Veelgestelde vragen en antwoorden voor gebruikers van centrale verwarming

Hier kan je  antwoorden vinden op enkele veelgestelde vragen van eigenaars en gebruikers van stooktoestellen.

Algemeen

Erkenningen

Technisch

Keuring voor eerste ingebruikname, onderhoud en verwarmingsaudit

Energiezuinig verwarmen

Attesten en rapporten

 

 

Algemeen


Welke regelgeving is er van toepassing op centrale verwarmingsinstallaties in het Vlaams Gewest?
Welke types verwarmingsinstallaties vallen onder dit besluit?

In het Vlaams Gewest is het besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 2006 betreffende het onderhoud en het nazicht van centrale stooktoestellen voor de verwarming van gebouwen of voor de aanmaak van warm verbruikswater, of kortweg het stooktoestellenbesluit, van toepassing op centrale verwarmingsinstallaties.

De regels van het stooktoestellenbesluit zijn enkel van toepassing op centrale verwarmingsinstallaties, namelijk gas- en stookolieketels en ketels op vaste brandstoffen (bv. hout, pellets). Decentrale toestellen (bv. geiser, doorstromer, kachel, gasfornuis) of elektrische ketels vallen er niet onder. Opgelet: ook deze individuele toestellen vormen vaak de oorzaak van CO-vergiftigingen (CO of koolstofmonoxide is een gas dat vrijkomt bij een onvolledige verbranding door gebrek aan zuurstof). Zorg ook bij deze toestellen voor voldoende verluchting of laat deze regelmatig nakijken door een erkende technicus.

Je kan de wetteksten raadplegen via de navigator.

Naar boven


Welke verplichtingen heb ik als eigenaar (verhuurder) en/of gebruiker (huurder) van een centrale verwarmingsinstallatie?

Er zijn drie gouden regels voor een goed en veilig werkende installatie:

  • Keuring voor eerste ingebruikname
    Voordat een nieuwe of gewijzigde ketel (ongeacht het vermogen) in gebruik genomen mag worden, moet de eigenaar deze laten keuren door een erkende technicus. Hierbij wordt de goede en veilige werking van de ketel uitgebreid onderzocht en worden de ketel (en brander) ingeregeld. De eigenaar ontvangt een keuringsrapport, die vervolgens een kopie bezorgt aan de gebruiker.
  • Periodiek onderhoud
    Een ketel in gebruik (gas en stookolie: vanaf 20 kW; vaste brandstof: alle vermogens) moet regelmatig onderhouden worden door een erkende technicus. De gebruiker is hiervoor verantwoordelijk. De erkende technicus reinigt het rookgasafvoerkanaal en de ketel, controleert de goede en veilige werking van het toestel en stelt indien nodig de ketel (en brander) af. Nadien levert de erkende technicus een reinigings- en verbrandingsattest af aan de gebruiker, die een kopie overmaakt aan de eigenaar.
  • Periodieke verwarmingsaudit
    Elke ketel vanaf 20 kW moet regelmatig geauditeerd worden door een erkende technicus. Dit is de verantwoordelijkheid van de eigenaar. De erkende technicus beoordeelt hierbij de energieprestatie van de hele verwarmingsinstallatie en formuleert op basis hiervan mogelijke energiebesparende maatregelen. De eigenaar ontvangt een verwarmingsauditrapport (en bezorgt een kopie aan de gebruiker).

Ter info: indien er geen sprake is van verhuur, is de eigenaar ook de gebruiker.

Met de verwarmingswegwijzer kan ujesnel te weten komen wat je moet doen om met je verwarmingsinstallatie in orde te zijn door enkele simpele vragen te beantwoorden. Daarnaast vind je ook een overzicht van alle verplichtingen terug in deze tabel.

Naar boven


Wat indien ik de keuring, het onderhoud of de verwarmingsaudit niet laat uitvoeren?

Afgezien van de voordelen die een keuring, onderhoud en verwarmingsaudit inhouden, zoals een performantere installatie, zekerheid over de goede en veilige werking van het toestel en nuttige tips om op uw energiefactuur te besparen, zijn er mogelijk bijkomende gevolgen indien u uw verplichtingen als eigenaar (of gebruiker) van een centraal stooktoestel niet nakomt.

