Sla navigatie over
Departement Leefmilieu, Natuur en Energie
home | contact | pers | sitemap | publicaties | vacatures | english information
  Thema's  
     
  Campagnes  
     
  Doelgroepen  
     
  Over onze organisatie  
     
U bent hier: www.lne.be Thema's Milieuvergunningen Praktische informatie Veelgestelde vragen Stookolietanks voor de verwarming van mijn woning

Stookolietanks voor de verwarming van mijn woning

Veelgestelde vragen in verband met wetgeving, controle en onderhoud en buitengebruikstelling van stookolietanks voor de verwarming van woningen (stookolie is ook bekend onder de namen gasolie, mazout of huisbrandolie)

1. Waar vind ik de teksten van de milieuwetgeving?

De teksten van de geactualiseerde en gecoördineerde versie van het VLAREM (Vlaams Reglement Milieuvergunning) kan u vinden op deze website (nieuw venster). Met alle vragen over het VLAREM kan u terecht bij de afdeling Milieuvergunningen. Let op: sinds 1 juni 2015 werden verschillende bepalingen inzake stookolietanks gewijzigd.

2. Welke wetgeving is van toepassing?

Het Vlaams Reglement Milieuvergunningen (VLAREM) is van toepassing. Voor de verwarming van woningen wordt in het VLAREM onderscheid gemaakt tussen:

  • stookolietanks voor de opslag van minder dan 5000 kg gasolie, ook wel ‘particuliere stookolietanks’ genoemd (niet-ingedeelde opslag). De voorwaarden waaraan deze stookolietanks moeten voldoen vindt u in hoofdstuk 6.5 ‘Particuliere stookolietanks met een waterinhoud van minder dan 5.000 kg’ van titel II van het VLAREM.
  • stookolietanks voor de opslag van 5000 kg gasolie of meer (ingedeelde opslag). De voorwaarden waaraan deze stookolietanks moeten voldoen vindt u in hoofdstuk 5.6 ‘Brandstoffen en brandbare vloeistoffen’ van titel II van het VLAREM.
  • stookolietanks voor de opslag van 5000 kg gasolie of meer, wanneer de gasolie gekenmerkt wordt door het symbool GHS02 (ingedeelde opslag). De voorwaarden waaraan deze stookolietanks moeten voldoen vindt u in hoofdstuk 5.17 ‘Opslag van gevaarlijke producten’ van titel II van het VLAREM. 

Opm:

  • de massadichtheid van gasolieproducten voor verwarming varieert van 0,820 tot 0,870 kg/l bij 15°C
  • Het GHS02-symbool is het gevarenpictogram voor ontvlambaar, dit symbool staat op de verpakking van vloeistoffen met een vlampunt onder de 60 graden Celcius. Vloeibare brandstoffen kunnen afhankelijk van hun vlampunt al dan niet gekenmerkt worden door een GHS02-symbool.

3. Moet ik voor mijn stookolietank een milieuvergunning aanvragen?

Stookolietanks voor de verwarming van woningen zijn niet ingedeeld zolang de totale opslaghoeveelheid bij de woning minder dan 5000 kg bedraagt. In dat geval moet u geen bijkomende stappen ondernemen.

Indien de totale opslaghoeveelheid van de verschillende stookolietanks bij de woning 5000 kg of meer bedraagt, moet u een melding indienen bij het college van burgemeester en schepenen van uw gemeente/stad. Bij een totale inhoud van meer dan 50.000 liter gasolie zonder GHS02-symbool of meer dan 20 ton gasolie met GHS02-symbool bent u verplicht een milieuvergunningsaanvraag in te dienen alvorens de stookolietanks geplaatst worden.

4. Onderhoud en controle van de stookolietank:wie contacteren, een erkende technicus of een milieudeskundige erkend in de discipline houders voor gassen of gevaarlijke stoffen?

4.1. Een particuliere stookolietank voor de verwarming van een woning, dient gecontroleerd te worden door een erkende stookolietechnicus. Erkende technici bezitten een (in het Vlaams Gewest) persoonlijk op naam toegekend erkenningsnummer beginnend met de letters SV gevolgd door 5 cijfers (bijvoorbeeld SV00022 of SV56489).

