Tabel I.1: Drempelwaarden voor categorieën van gevaarlijke stoffen

Onderstaande tabel geeft de lage drempelwaarden en de hoge drempelwaarden van een aantal categorieën van gevaarlijke stoffen die niet uitdrukkelijk in deel 2 worden genoemd (bijlage I, deel 1 van de Seveso III-richtlijn).

  • Om de juiste indeling te kunnen maken, lees telkens ook de vermelde tabelnoten.
  • Indien bij een bepaalde post een H-zin tussen haakjes staat, dan betekent dit dat de indeling onder "normale" omstandigheden thuishoort in een andere post, maar dat door speciale omstandigheden de indeling gebeurt in deze post - lees telkens de vermelde tabelnoten.

Post

Gevarencategorie

Lage drempel
(ton)

Hoge drempel
(ton)

 H-klasse

H-zin

H1 ACUTE TOXICITEIT
- Categorie 1, alle blootstellingsroutes
5 20 Acute Tox. 1 H300 of H310 of H330
H2 ACUTE TOXICITEIT
- Categorie 2, alle blootstellingsroutes
- Categorie 3, inademing (zie noot 7)
50 200 Acute Tox. 2 H300 of H310 of H330
Acute Tox. 3 H331 (of H301)
H3 SPECIFIEKE DOELORGAANTOXICITEIT (STOT)
- EENMALIGE BLOOTSTELLING (SE)
- Categorie 1 (STOT SE Categorie 1)
50 200 STOT SE 1 H370
P1a ONTPLOFBARE STOFFEN (zie noot 8)
- Instabiele ontplofbare stoffen, of
- Ontplofbare stoffen van de subklassen 1.1, 1.2, 1.3, 1.5 of 1.6, of
- Stoffen en mengsels met explosieve eigenschappen volgens methode A.14 van Verordening (EG) nr. 440/2008 (zie noot 9) die niet behoren tot de gevarenklassen organische peroxiden of zelfontledende stoffen en mengsels
10 50 Unst. Expl. H200
Expl. 1.1 H201
Expl. 1.2 H202
Expl. 1.3 H203
Expl. 1.5 H205
Expl. 1.5  
P1b ONTPLOFBARE STOFFEN (zie noot 8)
- Ontplofbare stoffen van subklasse 1.4 (zie noot 10)
50 200 Expl. 1.4 H204
P2 ONTVLAMBARE GASSEN
- Ontvlambare gassen van categorie 1 of 2
10 50 Flam. Gas 1 H220
Flam. Gas 2 H221
P3a ONTVLAMBARE AEROSOLEN (zie noot 11.1)
- Ontvlambare aerosolen van categorie 1 of 2, die ontvlambare gassen van categorie 1 of 2, of  ontvlambare vloeistoffen van categorie 1 bevatten
150
(netto)
500
(netto)
Aerosol 1
Flam. aerosol 1
H222
Aerosol 2
Flam. aerosol 2
H223
P3b ONTVLAMBARE AEROSOLEN (zie noot 11.1)
- Ontvlambare aerosolen van categorie 1 of 2, die noch ontvlambare gassen van categorie 1 of 2, noch ontvlambare vloeistoffen van categorie 1 bevatten (zie noot 11.2)
5 000
(netto)
50 000
(netto)
Aerosol 1
Flam. aerosol 1
H222
Aerosol 2
Flam. aerosol 2
H223
P4 OXIDERENDE GASSEN
- Oxiderende gassen van categorie 1
50 200 Ox. Gas 1 H270
P5a ONTVLAMBARE VLOEISTOFFEN
- Ontvlambare vloeistoffen van categorie 1, of
- Ontvlambare vloeistoffen van categorie 2 of 3 die bij  een temperatuur hoger dan hun kookpunt worden gehouden, of
- Overige vloeistoffen met een vlampunt <= 60 °C, die bij een temperatuur hoger dan hun kookpunt worden gehouden (zie noot 12)
10 50 Flam. Liq. 1
(Flam. Liq. 2)
(Flam. Liq. 3)
H224
(H225)
(H226)
P5b ONTVLAMBARE VLOEISTOFFEN
- Ontvlambare vloeistoffen van categorie 2 of 3 waarbij bijzondere procescondities, zoals een hoge druk of een hoge temperatuur, gevaren voor zware ongevallen kunnen doen ontstaan, of
- Overige vloeistoffen met een vlampunt <= 60 °C waarbij bijzondere verwerkingsomstandigheden, zoals een hoge druk of hoge temperatuur, gevaren voor zware ongevallen kunnen geven (zie noot 12)
50 200 (Flam. Liq. 2)
(Flam. Liq. 3)
(H225)
(H226)
P5c ONTVLAMBARE VLOEISTOFFEN
- Ontvlambare vloeistoffen van categorie 2 of 3 die niet onder P5a en P5b vallen
5 000 50 000 Flam. Liq. 2 H225
Flam. Liq. 3 H226
P6a ZELFONTLEDENDE STOFFEN EN MENGSELS en ORGANISCHE PEROXIDEN
- Zelfontledende stoffen en mengsels van type A of B
- Organische peroxiden van type A of B
10 50 Org. Perox. A H240
Org. Perox. B H241
Self-react. A H240
Self-react. B H241
P6b ZELFONTLEDENDE STOFFEN EN MENGSELS en ORGANISCHE PEROXIDEN
- Zelfontledende stoffen en mengsels van type C, D, E of F,
- Organische peroxiden van type C, D, E of F
50 200 Org. Perox. C H242
Org. Perox. CD
Org. Perox. D
Org. Perox. E
Org. Perox. EF
Org. Perox. F
Self-react. C
Self-react. CD
Self-react. D
Self-react. E
Self-react. EF
Self-react. F
P7 PYROFORE VLOEISTOFFEN EN VASTE STOFFEN
- Pyrofore vloeistoffen van categorie 1
- Pyrofore vaste stoffen van categorie 1
50 200 Pyr. Liq. 1 H250
Pyr. Sol. 1
P8 OXIDERENDE VLOEISTOFFEN EN VASTE STOFFEN
- Oxiderende vloeistoffen van categorie 1, 2 of 3
- Oxiderende vaste stoffen van categorie 1, 2 of 3
50 200 Ox. Liq. 1 H271
Ox. Liq. 2 H272
Ox. Liq. 3
Ox. Sol. 1 H271
Ox. Sol. 2 H272
Ox. Sol. 3
E1 Gevaar voor het aquatisch milieu in de categorie acuut 1 of chronisch 1 100 200 Aquat. Acute 1 H400
Aquat. Chron. 1 H410
E2 Gevaar voor het aquatisch milieu in de categorie chronisch 2 200 500 Aquat. Chron. 2 H411
O1 Stoffen en mengsels met gevarenaanduiding EUH014  100 500   EUH014
O2 Stoffen en mengsels die in contact met water ontvlambare gassen ontwikkelen, categorie 1  100 500 Water-react. 1 H260
O3 Stoffen en mengsels met gevarenaanduiding EUH029  50 200   EUH029