Het toezicht op de verplichtingen van de eigenaars en gebruikers van centrale stooktoestellen wordt geregeld door het milieuhandhavingsdecreet (titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid) en het uitvoeringsbesluit ter zake. De in dit geval bevoegde toezichthouders zijn de afdeling Milieu-inspectie van de Vlaamse overheid, gemeentelijke toezichthouders, toezichthouders van intergemeentelijke verenigingen en toezichthouders van politiezones. Aangezien het in hoofdzaak gaat om niet-ingedeelde inrichtingen is het toezicht volgens het subsidiariteitsprincipe in eerste instantie een taak voor de lokale toezichthouders. Het is de bevoegdheid van de toezichthouders om te bepalen hoe zij de controles uitvoeren en hoe zij omgaan met vastgestelde overtredingen.

Het niet voldoen aan de verplichtingen inzake het ter beschikking houden van attesten en rapporten (artikel 11 van vermeld besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 2006 betreffende het onderhoud en het nazicht van stooktoestellen voor de verwarming van gebouwen of voor de aanmaak van warm verbruikswater), wordt beschouwd als een milieu-inbreuk (zie bijlage IX van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid). Bij de vaststelling van een milieu-inbreuk volgt geen strafrechtelijke vervolging. Milieu-inbreuken worden via bestuurlijke weg gehandhaafd via een zgn. bestuurlijke maatregel en/of exclusieve bestuurlijke geldboete.

Het niet voldoen aan de verplichtingen van artikel 8 (gebruik en onderhoud van een centraal stooktoestel) en artikel 10 (wegwerken van tekortkomingen) wordt beschouwd als een milieumisdrijf. Voor milieumisdrijven wordt bij de vaststelling proces-verbaal opgesteld. Het parket moet binnen een termijn van 180 dagen beslissen of er strafrechtelijk vervolgd wordt (gevangenisstraf of strafrechtelijke geldboete) of niet. In dit laatste geval kan wel nog een alternatieve bestuurlijke geldboete opgelegd worden (met een maximum voorzien op 250.000 euro). Beslist het parket om wel strafrechtelijk te behandelen, kan dit leiden tot strafrechtelijke geldboeten en/of gevangenisstraffen of een minnelijke schikking.

Naar boven

Erkenningen


Hoe kan ik een erkende technicus in mijn buurt vinden? Hoe kan ik controleren of een technicus erkend is?

Met de erkenningenkaart op www.veiligverwarmen.be kan je eenvoudig een erkende technicus bij u in de buurt vinden. Als je wil kan je  op dezelfde website ook de overzichtslijsten (gerangschikt volgens postcode) raadplegen met alle erkende technici.

Elke technicus beschikt over een uniek erkenningsnummer dat vermeld moet worden op ieder afgeleverd reinigings- en verbrandingsattest en keurings- en verwarmingsauditrapport. Dit erkenningsnummer heeft steeds een vaste structuur:

  • Technicus gasvormige brandstof: letters GV gevolgd door vijf cijfers, bv. GV12345
  • Technicus vloeibare brandstof: letters TV gevolgd door vijf cijfers bv. TV12345
  • Technicus verwarmingsaudit: letters VA gevolgd door vijf cijfers, bv. VA12345

Let op: een erkende technicus moet zich minstens vijfjaarlijks bijscholen om zijn erkenning te behouden. Indien dit niet tijdig gebeurt, is de erkenning niet meer geldig totdat hij zich opnieuw bijschoolt. Zolang een technicus niet over een geldige erkenning beschikt, wordt hij niet vermeld in de overzichtslijsten of op de erkenningenkaart en mag hij geen keuringen, onderhouden of verwarmingsaudits uitvoeren.

Naar boven


Moet een technicus voor alle werken aan een verwarmingsketel erkend zijn?

Neen, een de technicus moet niet erkend zijn indien:

  • een nieuwe ketel geïnstalleerd wordt, maar voordat de ketel in gebruik genomen mag worden moet deze gekeurd worden door een erkende technicus
  • een ketel hersteld wordt, maar indien er wijzigingen zijn aan het verbrandingsgedeelte van de ketel moet de goede en veilige staat van werking opnieuw geëvalueerd worden, zoals bij het periodieke onderhoud.

Voor wijzigingen aan het hydraulisch circuit (bv. nieuwe radiator bijplaatsen) moet er geen keuring uitgevoerd worden.