De overzichtslijst van de erkende technici kan u terugvinden op deze pagina (nieuw venster). Voor eventuele verdere inlichtingen kan u contact opnemen met de heer Patrick Plasqui van de afdeling Milieuvergunningen, op het telefoonnummer 02 553 76 93.

4.2. Elke stookolietank, andere dan deze bedoeld onder punt 4.1 (bijvoorbeeld stookolietank voorzien van een vulpistool om een tractor van brandstof te voorzien, een opslaghouder voor stookolie die niet gebruikt wordt voor verwarming van gebouwen bv. voor opstarten van noodgroepen enz …) dient echter gecontroleerd te worden door een milieudeskundige erkend in de discipline houders voor gassen of gevaarlijke stoffen. Deze milieudeskundigen bezitten een (in het Vlaams Gewest) nominatief toegekend erkenningsnummer waarin de kenletter H voorkomt gevolgd door ofwel 3 cijfers (bijvoorbeeld 2000/H017), ofwel gevolgd door 2 of 3 letters en daarna 3 cijfers (bijvoorbeeld 2001/HAV007, 2008/HSGS012), ofwel gevolgd door hun voor- en achternaam.

De overzichtslijst van de milieudeskundigen erkend in de discipline houders voor gassen of gevaarlijke stoffen kan u terugvinden op deze pagina (nieuw venster). Voor eventuele verdere inlichtingen kan u contact opnemen met de heer Wilfried Huybrechts van de afdeling Milieuvergunningen, op het telefoonnummer 02 553 80 53.

4.1. Een particuliere stookolietank (opslag minder dan 5000 kg) voor de verwarming van een woning, moet gecontroleerd te worden door een erkende stookolietechnicus.

4.2. Wanneer het de opslag betreft van 5000 kg gasolie of meer voor de verwarming van een woning, moet de stookolietank gecontroleerd worden door een erkend stookolietechnicus of een milieudeskundige erkend in de discipline houders voor gassen of gevaarlijke stoffen.

4.2. Elke stookolietank, andere dan deze bedoeld onder punten 4.1 en 4.2 (bijvoorbeeld stookolietank voorzien van een vulpistool om een tractor van brandstof te voorzien, een opslaghouder voor stookolie die niet gebruikt wordt voor verwarming van gebouwen bv. voor opstarten van noodgroepen enz …) dient echter gecontroleerd te worden door een milieudeskundige erkend in de discipline houders voor gassen of gevaarlijke stoffen.

  • Erkende stookolietechnici bezitten een (in het Vlaams Gewest) persoonlijk op naam toegekend erkenningsnummer beginnend met de letters SV gevolgd door 5 cijfers (bijvoorbeeld SV00022 of SV56489). De overzichtslijst van de erkende technici kan u terugvinden op deze pagina (nieuw venster). Voor eventuele verdere inlichtingen kan u contact opnemen met de heer Patrick Plasqui van de afdeling Milieuvergunningen, op het telefoonnummer 02 553 76 93.
  • Deze milieudeskundigen bezitten een (in het Vlaams Gewest) nominatief toegekend erkenningsnummer waarin de kenletter H voorkomt gevolgd door ofwel 3 cijfers (bijvoorbeeld 2000/H017), ofwel gevolgd door 2 of 3 letters en daarna 3 cijfers (bijvoorbeeld 2001/HAV007, 2008/HSGS012), ofwel gevolgd door hun voor- en achternaam. De overzichtslijst van de milieudeskundigen erkend in de discipline houders voor gassen of gevaarlijke stoffen kan u terugvinden op deze pagina (nieuw venster). Voor eventuele verdere inlichtingen kan u contact opnemen met de heer Wilfried Huybrechts van de afdeling Milieuvergunningen, op het telefoonnummer 02 553 80 53.
     