  Tabelnoten:

  • Noot 7.
    Gevaarlijke stoffen die vallen onder acuut toxisch categorie 3 (orale blootstellingsroute, H301), vallen onder de rubriek H2 ACUUT TOXISCH wanneer noch de indeling acute toxiciteit bij inademing noch de indeling acute dermale toxiciteit kunnen worden afgeleid, bijvoorbeeld door een gebrek aan concluderende gegevens betreffende toxiciteit bij inademing en dermale toxiciteit.
  • Noot 8.
    Onder de gevarenklasse ontplofbare stoffen vallen ontplofbare voorwerpen (zie punt 2.1 van bijlage I bij de Verordening (EG) nr. 1272/2008). Indien de hoeveelheid van ontplofbare stoffen of mengsels in het voorwerp bekend is, wordt met die hoeveelheid rekening gehouden voor de toepassing van de richtlijn. Indien de hoeveelheid van ontplofbare stoffen of mengsels in het voorwerp niet bekend is, wordt het gehele voorwerp als ontplofbaar aangemerkt.
  • Noot 9.
    Testen naar de ontplofbare eigenschappen van stoffen en mengsels is alleen nodig indien de screeningprocedure volgens aanhangsel 6, deel 3 van de United Nations Recommendations on the Transport of Dangerous Goods, Manual of Tests and Criteria (“UN Manual of Tests and Criteria”) uitwijst dat de stof of het mengsel mogelijk ontplofbare eigenschappen heeft.
    • Verdere richtsnoeren voor het afzien van de test zijn beschikbaar in de beschrijving van methode A.14, zie Verordening (EG) nr. 440/2008 van de Commissie van 30 mei 2008 houdende vaststelling van testmethoden uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH).
  • Noot 10.
    Indien ontplofbare stoffen van subklasse 1.4 uitgepakt of opnieuw ingepakt zijn, worden ze in rubriek P1a ingedeeld, tenzij aangetoond wordt dat het gevaar nog overeenstemt met subklasse 1.4 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1272/2008.
  • Noot 11.1.
    Ontvlambare aerosolen worden ingedeeld overeenkomstig het koninklijk besluit van 31 juli 2009 betreffende aerosolen. "Zeer licht ontvlambare" en "ontvlambare" aerosolen volgens dit besluit, komen overeen met ontvlambare aerosolen van respectievelijk categorie 1 of 2 volgens Verordening (EG) nr. 1272/2008.
  • Noot 11.2.
    Om deze vermelding te kunnen gebruiken, moet geregistreerd worden dat de aerosolhouder geen ontvlambaar gas van categorie 1 of 2, en geen ontvlambare vloeistof van categorie 1 bevat.
  • Noot 12.
    Overeenkomstig punt 2.6.4.5 in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1272/2008 behoeven vloeistoffen met een vlampunt hoger dan 35 °C niet in categorie 3 te worden ingedeeld indien negatieve resultaten werden behaald bij de test inzake onderhouden verbrandbaarheid L.2, Part III, section 32 van UN Manual Test and Criteria. Dit geldt echter niet onder de omstandigheden als verhoogde temperatuur of druk en vallen dergelijke vloeistoffen onder deze vermelding.