Naar boven

Technisch


Waar kan ik het vermogen van mijn ketel terugvinden?

Je kan het vermogen van uw ketel gemakkelijk aflezen van het kenplaatje van het toestel. De meeste ketels in Vlaanderen hebben een vermogen van minstens 20 kW en moeten dus regelmatig onderhouden worden door een erkende technicus.

Naar boven


Aan welke verbrandingswaarden moet een centraal stooktoestel voldoen?

De vereiste verbrandingswaarden is afhankelijk van de brandstof.

Bij gasketels worden de waarden verder bepaald door het type toestel en het bouwjaar:

1. Er wordt onderscheid gemaakt tussen drie types gasketels. Dit kan je terugvinden op het keuringsrapport, het reinigings- en/of verbrandingsattest, het verwarmingsauditrapport of op het kenplaatje of de handleiding van de ketel:

  • Ketel met niet-premix-brander: dit zijn doorgaans de klassieke (gas)wand- en vloerketels die de verbrandingslucht uit de opstellingsruimte ontnemen
  • Ketel met premix-brander: condensatieketels zijn doorgaans uitgerust met een premix-brander
  • Ketel met ventilatorbrander: dit zijn doorgaans vloerketels met een groter vermogen (bv. gemeenschappelijke verwarming, grotere niet-residentiële toepassingen)

2. Het bouwjaar kan worden afgelezen op:

  • Keuringsrapport of reinigings- of verbrandingsattest of het verwarmingsauditrapport;
  • De kenplaat van de ketel;
  • Technische documentatie van de ketel;
  • Factuur van plaatsing.

Op basis van deze gegevens kunnen de vereiste verbrandingswaarden afgelezen worden uit deze tabel.

Voor vaste brandstoffen (bv. hout, pellets) zijn er op dit moment geen verbrandingswaarden, maar:

  • de ketel mag slechts zelden en op kortstondige wijze hinderlijke en milieuverontreinigende rook verspreiden
  • in de schoorsteen of het rookgasafvoerkanalen heerst er steeds voldoende trek overeenkomstig met de code van goede praktijk
  • de opstellingsruimte is voldoende verlucht en er is steeds voldoende aanvoer van verbrandingslucht gegarandeerd overeenkomstig met de code van goede praktijk.

Naar boven


Aan welke eisen inzake luchttoevoer, ventilatie en rookgasafvoer moeten mijn stooktoestel en stooklokaal voldoen?

De ruimte waarin je verwarmingsinstallatie zich bevindt, moet voldoende verlucht worden. Ook de afvoer van  rookgas moet correct gebeuren. De eisen en normen voor luchttoevoer, ventilatie en rookgasafvoer zijn afhankelijk van een hele reeks dingen:

  • soort toestel (centraal stooktoestel of individueel stooktoestel)
  • brandstof (stookolie,gas, ...)
  • vermogen (u vindt het vermogen op het kenplaatje op uw cv-ketel)
  • bouwjaar van het stooktoestel
  • type toestel: open (type B: gebruikt verbrandingslucht uit stooklokaal) of gesloten (type C: gebruikt verbrandingslucht van buiten via een kanaal door muur of dak)
  • in een nieuw of een bestaand gebouw
  • stookplaats:
    • wat is de functie van de ruimte (badkamer, wasplaats, garage, ...)?
    • is er verluchting aanwezig?
    • zijn er mechanische ventilatievoorzieningen (bijv. extractor)?
    • zijn er andere toestellen die lucht aanzuigen (bijv. dampkap, droogkast)?

De regelgeving voor verluchting, ventilatie en rookgasafvoer is zeer technisch en complex en worden beschreven in diverse normen. Deze worden beheerd door het Bureau voor Normalisatie. De normen komen ook uitgebreid aan bod in de opleiding van erkende technici gasvormige en vloeibare brandstof. Indien u vragen hebt in verband met de goede en veilige werking van uw toestel, contacteert u best een erkende technicus. U kan een erkende technicus in uw buurt vinden op www.veiligverwarmen.be. Daarnaast vindt u ook meer informatie terug in de bundel 'Het stooktoestellenbesluit en het VLAREL: aandachtspunten voor technici'.