5. Wanneer moet er een controle plaatsvinden?


De opslaghoeveelheid is kleiner dan 5000 kg (particuliere stookolietanks):

Controle bij plaatsing:

Elke stookolietank dient na de plaatsing maar voor de ingebruikname gecontroleerd te worden door een erkende technicus die een certificaat opstelt waaruit ondubbelzinnig moet blijken dat de opslaginstallatie voldoet aan de bepalingen van hoofdstuk 6.5 van titel II van het VLAREM. Hierop vermeldt hij zijn naam en erkenningsnummer. Hij bezorgt de eigenaar het certificaat van de installatie, samen met de certificaten of de beproevingsverslagen van de onderdelen ervan. De eigenaar bezorgt de exploitant een kopie van het certificaat van de installatie.

Binnen de maand na aanleg van de opslaginstallatie brengt hij op de houder een duidelijk leesbare en onuitwisbare groene merkplaat aan met hierop volgende onuitwisbare gegevens: zijn erkenningsnummer, de datum van plaatsing van de opslaginstallatie en, zo het om een ondergrondse houder gaat, de uiterste datum van de eerstvolgende controle.

Periodieke controle:

Een ondergrondse stookolietank dient vanaf 1 maart 2009 om de 5 jaar (voorheen om de 3 of 4 jaar) gecontroleerd te worden door een erkende stookolietechnicus. Hierbij wordt bij de rechtstreeks in de grond ingegraven houders die niet voorzien zijn van een permanent lekdetectiesysteem o.a. telkens een dichtheidsbeproeving uitgevoerd.


Een bovengrondse stookolietank dient vanaf 1 maart 2009 niet meer periodiek gecontroleerd (voorheen om de 5 jaar) te worden, op voorwaarde dat het laatste onderhoudsattest een einddatum heeft die 1 maart 2009 of later vermeldt. Een bovengrondse stookolietank die vóór 1 augustus 1995 in gebruik genomen werd, moest vóór 1 augustus 2003 een eerste periodieke controle ondergaan.


Bij iedere controle of onderzoek stelt de erkende technicus een certificaat op voor de exploitant/eigenaar. Hieruit moet ondubbelzinnig blijken dat de houder en de installatie al dan niet voldoen aan de bepalingen van hoofdstuk 6.5 van titel II van het VLAREM. Het certificaat voorziet naam en erkenningsnummer van de uitvoerende technicus, datum van de controle en datum van de eerstvolgende controle. Het laatste geldt enkel indien het om een ondergrondse houder gaat.


Al naargelang het resultaat van de controle is de houder gemerkt met een duidelijk leesbare en onuitwisbare groene, oranje of rode merkplaat. Op deze merkplaat wordt onuitwisbaar het erkenningsnummer van de erkende technicus, de datum van de controle en de uiterste datum van de eerstvolgende controle aangebracht (laatste, zo het om een ondergrondse houder gaat).


De opslaghoeveelheid bedraagt 5000 kg of meer:


Controle bij plaatsing:

Ondergrondse houder - Na de installatie maar vóór de ingebruikname van de houder, dient gecontroleerd te worden of de houder, de leidingen en de toebehoren, het waarschuwings- of beveiligingssysteem tegen overvulling, het lekdetectiesysteem en, in voorkomend geval, de kathodische bescherming en de aanwezige voorzieningen ten behoeve van damprecuperatie, voldoen aan de voorschriften van het reglement. Vermelde controles dienen uitgevoerd te worden door een erkend stookolietechnicus of een milieudeskundige erkend in de discipline houders voor gassen of gevaarlijke stoffen. De controle van de eventuele kathodische bescherming dient te gebeuren in samenwerking met een milieudeskundige erkend in de discipline bodemcorrosie.


Bovengrondse houder
- Na de installatie, maar vóór de in gebruikname van de houder, dient gecontroleerd te worden of de houder, de leidingen en de toebehoren, het waarschuwings- of beveiligingssysteem tegen overvulling, de inkuiping en de brandbestrijdingsmiddelen en in voorkomend geval en het lekdetectiesysteem voldoen aan de voorschriften van dit reglement. Vermelde controles dienen uitgevoerd te worden door een erkend stookolietechnicus of een milieudeskundige erkend in de discipline houders voor gassen of gevaarlijke stoffen.

