Wat doet de overheid?

De overheid probeert wegen en waterlopen waar veel dieren sneuvelen, zoveel mogelijk te verbeteren. Zo wordt de situatie veilig voor mens en dier.

Tunnels en bruggen

Via tunnels en bruggen geraken dieren veilig van de ene naar de andere kant van een drukke weg. Sommige ecoducten of ecotunnels worden zo ingericht dat ook wandelaars of fietsers van de over- of ondersteek gebruik kunnen maken.

Ecotunnels

Een kleine ecotunnel of ecokoker is een tunnel, buis of pijp onder de weg, waarlangs klein wild veilig aan de andere kant geraakt. Niet alle dieren durven door zo'n benauwde tunnel, deze kleine tunnels werken alleen voor dieren die van nature gewoon zijn ondergronds te gaan.

Er bestaan ook grote ecotunnels voor groter wild zoals reeën en everzwijnen en voor dieren die van nature niet ondergronds durven gaan.

Paddentunnels

Padden leggen in de lente hun eieren in poeltjes en grachten vol planten. Ze moeten er dikwijls honderden meters voor afleggen en drukke wegen voor oversteken. Voor een trage kruiper is dat een gevaarlijke onderneming, met vele platte padden tot gevolg. Dankzij een muurtje of scherm dat hen naar een paddentunnel leidt, geraken ze veilig de weg over.

Boombruggen of eekhoornbruggen

Eekhoorns kunnen via een touw of een eenvoudig brugje gemakkelijk de andere kant van de weg bereiken. Tenminste als aan weerszijden van de weg bomen staan en de weg niet te breed is. Mogelijk kunnen boommarters deze bruggen ook gebruiken, maar dat werd nog niet bewezen.

Ecoducten

Een ecoduct is een natuurbrug speciaal aangelegd voor dieren. De dieren kunnen deze brug gebruiken om een drukke weg veilig over te steken. Het lijkt alsof hun leefomgeving over zo'n brug gewoon doorloopt. Een afsluiting leidt hen naar het ecoduct zodat ze niet op de drukke weg terecht komen. Momenteel zijn er al vier ecoducten in Vlaanderen, in 2016 wordt gestart met de bouw van het vijfde ecoduct.

Kleine landschapselementen

Naast grote natuurgebieden vind je tussen akkers, weiden en bebouwing kleinere eilandjes of strepen natuur: hagen, bomenrijen, bosjes, struiken, vijvers,... In deze "kleine landschapselementen" wonen en schuilen vele dieren zoals dassen, padden, egels, vlinders, reeën, uilen en vleermuizen. Ze kunnen zich ook makkelijk en veilig verplaatsen in het landschap langs deze groene lijnen.

Bloemrijke bermen

De overheid probeert bermen zo ecologisch mogelijk te beheren. Het zijn daardoor soms bijna kleine natuurgebiedjes langs de weg. Ze zijn rijk aan bloemen omdat er maar één of twee keer per jaar gemaaid wordt en het gras meteen wordt opgeruimd. Deze bermen zitten vol met vlinders, bijen en andere insecten. Ook kleine zoogdieren en vogels profiteren hiervan mee.

Maatregelen in waterlopen

Faunatrappen

In steile oevers van kanalen worden trappen gebouwd. Zo kunnen zoogdieren zoals reeën zonder problemen uit het water klimmen. Zonder deze faunatrappen verdrinken er regelmatig dieren in de kanalen omdat ze niet op de steile oever geraken.

Plasbermen

Plasbermen zijn ondiepe zones met weinig stroming waar waterplanten groeien en vissen hun eitjes afzetten. Op druk bevaren rivieren en kanalen ontbreekt  meestal een natuurlijke oever met ondiep water en oeverplanten. Een plasberm zorgt er dus voor dat de rivier zowel plaats biedt voor schepen als voor de natuur. 

Vistrappen en nevengeulen

Vissen verplaatsen zich vaak over grote afstanden op zoek naar eten, een schuilplaats of een plekje om zich voort te planten. In heel wat waterlopen bevinden zich echter hindernissen in de vorm van stuwen of dammen. Door een vistrap of nevengeul aan te leggen, kunnen vissen opnieuw vrij stroomopwaarts zwemmen. De trap op als het ware.

Meer informatie
Contacteer ons
Team Milieu-Integratie Infrastructuur
amfibietunnel
Amfibietunnel
ecoduct
Ecoduct
bermbeheer
Bloemrijke berm
faunatrap
Faunatrap
plasberm
Plasberm
vistrap
Vistrap