Naar boven


Op een gemeenschappelijk  afvoerkanaal (bv. in een appartementsgebouw) zijn meerdere gasketels aangesloten. Eén van de bewoners wil zijn ketel vervangen door een condensatieketel. Moeten alle toestellen nu vervangen worden door een condensatieketel?

Centrale stooktoestellen kunnen in twee categorieën worden ingedeeld: toestellen opgesteld als type B (bv. atmosferische ketels werkend op natuurlijke trek) en toestellen opgesteld als type C (bv. ketels met gedwongen afvoer zoals de meeste condensatieketels). Deze categorieën kunnen nog verder worden ingedeeld op basis van de werking van het toestel.

Een rookgasafvoerkanaal wordt steeds ontworpen om met één of meerdere verbrandingstoestellen van een bepaald type te werken. Een combinatie van zowel type B als C op één rookgasafvoerkanaal is verboden, aangezien dit tot onveilige situaties kan leiden (bv. belemmerde afvoer en recirculatie van de rookgassen).

Indien één van de type B-toestellen (bv. open, atmosferische gasketel met natuurlijke trek), aangesloten op een gemeenschappelijk rookgasafvoerkanaal, vervangen moet worden door een type C-toestel (bv. condensatieketel), dan:

  • moet alle toestellen vervangen worden door een toestel van hetzelfde type C en moet het rookgasafvoerkanaal hiervoor aangepast worden, of
  • moet er voor het type C-toestel een apart rookgasafvoerkanaal voorzien worden.

Meer informatie vindt u op de website van het Vlaams Energieagentschap (VEA).

Naar boven

Keuring voor eerste ingebruikname, onderhoud en verwarmingsaudit


Waarom moet een nieuw centraal stooktoestel gekeurd worden? Is dit verplicht? Zo ja, door wie?

Ja, elk nieuwe verwarmingsketel moet gekeurd worden vóór de eerste ingebruikname, ongeacht het nominale vermogen (dus ook toestellen met een vermogen van minder dan 20 kW). Een nieuw centraal stooktoestel mag enkel in gebruik genomen worden als het keuringsrapport dat uitdrukkelijk toestaat. De keuring moet uitgevoerd worden door:

  • een technicus gasvormige brandstof als het een gasketel betreft;
  • een technicus vloeibare brandstof als het een stookolieketel betreft;
  • een geschoold vakman als het een ketel op vaste brandstoffen is (bv. hout, houtpellets). Dit is bv. een technicus van de ketelfabrikant.

Alle stookolieketels die geplaatst werden na 1 juni 2007 moeten gekeurd zijn, terwijl gasketels sinds 1 juni 2010 gekeurd moeten zijn. In deze gevallen moet er dus steeds een keuringsrapport aanwezig zijn.

In bepaalde gevallen moet een bestaande ketel ook gekeurd worden:

  • Ketel werd verplaatst: bv. bij een verbouwing van een huis wordt de ketel van de badkamer naar de garage verplaatst
  • Ketel werd verbouwd: bv. het aansluitstuk van de ketel op het rookgasafvoerkanaal werd vervangen
  • De brander (of ketel) werd vervangen: bv. de brander van de stookolieketel wordt vervangen door een nieuw, efficiënter exemplaar

Ook in deze gevallen mag het toestel pas in gebruik genomen worden als het keuringsrapport dit uitdrukkelijk toestaat, aangezien de goede en veilige werking van het toestel opnieuw geëvalueerd moet worden door een erkende technicus.

Naar boven


Waarom moet ik mijn centrale verwarmingsinstallatie onderhouden?

Een regelmatig onderhoud door een erkende technicus is verplicht, maar biedt ook verschillende voordelen:

  • Een goed onderhouden en afgestelde ketel heeft een hoger rendement, waardoor u minder brandstof verbruikt en op uw energiefactuur bespaart. Het is beter voor het milieu: een lager energieverbruik zorgt voor minder uitstoot van schadelijke gassen, die het milieu vervuilen en bijdragen aan het broeikaseffect.
  • De veilige werking van uw ketel wordt ook nagekeken tijdens het onderhoud (bv. kans op CO-vorming), zodat u zonder risico’s veilig en gezond uw huis kan verwarmen.
  • U vermijdt zo hoge herstellingskosten: een stooktoestel dat je regelmatig laat onderhouden gaat langer mee.