Controle bij periodiek onderzoek:

Een ondergrondse stookolietank dient ofwel tenminste jaarlijks (indien gelegen binnen de waterwingebieden en de beschermingszones) ofwel 2-jaarlijks (indien gelegen buiten de waterwingebieden en de beschermingszones) een beperkt onderzoek te ondergaan. Om de 10 (indien gelegen binnen de waterwingebieden en de beschermingszones) of om de 15 jaar (indien gelegen buiten de waterwingebieden en de beschermingszones) dient de tank een algemeen onderzoek te ondergaan (uitz. voor houders uit gewapende thermohardende kunststoffen) door een erkende stookolietechnicus of een milieudeskundige erkend in de discipline houders voor gassen of gevaarlijke stoffen. De controle m.b.t. corrosie en kathodische bescherming dient te gebeuren in samenwerking met een milieudeskundige erkend in de discipline bodemcorrosie.

Een bovengrondse stookolietank dient om de 3 jaar (max. 40 maanden tussen 2 opeenvolgende onderzoeken toegelaten) een beperkt onderzoek te ondergaan door een erkende stookolietechnicus of een milieudeskundige erkend in de discipline houders voor gassen of gevaarlijke stoffen. Stookolietanks met een inhoudsvermogen van meer dan 20.000 liter moeten om de 20 jaar een algemeen onderzoek ondergaan.

Bij iedere controle (plaatsing of periodiek onderzoek) stelt de erkende technicus of milieudeskundige een attest op waaruit ondubbelzinnig moet blijken dat de houder en de installatie al dan niet voldoen aan de voorschriften van het reglement. Het attest vermeldt de naam en het erkenningsnummer van de uitvoerende technicus/milieudeskundige. De technicus/milieudeskundige brengt op de vulleiding een duidelijk zichtbare en leesbare klever of plaat aan (groen, oranje of rood) met zijn erkenningsnummer, de datum van het jaartal en de maand van hetzij de controle bij plaatsing, hetzij de laatst uitgevoerde controle en deze van de volgende uit te voeren controle.
 

6. Ik koop een huis met een stookolietank. Hoe weet ik of die aan de richtlijnen voldoet en wat moet ik doen als dat niet het geval is?

De exploitant (= in de meeste gevallen de verkoper) van een stookolietank dient ervoor te zorgen dat de tank steeds in goede staat van werking en onderhoud verkeert en dat elke verontreiniging van het milieu voorkomen wordt. Een stookolietank die voldoet aan de milieureglementering is uitgerust met een groene merkplaat. Een stookolietank die niet voldoet aan de milieureglementering is uitgerust met een oranje of een rode merkplaat. Deze merkplaat dient te zijn aangebracht door de erkende stookolietechnicus nadat hij de controle heeft uitgevoerd. Bovendien beschikt de verkoper over de attesten (certificaten), opgemaakt door de erkende technicus n.a.v. de uitgevoerde controles.

Opgepast: een stookolietank zonder merkplaat (en bijhorend attest) voldoet niet aan de milieureglementering!

Het is aan te raden de verkoper te vragen naar de eventuele attesten (certificaten) van de uitgevoerde controles, periodieke onderzoeken, dichtheidsproeven of buitengebruikstelling.

Kan de verkoper van de woning de documenten niet voorleggen, dan wordt u als mogelijke koper alsnog aangeraden de verkoper te vragen zich in orde te laten stellen met de geldende regelgeving. Op deze manier kan worden vermeden dat verantwoordelijkheden uit het verleden ten laste van de koper (nieuwe eigenaar en exploitant) worden gelegd. Het verleden heeft immers uitgewezen dat dikwijls beginnende discussies uitmonden in processen voor rechtbanken, met soms hoogoplopende kosten, welke best en tijdig kunnen vermeden worden.

Er wordt verder ook aangeraden de notaris van de situatie in kennis te stellen en de stand van zaken in de akte op te nemen. Vermits bij het verlijden van de akte beide partijen (samen met de notaris) de akte voor akkoord handtekenen, worden betwistingen (en mogelijk bijkomende kosten) achteraf vermeden.

