Meting polyaromatische koolwaterstoffen in Menen en Genk-Zuid

Tijdens een meetcampagne op verschillende locaties in de regio Menen en Genk-Zuid werden Polyaromatische Koolwaterstoffen (PAK's) gemeten in de lucht en in de urine. Doel was om te onderzoeken waarom de jongeren in die regio's meer PAK's in het lichaam hadden, vergeleken met de resultaten van onderzoeken in heel Vlaanderen. 

Situering

Het Steunpunt Milieu en Gezondheid meet in opdracht van de Vlaamse overheid de aanwezigheid en de effecten van milieuvervuilende stoffen in de mens. Tijdens één van die onderzoeken onderzocht het Steunpunt 200 jongeren (14-15 jaar) in Genk-Zuid en regio Menen. De resultaten werden vergeleken met die van 210 jongeren uit heel Vlaanderen.

In vergelijking met de jongeren uit Vlaanderen werd een hogere blootstelling aan bepaalde zware metalen (cadmium, chroom, koper, thallium en toxisch relevant arseen) en PAK’s gevonden. Er werden ook verschillen gevonden voor sommige gezondheidsparameters zoals hormoonconcentraties, DNA-schade en concentratievermogen. 

Om de resultaten van dit onderzoek te vertalen naar acties om de blootstelling te verminderen, werden drie consultatierondes in de regio’s Genk-Zuid en Menen georganiseerd met experten, lokale actoren en buurtbewoners (Faseplan). De acties van het faseplan zijn bedoeld om de lokale aandachtspunten aan te pakken en op die manier de impact op de gezondheid te verminderen. 

De verhoogde blootstelling aan PAK’s werd binnen het faseplan door experten zeer ernstig bevonden  vooral omwille van het verband met DNA-schade, de overeenkomst met milieumetingen en de verwachte gezondheidseffecten. Verdere actie was dus nodig om de oorzaak  te vinden omdat PAK’s afkomstig kunnen zijn van allerlei bronnen zoals verkeer, gebouwenverwarming en voeding. Daarom werd dit onderzoek uitgevoerd.

Onderzoek en resultaten

De studie bestond uit het meten van PAK's in de lucht op verschillende locaties in de regio Menen en Genk-Zuid. Tegelijk werd bij de deelnemers via vragenlijsten bepaald wat de PAK-opname was via de voeding en werden bij een aantal deelnemers de afbraakproducten van PAK's in de urine gemeten. 

De 1-OH-pyreen waarden (een afbraakproduct van PAK's) in de urine zijn vergelijkbaar met de resultaten van eerder onderzoek in heel Vlaanderen van het steunpunt Milieu en Gezondheid (2001-2006). Gelijkaardige 1-OH-pyreen niveaus werden ook teruggevonden in buitenlandse studies. In Menen waren de gemiddelde OH-fenantreen (een afbraakproduct van PAK's) waarden in de urine 1,36 maal hoger in vergelijking met Genk. mensen waarvan de ouders geboren waren in België, hadden gemiddeld 1,84 keer hogere waarden.

In de zomer en herfst waren de PAK's in de lucht hoger in Genk en Menen in vergelijking met het achtergrondgebied Houtem (Veurne). In de winter is houtverbranding een bron die in de drie gebieden een belangrijke rol speelt. De PAK’s gehalten waren ook vergelijkbaar met vroegere Vlaamse en buitenlandse studies.

De levoglucosanniveaus (maat voor blootstelling aan houtrook) staan in verband met de hoeveelheid laagmoleculaire PAK’s gemeten op dezelfde locaties. Die laagmoleculaire PAK's ontstaan immers vooral tijdens de verbranding van hout en biomassa. De levoglucosanconcentraties waren dus vrij hoog in de winter omdat er dan meer hout gestookt wordt.

Berekeningen tonen aan dat in de winter de belangrijkste bron van blootstelling de verbranding van biomassa zoals hout en kolen is. Ook blootstelling aan de PAK's die met verkeer te maken hebben, waren in die periode een belangrijke bron. In de zomer en herfst bleken vooral verkeersemissies de bron van blootstelling.

Dit onderzoek kon  geen verband vinden tussen de luchtconcentraties van PAK’s en urinaire OH-PAK afbraakproducten in mensen. Naast blootstelling via de buitenlucht zijn er nog andere blootstellingroutes die een belangrijke bijdrage kunnen leveren tot de interne PAK-belasting zoals  binnenmilieu, verkeer en voeding. Verder onderzoek kan mogelijk bepalen waarom er geen verband werd gevonden. 

Toch werden  in Menen en Genk/Diepenbeek grotere hoeveelheden PAK’s in de lucht gemeten vergeleken met de achtergrondlocatie Houtem. Verbranding van biomassa, zoals hout, was een belangrijke bron van PAK’s in alle gebieden. Daarnaast was op de meeste meetlocaties in Genk/Diepenbeek en Menen verkeer één van de belangrijke bronnen van PAK's in de woonomgeving. Of verkeer of houtverbranding de belangrijkste bron was, was afhankelijk van de plaats van de meting.

Aanbevelingen voor beleid

Voorbeelden van aanbevelingen om de persoonlijke blootstelling aan PAK’s te verminderen

Beleidsaanbevelingen op lokaal niveau

De meeste aanbevelingen die lokaal kunnen worden omgezet in beleid gaan over verkeer. Voorbeelden hiervan zijn:

  • Verbeteren van openbaar vervoer om het verkeer te verminderen
  • Verbeteren van verkeersdoorstroming om de verkeersemissie te verlagen
  • Stimuleren van fietsen om de verkeersemissie te verlagen
  • Communicatie over lokale luchtkwaliteit naar burgers om de blootstelling te verlagen via bv. routekeuze bij wandelen en fietsen.

Beleidsacties op Vlaams niveau

Bronaanpak

De Vlaamse overheid doet al heel wat om de blootstelling aan PAK’s te verminderen. De campagne ‘Stook slim’ loopt sinds 2012. In de milieuwetgeving werd een verbod op open vuren opgenomen. De uitstoot van luchtverontreinigende stoffen door houtverbranding hebben in het stookseizoen een belangrijke impact op deluchtkwaliteit. De Vlaamse Milieumaatschappij adviseert daarom de bevolking om geen hout te stoken als bijverwarming of om sfeer te creëren als er gedurende twee dagen meer dan 50 μg/m³ (microgram per kubieke meter)  fijn stof verwacht wordt . 

Daarnaast wordt gewerkt aan de vermindering van verkeersgerelateerde uitstoot door de vergroening van het wagenpark door de belasting op inverkeerstelling en de jaarlijkse verkeersbelasting,  het invoeren lage emissiezones, de kilometerheffing voor vrachtwagen, … Ook worden ‘well performing installations’ bij bedrijven bevorderd.

Informatie/sensibilisatie

De Vlaamse overheid zet verder in  op de campagnes stookslim, gezond bouwen, gezond uit eigen grond.

Meer info

 

Contacteer ons
Team Omgeving en Gezondheid