Problematiek milieu en mobiliteit

Verkeer heeft een impact op ons leefmilieu. In quasi elke motor van een voertuig gebeurt er een verbrandingsproces. Hierbij komen schadelijke stoffen vrij. Auto’s, schepen, vrachtwagens en dieseltreinen stoten onder meer stikstofoxiden (NOx) en vluchtige organische stoffen (VOS) uit. Deze twee polluenten geven aanleiding tot ozonvorming. Stikstofoxiden dragen ook bij tot verzuring. Bij verbrandingsprocessen komen ook milieugevaarlijke stoffen vrij, in het geval mobiliteit gaat het vooral om fijn stof. De belangrijkste problemen doen zich voor bij deeltjes die vrijkomen bij dieselvoertuigen. Een andere stof die vrijkomt bij verbranding is koolstofdioxide (CO2). Samen met onder andere lachgas (N2O) en ammoniak (NH3), die ook uitgestoten worden door verkeer, draagt deze stof bij tot het klimaat probleem. Niet alleen de uitstoot van verontreinigende gassen, maar ook lawaai en overvloedig licht wegen op het milieu. Het wegverkeer is de belangrijkste lawaaibron, gevolgd door het luchtverkeer. Hoewel lichtreclame de meest in het oog springende verlichting is, vormt het verkeer op de weg de grootste oorzaak van lichtvervuiling. Verminderde luchtkwaliteit, lawaai en lichthinder leiden tot gezondheidsproblemen. Die gaan van aandoeningen aan de luchtwegen tot slaapstoornissen, een verhoogde bloeddruk en zelfs hartproblemen. 

Klimaat

Het broeikaseffect is een natuurlijk proces dat er voor zorgt dat de gemiddelde temperatuur op onze aarde 15°C bedraagt in plaats van -18°C. Sinds de industriële revolutie is het aantal gassen die het broeikaseffect veroorzaken (voornamelijk CO2, CH4, N2O) toegenomen, met klimaatsverandering en de opwarming van de aarde tot mogelijk gevolg.  Het verkeer heeft hier een belangrijk aandeel in omdat in de klassieke verbrandingsmotoren CO2 vrijkomt bij verbranding van fossiele brandstoffen. Ook lachgas (N2O) en ammoniak (NH3) dragen bij tot het klimaatprobleem.

Ondanks de verschillende technische innovaties die er voor zorgen dat de meeste auto’s zuiniger worden, blijft de uitstoot van CO2 stijgen doordat het verkeer blijft toenemen. De bijdrage van lachgas en ammoniak neemt toe sinds de invoering van de katalysator. Ammoniak is een afvalproduct dat gevormd wordt in de katalysator bij het reduceren van de uitstoot van NOx. Na reactie met zuurstof kan ammoniak op zijn beurt dan omgezet worden tot lachgas.

Fijn stof en gezondheid

Zwevende deeltjes in de buitenlucht met een diameter kleiner dan 10 µm worden aangeduid als fijn stof. Deze deeltjes hebben een belangrijke impact op onze gezondheid. Enerzijds kunnen de deeltjes zelf schadelijk zijn doordat ze zich afzetten in onze longen en luchtwegen, anderzijds kunnen ze ook drager zijn van onder andere zware metalen, PAK's, bestrijdingsmiddelen en dioxines; door inademing komen deze stoffen in het lichaam.

Er zijn twee soorten bronnen van fijn stof: antropogene en natuurlijke bronnen. Verkeer is één van de belangrijkste bronnen van fijn stof van antropogene afkomst. Een belangrijk probleem zijn de deeltjes die vrijkomen bij dieselvoertuigen, zij stoten beduidend meer fijn stof uit dan voertuigen die rijden op benzine. Fijn stof veroorzaakt door verkeer is niet enkel afkomstig van verbranding; slijtage van de banden, de remmen, het wegdek en het opwaaien van stoffen zorgen ook voor emissies van fijn stof.

Op bepaalde autosnelwegen in Vlaanderen geldt een snelheidsbeperking van 90 km/u voor alle verkeer wanneer er een hoge concentratie fijn stof in de lucht is.

Ozonvorming en verzuring

Auto’s, schepen, vrachtwagens en dieseltreinen stoten stikstofoxiden (NOx) en vluchtige organische stoffen (VOS) uit. Deze twee stoffen geven aanleiding tot ozonvorming in de troposfeer. Stikstofoxiden dragen ook bij tot verzuring. Ozon in de stratosfeer, bekend van de ozonlaag die op een hoogte van 15 à 25 km ligt, zorgt voor bescherming tegen de meest energierijke Ultra Violette straling van de zon en is noodzakelijk voor het leven op aarde. Ozon in de troposfeer, de luchtlaag het dichtst bij het aardoppervlak, heeft echter wel een negatieve invloed op mens, dier, vegetatie en bepaalde materialen zoals plastiek, verf en textiel. De negatieve impact van ozon op de gezondheid op korte termijn zijn irritatie van keel, neus en oren, longfunctievermindering en ontsteking en hypergevoeligheid van het ademhalingsstelsel. Op lange termijn heeft ozon een schadelijke impact op het ademhalingssysteem. Omdat ozon wordt gevormd onder invloed van zonlicht doen de problemen zich vooral voor tijdens de warme zomerdagen.

Verzuring wordt veroorzaakt door de atmosferische depositie van zwavel- en stikstofhoudende verbindingen in de atmosfeer. Deze verbindingen zijn afkomstig van de uitstoot van de gassen zwaveldioxide (SO2), stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3). Verzuring verstoort de samenstelling van de atmosfeer, oppervlaktewater en bodem. Het heeft een negatieve invloed op o.a. grondwater, landbouw en ecosystemen.

De uitstoot van NOx, CO, VOS en deeltjes daalt van jaar tot jaar door steeds strengere voertuignormen.