7. Waaraan moet een nieuwe particuliere stookolietank (beneden 5.000 kg of 6.000 liter) voldoen?

Plaatsing:

Een stookolietank moet voldoen aan de bepalingen van titel II van het VLAREM. Zo moet de stookolietank voldoen aan bepaalde normen en moet ze worden geplaatst door een installateur die gemachtigd is hiervoor een certificaat af te leveren ofwel onder toezicht van een erkende technicus. De erkende technicus dient na te gaan of de bouw en de plaatsing van de stookolietank voldoen aan de bepalingen van hoofdstuk 6.5 van titel II van het VLAREM (zie ook vraag 5).

Controle:
Zie ook vragen 5 en 6. Als aan de milieureglementering is voldaan, brengt de erkende technicus een groene merkplaat aan. Hierdoor kan zowel de eigenaar als de persoon die de stookolietank vult (leverancier van de stookolie) zich vergewissen dat deze stookolietank voldoet aan het VLAREM. Bij voorkeur wordt ook het opgemaakte certificaat ingekeken.

7.1. Stookolietanks met een inhoud van minder dan 5.000 kg gasolie (= particuliere stookolietanks)
Hoofdstuk 6.5 van titel II van het VLAREM

  • Afdeling 6.5.1. Gemeenschappelijke bepalingen
  • Afdeling 6.5.2. Bepalingen voor opslaginstallaties met bovengrondse houders
  • Afdeling 6.5.3. Bepalingen voor opslaginstallaties met ondergrondse houders
  • Afdeling 6.5.4. De controle op de bouw van de houders en de plaatsing van een opslaginstallatie
  • Afdeling 6.5.5. Periodieke controles, onderhoud en buitengebruikstelling
  • Afdeling 6.5.6. Erkende technici en gemachtigde installateurs
  • Afdeling 6.5.7. Voorwaarden voor bestaande houders

 

7.2. Stookolietanks voor de opslag van 5000 kg gasolie of meer zonder GHS02-symbool
Hoofdstuk 5.6 van titel II van het VLAREM

  • Subafdeling 5.6.1.1 Algemene bepalingen
  • Afdeling 5.6.1.2 Opslag van brandbare vloeistoffen in ondergrondse houders
  • Afdeling 5.6.1.3. Opslag van brandbare vloeistoffen in bovengrondse houders

7.3. Stookolietanks voor de opslag van 5000 kg gasolie of meer met GHS02-symbool
Hoofdstuk 5.17 van titel II van het VLAREM

  • Afdeling 5.17.4. Gevaarlijke vaste stoffen en vloeistoffen
  • Subafdeling 5.17.4.1. Algemene bepalingen
  • Subafdeling 5.17.4.2. Opslag van gevaarlijke vloeistoffen in ondergrondse houders
  • Subafdeling 5.17.4.3. Opslag van gevaarlijke vloeistoffen in bovengrondse houders
     

8. Na een controle door een erkende technicus of milieudeskundige krijgt mijn opslaginstallatie een groene, oranje of rode dop/plaat. Wat betekent dit?

  • Een groene dop/merkplaat betekent dat de opslaginstallatie voldoet aan de wettelijke bepalingen en verder mag worden gebruikt.
  • Een oranje dop/merkplaat betekent dat de opslaginstallatie niet voldoet aan de wettelijke bepalingen maar dat de vastgestelde gebreken geen aanleiding kunnen geven tot verontreiniging buiten de houder. De opslaginstallatie mag nog worden gevuld of bijgevuld tijdens een overgangsperiode van maximum 6 maanden die ingaat de eerste van de maand volgend op de maand vermeld op de oranje merkplaat. De exploitant dient alle nodige maatregelen te treffen, overeenkomstig het verslag van de erkende technicus, om de opslaginstallatie terug in goede staat te brengen. Vóór het verstrijken van de overgangsperiode dient de opslaginstallatie terug aan een controle onderworpen.
  • Een rode dop/merkplaat betekent dat de opslaginstallatie niet voldoet aan de wettelijke bepalingen. In dergelijk geval is het verboden de opslagtank te vullen of te laten vullen. De exploitant dient alle nodige maatregelen te treffen, overeenkomstig het verslag van de erkende technicus of erkende milieudeskundige, om de opslaginstallatie terug in goede staat te brengen waarna de opslaginstallatie terug aan een controle dient onderworpen. Binnen de veertien dagen nadat een rode merkplaat aangebracht werd maakt de exploitant of op zijn verzoek de erkende technicus hiervan melding bij de afdeling van de Vlaamse Milieumaatschappij bevoegd voor grondwater:

