Personeel en verzorging in een kwekerij

Personeel

Er moet voldoende en bekwaam personeel aanwezig zijn voor de verzorging van de dieren en voor het dagelijks beheer van de inrichting.

Opleiding

Ten minste de verantwoordelijke of een vast personeelslid is in het bezit van een van volgende diploma’s of getuigschriften

  • dierenzorg, op het niveau van secundair onderwijs
  • bachelor agro- en biotechnologie: dierenzorg
  • bachelor diergeneeskunde
  • asielmedewerker
  • diploma’s of getuigschriften die door de minister als evenwaardig zijn erkend

De verantwoordelijke van de inrichting zorgt ervoor dat alle personeel die betrokken is bij de verzorging van de dieren en die niet in het bezit zijn van een van de diploma’s of getuigschriften, een opleiding krijgen. 

Als je een opleiding hebt gevolgd die je in aanmerking wenst te laten komen, dan kan de verantwoordelijke/organisator van de opleiding hiervoor een aanvraag doen .

Aantal personeelsleden

Het aantal uren dat aan de verzorging en de socialisatie van de dieren moet besteed worden, wordt bepaald door het aantal volwassen dieren. Per schijf van vijf volwassen honden of katten wordt daaraan het equivalent van 0,1 voltijds equivalent besteed. 

Voor de berekening van het aantal uur (VTE’s) kan volgende formule toegepast worden:

  Aantal uren te besteden per week = V x 0,76 uur
Aantal VTE's nodig= V x 0,02

waarbij:
V: aantal volwassen honden/katten
1 VTE = iemand die 38 uur per week werkt

Bijvoorbeeld, een kwekerij met 10 volwassen honden, moet minstens 7,6 uur besteden aan de verzorging en socialisatie. Dit komt neer op iemand die 1/5de werkt.

Voeding en verzorging

  • Bij de selectie van de kweekdieren wordt rekening gehouden met hun anatomische, fysiologische en gedragskenmerken zodat hun welzijn en gezondheid en dat van de nakomeling niet in het gedrang komen door het kweken. 
  • Afwijkend gedrag bij honden wordt gemeld aan de contractdierenarts, die de gepaste maatregelen neemt. Elke melding wordt opgenomen in het bezoekrapport. 
  • Honden mogen alleen verhandeld worden als ze een primovaccinatie kregen tegen:

    •  het parvovirus

    • het distempervirus

    • kennelhoest (bordetellose en para-influenza) 

    • hepatitis contagiosa canis

  • Katten mogen alleen verhandeld worden als ze een primovaccinatie kregen tegen:
    • panleucopenie

    • rhinotracheïtis 

    • feline leucose
      Wanneer aangetoond kan worden (bv door middel van een SNAP-test) dat een kat reeds drager is van het feliene leucose-virus, is een primovaccinatie hiertegen niet verplicht.

  • De dieren worden minstens 2 keer per dag gecontroleerd.
  • Het gebit van honden worden geregeld gecontroleerd.
  • De vacht van de dieren wordt onderhouden en indien nodig getrimd, geknipt of geschoren. De nagels worden regelmatig gecontroleerd en indien nodig geknipt.
  • De nodige maatregelen worden getroffen om agressie onder de dieren te vermijden en om dieren die niet met elkaar kunnen opschieten van elkaar te scheiden.
  • De dieren krijgen een voeding die aangepast is aan hun behoeften. Het voeder wordt gegeven in propere recipiënten en op zo’n manier dat alle dieren van eenzelfde hok gelijktijdig kunnen eten. Drinkbaar water is permanent beschikbaar.
  • Vanaf de leeftijd van 3 weken moeten jonge dieren toegang hebben tot niet-vloeibaar voeder, maar het volledige spenen van de honden gebeurt niet voor de leeftijd van 8 weken, voor katten is dit op 12 weken.
  • Zieke dieren worden afgezonderd, bv. in het afzonderingslokaal.
  • Nieuw binnengekomen dieren staan onder toezicht en worden indien nodig afgezonderd.
  • Hoogdrachtige dieren en vrouwelijke dieren met niet-gespeende jongen moeten beschikken over geschikt nestmateriaal.
  • Pups moeten over manipuleerbare voorwerpen beschikken. De honden moeten beschikken over bijtvoorwerpen.
  • Voor katten moeten er klimmateriaal zijn en voorwerpen waaraan ze hun nagels kunnen scherpen, evenals rustplaatsen op meerdere niveaus en een kattenbak met proper strooisel.
  • Het strooisel wordt geregeld ververst.
  • Er worden maatregelen getroffen om parasieten en ongedierte te bestrijden.

Wetgeving

Contacteer ons
Inspectiedienst Dierenwelzijn