Toewijzingen fase 4 (2021-2030)

Relevante wetgeving

De toewijzingsregels voor de periode 2021-2030 zijn gewijzigd bij de herziening van de EU ETS richtlijn in 2017. De gewijzigde regels zijn inmiddels verder uitgewerkt in twee Verordeningen:

  • De Free Allocation Regulation, die op 19 december 2018 werd aangenomen door de Europese Commissie;

  • De Activity Level Change Regulation, die op 9 oktober 2019 werd goedgekeurd door het Climate Change Committee en binnenkort zal worden aangenomen door de Europese Commissie.

Op Vlaams niveau werd de herziene richtlijn omgezet via het Besluit van de Vlaamse Regering van 6 september 2019 inzake verhandelbare emissierechten voor broeikasgassen voor vaste installaties voor de periode 2021-2030 (VER-besluit 21-30). Dit is de opvolger van het Besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2012 inzake verhandelbare emissierechten voor broeikasgassen voor vaste installaties, luchtvaartactiviteiten en de inzet van flexibele mechanismen (dat betrekking heeft op de periode tot en met 2020). Met het oog op een vlotte leesbaarheid werd gekozen voor een volledig nieuw besluit voor de periode 2021-2030. Het bestaande VER-besluit van 20 april 2012 zal blijven bestaan, omdat het naast de regels voor vaste installaties in de lopende periode 2013-2020 ook regels bevat voor luchtvaartactiviteiten, en die moeten blijven doorwerken na 2020.

Beide verordeningen alsook het VER-besluit 21-30 zijn onderaan deze webpagina beschikbaar in de downloadlijst 'wetgeving'.

Bepaling oorspronkelijke toewijzing

In de periode 2021-2030 zal de toewijzing vastgelegd worden per ‘toewijzingsperiode’:

  • Voor de periode 2021-2025 wordt de oorspronkelijke toewijzing vastgelegd o.b.v. de referentieperiode 2014-2018. De gegevens voor deze referentieperiode moesten via een geverifieerd baseline rapport aangeleverd worden tegen uiterlijk 30 juni 2019;

  • Voor de periode 2026-2030 wordt de oorspronkelijke toewijzing vastgelegd o.b.v. de referentieperiode 2019-2023. De gegevens voor deze referentieperiode moeten via een geverifieerd baseline rapport worden aangeleverd tegen uiterlijk 31 mei 2024.

Op 30 september 2019 heeft België alle gerapporteerde en geverifieerde gegevens voor de referentieperiode 2014-2018 genotificeerd aan de Europese Commissie. Voor de bepaling van de toewijzing voor de periode 2021-2025 moeten nog volgende stappen genomen worden:

  1. Controle van de aangeleverde gegevens door de Europese Commissie;

  2. Actualisatie van de benchmarkwaarden op basis van de aangeleverde gegevens (door de Europese Commissie);

  3. Berekening van de voorlopige toewijzingen o.b.v. de geactualiseerde benchmarkwaarden (door de lidstaten);

  4. Berekening van een eventuele cross-sectorale correctiefactor (door de Europese Commissie);

  5. Berekening van de definitieve toewijzingen (door de lidstaten);

Aanpassing van de oorspronkelijke toewijzing

Tijdens de periode 2021-2025 (en ook 2026-2029) moet de oorspronkelijke toewijzing aangepast worden in de volgende gevallen:

  • Het activiteitsniveau wijzigt met meer dan 15% t.o.v. het historische activiteitsniveau;

  • Er is sprake van een stopzetting van een (sub-)installatie;

  • Er is sprake van een nieuwkomer of een nieuwe (sub-)installatie;

  • Er is sprake van bepaalde wijzigingen in de installatie (bv. verhoogde warmte-import/-export, verhoogde affakkeling van afgassen, …).

De Europese Commissie ontwikkelt momenteel een guidance document (Guidance document 7) met meer info over in welke gevallen en hoe de toewijzing zal worden aangepast. De link naar guidance document 7 wordt toegevoegd zodra beschikbaar.

MRV voor toewijzingsgegevens

Om een correcte toepassing van de toewijzingsregels mogelijk te maken, moet elke exploitant die een kosteloze toewijzing van emissierechten wilt ontvangen een aantal stappen ondernemen:

  • De exploitant moet de relevante gegevens bewaken op basis van een door de bevoegde autoriteit goedgekeurd Monitoringmethodiekplan (MMP). Het MMP werd al goedgekeurd voor de baseline rapporten, maar moet worden herwerkt en opnieuw ingediend tegen 31/12/2019.  Het VBBV heeft samen met het Departement Omgeving een toelichtingsdocument opgesteld met bijkomende uitleg over de herwerking van het MMP: docx bestandToelichtingsdocument voor herwerking van het MMP (dd. 2019-10-23) (242 kB)

  • De exploitant moet voor de start van de toewijzingsperiode de relevante gegevens rapporteren via een geverifieerd baseline rapport (voor de toewijzingsperiode 2021-2025 werd deze stap al afgerond in juni 2019);

  • Vanaf 2021 moet de exploitant een geverifieerd Jaarlijks Activiteitsniveau rapport (Annual Activity Level report of AAL rapport) indienen. In 2021 moet het AAL rapport gegevens bevatten voor de jaren 2019-2020, vanaf 2022 moet het AAL rapport gegevens bevatten van het voorgaande kalenderjaar. Het sjabloon voor het AAL rapport is momenteel nog in ontwikkeling, en zal onderaan deze pagina worden toegevoegd zodra beschikbaar.

