Opmaak van een code van goede praktijk voor het zelf telen van voeding

Situering

Tuinieren zit in lift. Ook in Vlaanderen willen steeds meer mensen zelf hun groenten telen, kippen houden, … Mensen willen zo bijdragen aan een meer duurzame wereld.  Door lokaal geteelde producten te consumeren wordt transport over lange afstanden vermeden en wordt dus minder energie gebruikt. Dit leidt tot een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen zoals koolstofdioxide en van de opwarming van de aarde. Het eten van voedsel uit eigen tuin vermindert ook de nood aan verpakkingsmateriaal. Stadslandbouw is een vorm van klimaatadaptatie, omdat het de oververhitting van het stedelijk milieu helpt verminderen. Daarenboven zorgt tuinieren voor een niet-afgedichte en waterdoorlaatbare bodem waardoor grote neerslaghoeveelheden beter gebufferd worden.

Naast deze redenen zijn er ook gezonde voeding, lichaamsbeweging en sociale contacten belangrijke drijfveren om je eigen voedsel te produceren. Het houden van moestuinen, volkstuinen,… is wel arbeidsintensief, maar zeker niet kapitaalintensief en daardoor erg laagdrempelig. Een moestuin maakt ook een belangrijke vorm van ontspanning uit. Veel mensen vinden plezier in het bezig zijn met de natuur. Zowel op het gebied van gevoel van vrijheid, voldoening en smaak heeft zelf tuinieren grote voordelen.

Die evolutie wordt door de Vlaamse overheid gestimuleerd. Een voorbeeld is de projectoproep voor de inrichting van volkstuinen, gelanceerd door minister Peeters. Ook lokaal zijn er tal van initiatieven die het zelf telen van groenten stimuleren (bv. Samen tuinen), vaak in een stedelijke omgeving. In het verleden hebben een aantal studies aangetoond dat er soms milieuvervuilende stoffen worden teruggevonden in  zelfgeteelde voeding. Zowel bij de algemene bevolking als bij de beleidsverantwoordelijken bestaat daarom ongerustheid over de aanwezigheid van lokale verontreiniging van zelfgeteelde voeding met onder meer gechloreerde polluenten zoals dioxines en PCB’s. Het is echter niet eenvoudig om op basis van de relatief beperkt beschikbare gegevens over de concentratie van deze verbindingen in eieren en groenten van particulieren en in de bodem in Vlaanderen concrete beleidsmaatregelen te nemen.

Vanwege die uiteenlopende aspecten had de overheid behoefte aan een wetenschappelijk onderbouwd en maatschappelijk gedragen actieplan inzake een goede omgang met blootstelling aan vervuiling van zelfgeteelde voeding. Dit plan werd opgesteld aan de hand van de overheidsopdracht "Evaluatie van beschikbare gegevens over aanwezigheid van gechloreerde verbindingen in lokaal geteelde voeding en de relevantie ervan voor de humane belasting als basis voor een ontwerp actieplan afgestemd op de beoogde doelgroepen”.

Eén van de voorgestelde acties was het opstellen van een 'code van goede praktijk' voor gemeenten of verenigingen van volkstuinen en particulieren die in hun eigen tuin, volkstuin of buurttuin groenten willen telen of kippen houden. Met de code van goede praktijk voor tuinieren stellen we een aanpak voor om aan de ongerustheid over gezondheidsrisico’s tegemoet te komen, zonder de groeiende belangstelling voor het tuinieren af te remmen.

De campagne 'Gezond uit eigen grond' geeft een overzicht van de belangrijkste tips