Opleidingen werken met proefdieren

De minimale vereisten voor de opleidingen zijn bepaald in bijlage 8, 9,10 en 11 van het KB van 29 mei 2013 betreffende de bescherming van proefdieren.

Dierenverzorger die instaat voor de elementaire verzorging

Onder instaan voor de elementaire verzorging van de dieren, dient te worden verstaan :

  • het schoonmaken en ontsmetten van de lokalen, kooien en containers
  • het verstrekken van strooisel, water en voeder aan  de dieren
  • het vervoer van de dieren
  • het manipuleren van de dieren bij het uitvoeren van deze taken

De vorming van deze personen moet bestaan uit :

  • Een theoretische opleiding van tenminste 4 uren waarin noties worden bijgebracht die tenminste de hierna vermelde thema’s omvatten :

    • kennis van gebruik en onderhoud van steriliseer- en schoonmaakgerei
    • onderhoud, schoonmaak en ontsmetting van dienstruimten (hygiëne van waslokalen, gangen, …)
    • behandeling van afval van proefdierenverblijven
    • in ontvangstname, lossen en opslag van benodigdheden voor proefdierenverblijven
    • noties van de omgevingscondities van proefdieren en van de werking van toestellen voor het ontsmetten en steriliseren
    • huisvesting en verzorging van proefdieren tijdens de opfok en tijdens de proef
    • hanteren en immobiliseren van de vaakst gebruikte proefdiersoorten
    • controle op de gezondheidstoestand van proefdieren
    • hygiëne van de lokalen waar de dieren  worden gehuisvest en de lokalen waar proeven worden gedaan; instaan voor de bevoorrading  van vaak gebruikte beschermingsmiddelen (handschoenen, maskers, overkledij of kledij voor gebruik in het proefdierenverblijf...)
    • registratie van omgevingsparameters van de dieren (temperatuur, relatieve vochtigheid, enz....), van de werkzaamheden i.v.m. de verzorging en de hygiëne van de uitrusting;  het melden van vastgestelde afwijkingen
    • veiligheid van het personeel en van de dieren
    • noties van de in België geldende wetgeving betreffende de huisvesting en het gebruik van proefdieren
  • Een aangepaste praktijkopleiding onder de rechtstreekse verantwoordelijkheid van iemand die een relevante opleiding heeft genoten.

Dierverzorger die instaat voor de bijzondere verzorging

Onder bijzondere zorg voor de dieren, dient te worden verstaan :

  • het routinematig verstrekken van de nodige zorgen inzake dierenwelzijn aan alle proefdieren (inbegrepen de nodige post-operatieve zorgen)
  • de gepaste voorbereiding (manipulatie, immobilisatie) van de dieren op de dierproeven
  • de controle op een optimale omgeving van de dieren
  • de bekwame bijstand bij de euthanasie van alle soorten proefdieren

De personen die instaan voor de bijzondere verzorging van de dieren moeten een opleiding hebben gevolgd met toetsing van de kennis van tenminste 25 uren theorie en praktijk waarbij naast de thema’s van de opleiding voor personen die instaan voor de elementaire verzorging van de dieren  minstens de volgende thema’s aan bod komen:

  • historiek van dierproeven
  • elementaire kennis van anatomie en fysiologie 
  • noties van genetica en fokkerij 
  • concepten inzake  inrichting van proefdierenverblijven 
  • huisvesting en hygiëne van proefdieren
  • beheer  van afval van proefdierenverblijven 
  • klinische observatie, noties van pathologie en dierenziekten
  • inleiding tot de proeftechnieken; elementaire noties inzake manipulatie, immobiliseren, seksen, toedienen van stoffen, verzamelen van monsters, methoden voor plaatselijke en volledige verdoving en verzorging vóór, tijdens en na operaties 
  • pptimale methoden voor euthanasie van proefdieren 
  • principe van de 3 V’s : « Vervangen, Verminderen, Verfijnen »

Overzicht van de inrichtingen waar de opleiding kan gevolgd worden.