De verificatie van het baseline rapport en de AAL rapporten moet gebeuren door een onafhankelijke verificatie-instelling die is geaccrediteerd conform de Europese Accreditatie- en Verificatieverordening, en specifiek voor de activiteit die uw installatie uitvoert (bv. ‘verbranding van brandstoffen’ of ‘productie van staal’ of …). Bovendien moet de verificatie-instelling geaccrediteerd zijn voor de zogenaamde ‘scope 98’, wat aantoont dat de instelling vertrouwd is met de Europese toewijzingsregels en in staat is om de gerapporteerde data in het kader van deze toewijzingsregels te verifiëren.

De verschillende sjablonen voor deze documenten (MMP, baseline rapport) zijn onderaan deze webpagina beschikbaar in de downloadlijst 'sjablonen voor datacollectie i.k.v. toewijzingen 2021-2025'. Het sjabloon voor het AAL rapport wordt toegevoegd zodra beschikbaar.

Europese guidance documenten

De Europese Commissie heeft een aantal guidance documenten gepubliceerd opgesteld waarin de Europese toewijzingsregels verder worden toegelicht. Kort samengevat zijn de volgende richtsnoeren beschikbaar:

  • Guidance document 1 geeft een eerste overzicht van hoe de toewijzing voor de periode 2021-2030 bepaald zal worden;

  • Guidance document 2 licht toe hoe een installatie moet opgesplitst worden in sub-installaties, en hoe de activiteitsniveaus bepaald moeten worden;

  • Guidance document 3 licht stap voor stap toe hoe het baseline rapport moet ingevuld worden;

  • Guidance document 4 gaat dieper in op de verificatie van het baseline rapport;

  • Guidance document 5 licht de belangrijkste monitoringregels voor de datacollectie toe, en is dus een nuttig achtergronddocument bij het invullen van het MMP. Het document start ook met een nuttige leeswijzer die toelicht welke guidance documenten u best kan raadplegen in functie van uw rol (exploitant of verificateur) en voorkennis;

  • Guidance document 6 gaat in op situaties waarbij er warmte wordt ingevoerd of uitgevoerd  (‘cross-boundary heat flows’) en hoe hier mee moet omgegaan worden in het kader van de toewijzingsregels;

  • Guidance document 7 over nieuwkomers, sluitingen en aanpassingen van de toewijzingen wordt momenteel voorbereid, en zal worden toegevoegd zodra beschikbaar;

  • Guidance document 8 gaat in op de specifieke behandeling van afgassen (‘waste gases’) en proces emissie sub-installaties, en bevat ook verdere toelichting over veiligheidsaffakkeling;

  • Guidance document 9 bevat verdere sector-specifieke richtsnoeren per product benchmark (bv. wat valt er wel onder de product benchmark en wat niet).

Vlaamse FAQs en toelichting herwerking MMP

Als aanvulling op de Europese guidance documenten heeft het Departement Omgeving een aantal FAQ’s opgesteld met daarin een aantal bijkomende toelichtingen over:

  • Welk warmte-/brandstofverbruik in aanmerking komt voor een toewijzing onder de warmte-/brandstofbenchmark (bv. voorverwarming van brandstoffen, naverbranders en afvalwaterzuivering, …);

  • Welke gassen onder de definitie van een ‘afgas’ (‘waste gas’) vallen, en welke regels van toepassing zijn indien een afgas wordt naverbrand;

  • Welke activiteiten er al dan niet onder de definitie van veiligheidsaffakkeling vallen;

  • Welke installaties onder de definitie van een ‘elektriciteitsopwekker’ vallen en wat ze moeten doen;

  • Welke gegevens er moeten worden gerapporteerd door installaties die pas zijn opgestart in de loop van 2014-2019 of nog opgestart moeten worden, of installaties die een uitbreiding plannen in de nabije toekomst;

  • Hoe moet het baseline rapport ingevuld worden in een aantal specifieke gevallen (warmterecuperatie uit de brandstofbenchmark en/of warmteopwekking door afgassen).

Daarnaast hebben Departement Omgeving en het VBBV samen een document met bijkomende toelichting opgesteld voor de herwerking van het MMP tegen 31/12/2019.

De Vlaamse FAQs en het toelichtingsdocument voor de herwerking van het MMP zijn beschikbaar onderaan deze webpagina in de downloadlijst 'Vlaamse FAQ's en richtsnoeren'.