Naar boven


Om de hoeveel tijd moet het centraal stooktoestel onderhouden worden?

Dit wordt bepaald door de soort brandstof:

  • Gasketel (vanaf 20 kW): tweejaarlijks
  • Stookolieketel (vanaf 20 kW): jaarlijks
  • Vaste brandstof (alle vermogens): jaarlijks

De tijd tussen twee opeenvolgende onderhoudsbeurten mag niet langer zijn dan de hierboven beschreven onderhoudsfrequentie, vermeerderd met drie maanden. Deze vermeerdering onderbreekt de oorspronkelijke onderhoudsfrequentie niet. Op het onderhouds- en verbrandingsattest kan u gemakkelijk nakijken wanneer uw installatie toe is aan een volgend onderhoud.

Bv. Het onderhoud op een stookolieketel werd uitgevoerd op 1 januari 2016. De volgende onderhoudsbeurt moet één jaar later gebeuren: 1 januari 2017. De technicus noteert deze datum op het attest. Stel dat deze termijn wordt overschreden met 2 maanden en dat het onderhoud pas wordt uitgevoerd op 28 februari 2017, dan moet op het reinigings- en verbrandingsattest als datum van ‘volgend onderhoud’ nog steeds 1 januari 2018 vermeld worden. Op die manier wordt de verplichte onderhoudsfrequentie verzekerd.

Naar boven


In mijn huurcontract legt een snellere onderhoudsfrequentie op dan wettelijk verplicht is. Er wordt ook gevraagd om een onderhoud te laten uitvoeren als ik het huurcontract beëindig, hoewel het reinigings- en verbrandingsattest nog geldig is. Ben ik verplicht om de ketel te laten onderhouden?

Het is mogelijk dat de eigenaar strengere eisen omtrent de onderhoudsfrequentie oplegt. Indien deze zijn opgenomen in het huurcontract, zal u deze afspraken moeten nakomen. Het is echter niet toegestaan dat de eigenaar de onderhoudsfrequentie verlengt (bv. driejaarlijks onderhoud op een gasketel).

Naar boven


Kan ik de kosten van het onderhoud van mijn stookinstallatie inbrengen in de belastingen?

Neen, de belastingvermindering voor energiebesparende maatregelen zoals het verplichte periodieke onderhoud van een centraal stooktoestel werd afgeschaft vanaf het aanslagjaar 2013 (dit wil zeggen voor uitgaven die betaald werden in 2012). Meer informatie vindt u op de website van F.O.D. Financiën

Naar boven


In een appartementsgebouw worden de rookgassen van meerdere ketels (aangesloten als type B) afgevoerd via een gemeenschappelijk afvoerkanaal (bv. schoorsteen). Moet het gemeenschappelijke deel van het afvoerkanaal gereinigd worden voordat de rest van het onderhoud wordt aangevat?

Bij ketels aangesloten als type B maakt het reinigen van het rookgasafvoerkanaal deel uit van het onderhoud indien dit technisch mogelijk is zonder ingrijpende wijzigingen aan het rookgasafvoerkanaal.

Vervolgens verloopt het onderhoud zoals gewoonlijk: reiniging van het aansluitstuk op het gemeenschappelijk afvoerkanaal, reiniging van de ketel en een verbrandingscontrole.

Naar boven


Wat is een verwarmingsaudit en wanneer moet ik deze laten uitvoeren? Wie mag dit uitvoeren?

Bij een verwarmingsaudit wordt het jaarrendement van uw hele centrale verwarmingsinstallatie bepaald en wordt u door de erkende technicus geadviseerd over eventuele energiebesparende maatregelen. De eerste verwarmingsaudit moet uitgevoerd worden bij het eerstvolgende onderhoud nadat de verwarmingsketel vijf jaar in gebruik is en nadien vijfjaarlijks. Dit wordt uitgevoerd door een erkende technicus gasvormige of vloeibare brandstof. In bepaalde gevallen moet de verwarmingsaudit door een technicus verwarmingsaudit uitgevoerd worden:

  • ketel met een vermogen >100 kW
    • gasketel: vierjaarlijks vanaf ingebruikname
    • stookolieketel: tweejaarlijks vanaf ingebruikname
  • verwarmingsinstallatie met meerdere ketels op het circuit (cascadeschakeling), ongeacht het vermogen
  • ketel op vaste brandstof (hout, pellets), ongeacht het vermogen

Naar boven

Energiezuinig verwarmen


Welk voordeel levert het mij als ik investeer in energiezuinig verwarmen?

