste installaties