Over de goedkeuringsprocedure voor CDM en JI-projectactiviteiten in België

In België is de bevoegdheidsverdeling voor de goedkeuring van projectactiviteiten verduidelijkt in het samenwerkingsakkoord van 19 februari 2007 tussen de Federale Overheid, het Waalse Gewest, het Vlaamse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest inzake de uitvoering van sommige bepalingen van het protocol van Kyoto.

In het samenwerkingsakkoord werd de Nationale Klimaatcommissie aangesteld als aanspreekpunt voor JI-projectactiviteiten en aangewezen nationale autoriteit voor CDM-projectactiviteiten voor België. Dit is de instantie die voor een bepaald land de projectactiviteiten goedkeurt en entiteiten machtigt om deel te nemen aan een projectactiviteit. In die functie is de Nationale Klimaatcommissie echter gebonden door de beslissingen van administratieve en technische aard, waarvoor de bevoegde gewestelijke en federale autoriteiten de projectactiviteiten goedkeuren. De bevoegdsheidsverdeling in België is als volgt:

  • Een gewest keurt de volgende projectactiviteiten goed:
    • elke projectactiviteit die volledig of gedeeltelijk gefinancierd wordt door dat gewest, of door een provincie of een gemeente, gelegen op zijn grondgebied;
    • elke projectactiviteit waarvan dat gewest Kyoto-eenheden wil verwerven;
    • elke CDM- of JI-projectactiviteit waarvoor een verzoek tot goedkeuring wordt ingediend door een natuurlijke persoon met zijn woonplaats in het desbetreffende gewest of door een rechtspersoon met een vestigingseenheid in dat gewest;
    • elke projectactiviteit, die op het grondgebied van dat gewest wordt uitgevoerd.
  • De federale overheid keurt alle projectactiviteiten goed waarvan ze Kyoto-eenheden verwerft.
  • Als een projectactiviteit -volgens de bovenvermelde criteria- tegelijkertijd onder de bevoegdheid valt van meerdere gewesten of van een of meerdere gewesten en de federale overheid, dan wordt ze behandeld door de overheid waar het verzoek tot goedkeuring is ingediend, na raadpleging van de andere betrokken bevoegde overheden. Indien de projectactiviteit zou plaatsvinden op het grondgebied van een gewest, wordt het verzoek tot goedkeuring steeds ingediend bij en behandeld door het gewest in kwestie.
  • Elke projectactiviteit, die niet onder de bevoegdheid van een gewest of van de federale overheid valt, valt onder de bevoegdheid van de Nationale Klimaatcommissie.