Je kan een overzicht van alle premies voor energiebesparende investeringen (bv. dakisolatie, verwarming, zonne-energie) die in je gemeente van toepassing zijn, terugvinden op de website www.energiesparen.be of bel gratis naar het nummer 1700.

Naar boven


Kan ik veel besparen door mijn huidige ketel te vervangen door een moderne, zuinige (condensatie)ketel?

Dit hangt af van je huidige installatie, van je warmwatertoestel en van je verbruik. Om te weten te komen hoeveel je kan besparen, ga je naar www.energiesparen.be/energiewinst. Tijdens de (verplichte) periodieke verwarmingsaudit kan je technicus een meer gedetailleerde berekening maken indien je de installatie zou vervangen door een condensatieketel.

Naar boven


Ik wil een nieuwe centrale verwarmingsketel. Hoe weet ik welk toestel ik moet kiezen?

Kies voor een verwarmingsinstallatie die aangepast is aan de grootte en isolatiegraad van uw woning. Een installatie met een te groot vermogen heeft geen zin, aangezien deze meer energie zal verbruiken dan een correct gedimensioneerde installatie.

Indien je wil blijven verwarmen met fossiele brandstoffen, kan je je ketel best vervangen door een condensatieketel aangezien deze warmte recupereren uit de rookgassen (terwijl deze warmte bij oudere systemen verloren gaat via de schoorsteen) en bijgevolg heel zuinig zijn. Voor meer informatie over o.a. de terugverdientijd van de aankoop kan je terecht op  www.energiesparen.be/energiewinst.

Vroeger werd de energieprestatie van een ketel aangeduid met een specifiek label, zoals HR-top of Optimaz. Sinds 26 september 2015 is de EcoDesign-richtlijn van kracht en worden alle nieuwe ketels voorzien van een energielabel, gaande van A (meest energiezuinig) tot G, net zoals diverse elektronische huishoudapparatuur (bv. koelkast). Meer informatie omtrent deze zgn. EcoDesign-richtlijn vindt u terug op www.energiesparen.be/verwarming/ecodesignenergielabel.

Tenslotte kan je ook kiezen voor alternatieve verwarmingstechnieken, zoals een warmtepomp of zonneboiler, eventueel in combinatie met een gas- of stookolieketel met laag vermogen.

Naar boven


Ben ik verplicht mijn stooktoestel binnenkort te vervangen door een condensatieketel?

Sinds 26 september 2015 is de Europese richtlijn EcoDesign van toepassing. Dit houdt in dat de ketelfabrikanten enkel nog toestellen op de markt mogen brengen die aan bepaalde energievereisten voldoen. Dit kunnen ook niet-condenserende toestellen zijn. Bestaande toestellen mogen in gebruik blijven, zolang deze voldoen aan de eisen gesteld tijdens de keuring voor eerste ingebruikname en het periodieke onderhoud. Condensatietoestellen kunnen echter een zeer hoog rendement halen, waardoor u minder energie verbruikt vergeleken met oudere verbrandingstechnologie (bv. niet-premix ketel). Meer informatie vindt u op de website van het Vlaams Energieagentschap.

Naar boven


Hoe kan ik een energiezuinig toestel herkennen?

De energieprestatie van een verwarmingstoestel is te herkennen aan het energielabel, gaande van A tot G. Een toestel met een A-label is het meest energiezuinig. Deze regeling is opgenomen in de Europese EcoDesign-richtlijn. Meer informatie hierover vind je terug op www.energiesparen.be/verwarming/ecodesignenergielabel.

Naar boven

Attesten en rapporten


Hoe kan ik bewijzen dat een keuring, onderhoud of verwarmingsaudit is uitgevoerd?