VMM - afdeling Operationeel Waterbeheer (e-mail)
Graaf de Ferrarisgebouw, 2de verdieping
Koning Albert-II-laan 20 bus 16, 1000 Brussel

9. Hoe een stookolietank definitief buiten gebruik stellen?

Elke stookolietank voor de opslag van minder dan 5000 kg gasolie die definitief buiten gebruik wordt gesteld, moet leeggemaakt worden. Een rechtstreeks in de grond ingegraven stookolietank moet bovendien verwijderd worden of bij onmogelijkheid tot verwijderen, in overleg met een erkende stookolietechnicus opgevuld worden met zand, schuim of ander inert materiaal. De erkende technicus stelt bij de buitengebruikstelling van een ondergrondse stookolietank een certificaat op waaruit ondubbelzinnig moet blijken dat de buitengebruikstelling (door verwijdering of door opvulling) werd uitgevoerd volgens de regels van het vak. Het certificaat vermeldt o.a. zijn naam en erkenningsnummer.

Een ondergrondse stookolietank voor de opslag van 5000 kg gasolie of meer moet bij definitieve buitengebruikstelling (al dan niet omwille van lekken) leeggemaakt én gereinigd worden en binnen een termijn van 36 maanden verwijderd worden of bij materiële onmogelijkheid tot verwijderen, binnen dezelfde termijn, in overleg met een erkend technicus of milieudeskundige, geledigd, gereinigd en opgevuld worden met zand, schuim of een gelijkwaardig inert materiaal. Vanaf 1 juni 2015 stelt de erkende technicus of deskundige een certificaat op waaruit blijkt dat de buitengebruikstelling werd uitgevoerd volgens de regels van het vak.

Een bovengrondse stookolietank voor de opslag van 5000 kg gasolie of meer moet bij definitieve buitengebruikstelling (al dan niet omwille van lekken) leeggemaakt én gereinigd worden en binnen een termijn van 36 maanden verwijderd worden of bij materiële onmogelijkheid tot verwijderen, binnen dezelfde termijn, in overleg met een erkend technicus of milieudeskundige, geledigd en gereinigd worden. Vanaf 1 juni 2015 stelt de erkende technicus of deskundige een certificaat op waaruit blijkt dat de buitengebruikstelling werd uitgevoerd volgens de regels van het vak.

In alle gevallen dienen de nodige maatregelen betreffende explosiebeveiliging en voorkoming van milieuverontreiniging (bodem- en grondwater) getroffen te worden.

Voor een lijst van firma's die de tankcleaning kunnen uitvoeren kan men terecht op de website van Informazout, zie lijst 'Tankprobleemoplossers'. Een andere mogelijkheid is te zoeken op www.goudengids.be onder de categorie 'Tankreiniging'.

10. Vragen over de verwarmingstoelage en het Sociaal Verwarmingsfonds?

Hiervoor kan u terecht bij de federale overheid.

11. Vragen over het Stookoliefonds (sanering van bodemverontreiniging door lekkende stookolietanks bij particulieren)?

Hiervoor kan u terecht bij de OVAM.

12. Mijn stookolietank wordt gebruikt voor andere doeleinden dan de verwarming van mijn woning, welke wetgeving is van toepassing?

