Regelgeving rond de verdunning van de ozonlaag

Internationale regelgeving: het Montreal Protocol

Het Montreal Protocol is het resultaat van internationale inspanningen om de ozonlaag te beschermen die reeds zijn gestart sinds de jaren 1970. Er werden meerdere internationale organisaties bij het probleem betrokken: het Milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP), de Wereld Meteorologische Organisatie (WMO), de Economische Organisatie voor samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en de EEG. Vooral UNEP heeft een centrale rol gespeeld in de coördinatie van het internationaal wetenschappelijk onderzoek en bij de ontwikkeling van van een internationaal antwoord op het probleem. Het resultaat van al deze besprekingen, onderhandelingen en onderzoek was de aanvaarding van het Verdrag van Wenen voor de Bescherming van de Ozonlaag (1985).

Praktische afspraken bij dit verdrag werden twee jaar later vastgelegd op 16 september 1987 in het Protocol van Montreal betreffende stoffen die de ozonlaag afbreken. In het Montrealprotocol zijn productie- en consumptiebeperkingen opgenomen voor de verschillende ozonafbrekende stoffen. De controlemaatregelen zijn, rekeninghoudend met het principe van billijkheid, verschillend voor de geïndustrialiseerde landen en de ontwikkelingslanden. Hierbij wordt dus in de kalender bij de uitbanning van ozonafbrekende stoffen expliciet rekening gehouden met de noodzaak voor ontwikkelingslanden om zich verder te ontwikkelen.

Europese regelgeving

De Europese regelgeving gaat verder dan de afspraken die zijn gemaakt in kader van het Montrealprotocol. Het bevestigt de politieke voortrekkersrol die Europa wil spelen in de bestrijding van de verdunning van de ozonlaag.

De Europese regelgeving is ondergebracht in Verordening (EG) Nr. 1005/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen. Deze verordening bevat afbouwschema's en verboden voor de productie, het op de markt brengen en het gebruiken van ozonafbrekende stoffen (art. 4, 5 en 6). Uitzonderingen worden nog voorzien voor het gebruik van de stoffen als grondstof (art. 7), technische hulpstof (ar. 8), essentiële analytische en laboratoriumtoepassingen (art. 10) en kritische halontoepassingen (art. 13). Daarnaast regelt de verordening ook de in- en uitvoer van ozonafbrekende stoffen (art. 15 t.e.m. 21) en bevat het eisen met betrekking tot emissiebeheersing (art. 22 en 23).

Voor het gebruik van HCFK's (zoals HCFK-22 of R-22), die in het Vlaamse Gewest nog vaak in koelinstallaties worden aangetroffen, bevat de verordening de volgende implicaties:

  • Een bestaande koelinstallatie die functioneert op HCFK's mag niet met HCFK's worden bijgevuld (ook niet als het gerecycleerde of geregenereerde HCFK’s zijn).
  • Ozonafbrekende stoffen moeten bij onderhoud van de apparatuur of voorafgaand aan de ontmanteling of verwijdering daarvan teruggewonnen worden voor vernietiging, recyclage of regeneratie.
  • Ondernemingen moeten alle uitvoerbare voorzorgsmaatregelen treffen om lekkage en emissies van ozonafbrekende stoffen te vermijden.
  • Apparatuur die meer dan 3 kg aan HCFK's bevat, moeten minstens eenmaal per twaalf maanden worden gecontroleerd op lekkage. Installaties die meer koelmiddel bevatten moeten frequenter op lekkage worden gecontroleerd: vanaf 30 kg aan HCFK's éénmaal per zes maanden, vanaf 300 kg eenmaal per drie maanden.
  • Als een lek wordt vastgesteld, dan moet de herstelling binnen de veertien dagen gebeuren. Nadat een lek is hersteld, moet er binnen de maand opnieuw een controle op lekkage gebeuren om te oordelen ter controle of de herstelling effect heeft gesorteerd.

Vlaamse regelgeving

De voorwaarden voor de uitbating van koelinstallaties die gebruik maken van ozonlaag afbrekende stoffen (zoals R-22) en/of gefluoreerde broeikasgassen (ook wel 'F-gassen genoemd) zijn opgenomen in VLAREM 2. F-gassen zijn krachtige broeikasgassen die o.a. worden gebruikt in toepassingen waar vroeger ozonafbrekende stoffen werden gebruikt en waarvan het gebruik gaandeweg verboden werd.

Lees ook
Meer informatie
Contacteer ons
Dienst Klimaat