Na de uitvoering van alle erkenningsplichtige werken ontvang je van de erkende technicus volgende documenten:

  • Keuring voor eerste ingebruikname: keuringsrapport en verbrandingsattest
  • Onderhoud: reinigings- en verbrandingsattest
  • Verwarmingsaudit: verwarmingsauditrapport

Deze documenten bied een duidelijk overzicht van o.a. kenmerken van uw toestel, de uitgevoerde taken en conclusies. Bij de onderhoudsbeurt worden bijvoorbeeld de verbrandingswaarden en beoordeling van de goede en veilige staat van werking weergegeven, alsook eventuele vastgestelde tekortkomingen van uw toestel en mogelijke maatregelen om deze tekortkomingen weg te werken.

Deze documenten bewijzen dat je je verplichtingen inzake centrale verwarmingsinstallaties bent nagekomen. Tenslotte kunnen deze attesten en rapporten opgevraagd worden door de toezichthouder (bv. milieudienst, gemeentelijke milieuambtenaar of toezichthouder van de lokale politiezone) en in bepaalde gevallen door de verzekeringsmaatschappij.

Naar boven


Moet ik de attesten en rapporten van de keuring, het onderhoud of de verwarmingsaudit aan de overheid bezorgen of moet ik deze enkel bewaren? Wat in geval van verhuur?

De eigenaar (verhuurder) en gebruiker (huurder) van een verwarmingsketel moeten de attesten en rapporten niet aan de overheid bezorgen, tenzij deze door een toezichthouder (bv.  gemeentelijke milieuambtenaar) opgevraagd worden. De documenten moeten wel steeds bewaard worden en tussen de eigenaar en gebruiker uitgewisseld worden, zodat beide partijen duidelijk op de hoogte zijn van de staat van het toestel:

  • Keuringsrapport: de eigenaar zorgt ervoor dat (een kopie van) het keuringsrapport bij de ketel kan blijven zolang dat ongewijzigd in gebruik is. In geval van verhuur bezorgt de eigenaar dus steeds een kopie aan de gebruiker.
  • Reinigings- en verbrandingsattest: de gebruiker en de eigenaar bewaren minstens de reinigings- en verbrandingsattesten van de twee laatste onderhouden bij de ketel. In geval van verhuur bezorgt de gebruiker steeds een kopie aan de eigenaar.
  • Verwarmingsauditrapport: de eigenaar bewaart steeds het laatste verwarmingsauditrapport en bezorgt, in geval van verhuur, een kopie aan de gebruiker.

Naar boven


Hoe kan ik de correctheid van een keuringsrapport, onderhoudsattest of verwarmingsauditrapport nagaan?

Indien u vragen heeft over de correctheid van een attest of rapport dat na een keuring, onderhoud of verwarmingsaudit aan u werd afgeleverd door een technicus, kan u alvast volgende zaken nagaan:

  • Beschikt de technicus over een geldige erkenning? Technici die momenteel over een geldige erkenning als technicus vloeibare of gasvormige brandstof of verwarmingsaudit beschikken, zijn opgenomen in de overzichtslijsten en een interactieve kaart op www.veiligverwarmen.be
  • Voldoet het attest of rapport aan de wettelijke vereisten? De minimale inhoud van een rapport of attest ligt wettelijk vast. Er zijn zelfs modellen voor het reinigings- en verbrandingsattest beschikbaar, die afgeleverd worden na het uitvoeren van een onderhoud. U vindt deze modellen op www.erkenningen.be. Het staat de technicus vrij modellen aan te kopen bij een beroepsfederatie of zelf een model op te stellen (bv. met aangepast logo van de firma). Deze documenten moeten echter minstens de inhoud bevatten die opgenomen is in de modeldocumenten. Bij het verbrandingsattest moet steeds een uitprint van het meettoestel meegeleverd worden, tenzij het attest rechtstreeks digitaal gegenereerd wordt met de gegevens van het meettoestel.

Beschikt de technicus niet over een geldige erkenning, voldoet het afgeleverde document niet aan bovenvermelde vereisten of heeft u een andere vraag hierover, meldt u dit best via het meldingsformulier.

De afdeling Milieuvergunningen zal uw vraag spoedig beantwoorden en zal hieraan gepast gevolg geven. Aan anonieme of onvolledige meldingen kan geen gevolg gegeven worden. De afdeling is enkel bevoegd voor het toezicht op technici en kan niet tussenkomen in kostengeschillen tussen de technicus en de klant of in geschillen tussen verhuurder en huurder.

Naar boven

 

 

Contacteer ons
Dienst Beste Beschikbare Technieken (BBT) en Erkenningen