Opm. stookolietanks mogen enkel gebruikt worden voor de opslag van het product waarvoor ze gebouwd zijn, zijnde stookolie. De stookolie kan wel gebruikt worden voor andere doeleinden dan de verwarming van een woning zoals de bevoorrading van motorvoertuigen, de opstart van noodgeneratoren, de verwarming van kantoren, scholen…

Het Vlaams Reglement Milieuvergunningen (VLAREM) is van toepassing. Wanneer 200 liter gasolie of meer zonder GHS02-symbool of 100 kg gasolie met GHS02-symbool wordt opgeslagen (ingedeelde opslag), moeten de stookolietanks voldoen aan de voorwaarden in hoofdstuk 5.6 ‘Brandstoffen en brandbare vloeistoffen’ respectievelijk hoofdstuk 5.17 ‘Opslag van gevaarlijke producten’ van titel II van het VLAREM. Er moet een melding worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen van uw gemeente/stad. Wanneer er meer dan 50.000 liter gasolie zonder GHS02-symbool of meer dan 20 ton gasolie met GHS02-symbool wordt opgeslagen, moet u een milieuvergunningsaanvraag indienen alvorens de stookolietanks te plaatsen.

13. Code van goede praktijk met betrekking tot het testen van de overvulbeveiliging en het waarschuwingssysteem als onderdeel van het periodiek onderzoek van opslaghouders voor gevaarlijke stoffen.

Bij opslaghouders voor gevaarlijke stoffen is de keuze van een geschikt overvulbeveiligingssysteem van primordiaal belang teneinde overvulling te voorkomen. Het verleden toonde aan dat de regelgeving op een verschillende manier geïnterpreteerd werd bij de uitvoering van het periodiek onderzoek van opslaghouders voor gevaarlijke stoffen. Met het oog op het uniformiseren van de wijze waarop de controle van de goede werking van het overvulbeveiligingssysteem dient te gebeuren werd een ‘code van goede praktijk’ opgesteld.

De stookolietechnicus is bij de uitoefening van zijn functie verplicht om zich te houden aan deze code van goede praktijk. Het niet volgen van deze code van goede praktijk betekent een inbreuk op de gebruikseisen van de erkenning.

14. Particuliere stookolietanks voor de verwarming van gebouwen met een waterinhoud van minder dan 5.000 kg stookolie – hoeveel liter stookolie is 5.000 kg stookolie?

Vroeger sprak men van een nominale waterinhoud van 5000 liter (hoofdstuk 6.5 van titel II van het VLAREM) en sinds 1 juni 2015 van 5000 kg. Wegens nogal wat variatie in de dichtheid van stookolie (naargelang de samenstelling ervan) werd besloten een gemiddelde dichtheid te nemen, waardoor 5000 kg stookolie overeenkomt met 5952 liter stookolie. Daar dit ook geen gemakkelijk te hanteren getal is, werd overeengekomen om voor wat betreft de niet-ingedeelde inrichtingen (hoofdstuk 6.5. van titel II van Het VLAREM) 6.000 liter stookolie gelijk te stellen met 5.000 kg stookolie.

15. Welke keuringsperiodiciteit geldt er voor een particuliere stookolietank voor de verwarming van gebouwen die tot 1 juni 2015 als klasse 3 ingedeeld was en nu door de verandering aan de indelingslijst niet langer ingedeeld is (tank tussen 5000 en 6000 liter)?

Deze houder moet vanaf 1 juni 2015 niet meer voldoen aan de voorwaarden van hoofdstuk 5.17 van titel II van het VLAREM, maar aan de voorwaarden van hoofdstuk 6.5 van titel II van het VLAREM. Hierdoor wordt voor ondergrondse houders de periodiciteit van het beperkt onderzoek verlengd van 1 of 2 jaar naar 5 jaar; bovengrondse houders dienen niet meer gekeurd te worden. Aangezien de houders door de erkende technici of erkende deskundigen gekeurd zijn voor een maximale periode van 1 of 2 jaar, kan de verlengde periodiciteit pas ingaan na een volgend periodiek onderzoek.

