Voorwaarden transportmiddel

Het vervoermiddel moet aan een aantal eisen voldoen vóór het mag ingezet worden om dieren te vervoeren:

  • de dieren mogen zich niet kunnen verwonden
  • de dieren moeten beschermd zijn tegen extreme temperaturen, slechte weersomstandigheden en klimaatveranderingen
  • de dieren mogen niet kunnen ontsnappen of eruit vallen
  • er moet een anti-slipvloer zijn
  • er moet voldoende ventilatie zijn
  • er moet voldoende verlichting zijn om de dieren goed te kunnen controleren
  • de maximale hellingsgraad van de laadbruggen wordt vastgelegd
  • het vervoermiddel moet gemakkelijk te reinigen en te ontsmetten zijn
  • jonge dieren moeten over strooisel beschikken

Bij lang transport van landbouwhuisdieren zijn er volgende bijkomende voorwaarden:

  • het dak moet in een lichte kleur zijn en goed geïsoleerd
  • er moet een mechanisch ventilatiesysteem en een temperatuurregistratie- en monitoringsysteem aanwezig zijn
  • de binnentemperatuur moet tussen de 5°C en 30°C blijven
  • er moet een ‘tracking en tracing’-satellietnavigatiesysteem aanwezig zijn. Dit laatste is niet verplicht als het om het vervoer van geregistreerde paarden gaat
  • alle dieren moeten over voldoende strooisel beschikken

Regelgeving

pdf bestandBijlage I, Hoofstuk 2, Verordening 1/2005 Bescherming van dieren tijdens het vervoer.pdf (68 kB)

pdf bestandBijlage I, Hoofstuk 6, Verordening 1/2005 Bescherming van dieren tijdens het vervoer.pdf (69 kB)