Personen die actief meewerken aan dierproeven

Personen die actief meewerken aan op dieren uitgevoerde proeven moeten een opleiding met toetsing van de kennis hebben gevolgd die ten minste 40 uren studie moet omvatten waarbij, naast de thema's voor de opleiding voor de personen die instaan voor de bijzondere verzorging van de dieren, minstens de hierna vermelde  thema’s aan bod komen:

  • noties van biologie, fysiologie en ethologie van de verschillende soorten proefdieren
  • soorten, rassen en stammen van proefdieren
  • technieken voor het vervoeren, manipuleren en immobiliseren van dieren
  • technieken, methodologie en procedures die in de verschillende fasen van de dierproeven moeten worden gevolgd
  • controle op de biologische parameters en op de validatie van de proeven 
  • principes en methoden m.b.t. plaatselijke en volledige verdoving 
  • basisprincipes van de heelkunde en de steriliteit bij heelkundige operaties 
  • principes en methoden m.b.t. euthanasie 
  • dierenwelzijn: studie van de behoeften en evaluatie van de graad van stress, pijn, angst en onbehagen bij proefdieren 
  • controle op en  verrijking van de omgeving 
  • controle op en identificatie van de belangrijkste ziekten bij proefdieren 
  • reglementering betreffende dierproeven : in België geldende wetgeving, ethische principes inzake  het gebruik van dieren in proeven 
  • ontwikkeling van alternatieven voor dierproeven 
  • controle op en beheersing van de risico’s : veiligheid van het personeel, zoönosen, allergieën, afvalbeheer

Overzicht van de inrichtingen waar de opleiding kan gevolgd worden.

Proefleiders

Proefleiders moeten een opleiding met toetsing van de kennis hebben gevolgd die ten minste 80 uren studie omvat en waarbij minstens de hierna vermelde thema’s aan bod komen:

  • inleiding en historiek van dierproeven
  • ethiek van dierproeven
  • alternatieven inzake gebruik van proefdieren – Principe van de 3 V’s : “vervanging, vermindering en verfijning”
  • nationale en Europese wetgeving betreffende dierproeven met daarbij de samenstelling van de ethische commissies, vervoer en manipulatie van dieren, dierenwelzijn, goede praktijken inzake dierproeven, huisvesting en verrijking, eliminatie van kadavers …
  • biologie van de verschillende soorten proefdieren: taxonomie, anatomie, fysiologie (inbegrepen homeostase), ethologie en huisvesting, voeding
  • reproductie, reproductietechnieken (inbegrepen het clonen en transgenesis) en genetica toegepast op proefdieren (selectie, standaardisatie, stammen, gnotobiologie …)
  • voornaamste pathologie bij proefdieren en de controlemethoden van hun gezondheidstoestand inbegrepen post-mortem onderzoek, microbiologie en immunologie
  • procedures en Goede Laboratoriumpraktijken (GLP)
    • demonstratie en opleiding (training)
    • niet chirurgische ingrepen (injecties, orale doseringen, collectie van bloed, urine of faeces)
    • farmacologie, farmacokinetiek en farmacodynamica 
    • anesthesie, analgesie, peri-operationele zorg met inbegrip van de evaluatie van stress en angst of onbehagen
    • inleiding tot experimentele chirurgie en xenotransplantatie
    • euthanasie en eliminatie van kadavers
    • beheersen van gezondheidsrisico’s: hygiëne en veiligheid van het personeel voor wat betreft allergenen, zoönosen en andere pathogene agentia, kankerverwekkende en radioactieve producten, afvalbeheer en manipulatie van kadavers
  • protocol en opvolging van dierproeven
    • opstellen van protocols rekening houdende met de bibliografie, de mogelijkheid van alternatieven, de keuze van diersoort en methode en de statistische en ethische evaluatie
    • analyse van resultaten, met inbegrip van statistiek

Overzicht van de inrichtingen waar de opleiding kan gevolgd worden.

Wetgeving

 

Contacteer ons
Dienst Dierenwelzijn