16. Indeling van stookolie, volgens bijlage 1 van titel I van het VLAREM, sinds de CLP-verordening.

In de CLP-verordening mogen (niet moeten) gasolie, diesel en lichte stookolie met een vlampuntbereik tussen ≥ 55 °C en ≤ 75 °C tot de ontvlambare vloeistoffen van categorie 3 worden gerekend (en worden voorzien van gevarenpictogram GHS02). Deze indeling al dan niet tot de ontvlambare vloeistoffen van categorie 3 is feitelijk de verantwoordelijkheid van de fabrikant, distributeur, e.d. Wanneer diesel, mazout, e.d. gekenmerkt worden door GHS02 (zie recent veiligheidsinformatieblad), wordt de opslag strikt genomen enkel ingedeeld in rubriek 17.3.2.1.1. van bijlage I van titel I van het VLAREM ‘ opslagplaatsen voor ontvlambare vloeistoffen van gevaren categorie 3’. In de praktijk worden gasolie, diesel en lichte stookolie door de fabrikant, distributeur, e.d. vrijwel altijd voorzien van een GHS02 gevarenpictogram. Wanneer diesel, mazout, e.d. echter niet gekenmerkt worden door GHS02, wordt de opslag ervan strikt genomen enkel ingedeeld in rubriek 6.4. van bijlage I van titel I van het VLAREM. Omwille van het feit dat de fabrikant, distributeur, e.d. het gevarenpictogram GHS02 vrijwel altijd gebruikt voor stookolie, raden wij u aan om voor de zekerheid stookolie algemeen in te delen onder rubriek 17.3.2.1.1. van bijlage I van titel I van het VLAREM (en niet onder rubriek 6.4.’opslag voor brandbare vloeistoffen’).

17. Wat zijn mijn verplichtingen na het verkrijgen van mijn erkenning als stookolietechnicus?

Erkende technici moeten de algemene en bijzondere gebruikseisen naleven (artikel 34 en 40 van VLAREL)

Een erkende stookolietechnicus moet onder andere:

  • de keuringen vóór ingebruikname (na plaatsing), controles, onderhouden, onderzoeken en buitengebruikstellingen zoals vermeld in de hoofdstukken 5.6, 5.17 en 6.5 van titel II van het VLAREM correct uitvoeren; hij gaat hierbij na of de toepasselijke normen en codes van goede praktijk werden gerespecteerd en past ze zelf ook toe,
  • bij het uitvoeren van bovenvermelde taken een objectieve en onafhankelijke houding aannemen en de taken op een kwaliteitsvolle wijze uitvoeren,
  • uitsluitend de apparatuur en materialen gebruiken die voldoen aan de reglementaire eisen,
  • attesten, certificaten, verslagen en rapporten volledig, correct en duidelijk leesbaar invullen, zodat hieruit ondubbelzinnig blijkt of de installatie al dan niet aan de geldende regelgeving voldoet; deze ondertekenen en afleveren aan de opdrachtgever/exploitant,
  • de juiste merkplaat, voorzien van de wettelijk vereiste gegevens, aanbrengen na de controle of het onderhoud,
  • een verzekering hebben die de burgerlijke aansprakelijkheid dekt, inclusief de beroepsaansprakelijkheid, ten gevolge van het gebruik van de erkenning,
  • elke wijziging van identificatiegegevens (ook adres, (privé)telefoonnummers, e-mailadres, werkgever, ...) onmiddellijk melden bij de afdeling Milieuvergunningen,
  • de afdeling Milieuvergunningen onmiddellijk op de hoogte brengen als de gegevens, die tot de erkenning hebben geleid, gewijzigd zijn waardoor de technicus niet meer voldoet aan de erkenningsvoorwaarden,
  • de definitieve stopzetting van het gebruik van de erkenning onmiddellijk melden bij de afdeling Milieuvergunningen,
  • medewerking verlenen aan periodieke evaluaties die door de afdeling Milieuvergunningen worden opgezet, en op verzoek het materiaal dat wordt gebruikt voor het uitvoeren van de taken tonen,
  • vijfjaarlijks de bijscholing volgen in een erkend opleidingscentrum; in deze bijscholing slagen en de vereiste retritbutie betalen.