Onderzoek naar de invloed van het voorkomen van milieugevaarlijke stoffen in de buitenlucht op de kwaliteit van de binnenomgeving, deel 1:kinderen

Achtergrond & doelstelling

De globale doelstelling van deze onderzoeksopdracht is het bepalen van de invloed van het voorkomen van milieugevaarlijke stoffen in de buitenlucht op de blootstelling in het binnenmilieu te bepalen voor gevoelige subdoelgroep(en) van kinderen, met name personen tussen 0 en 18 jaar.

Vooraleer tot de effectieve bepaling van de blootstelling aan milieugevaarlijke stoffen te komen, vond in een vooronderzoek de prioritering en de selectie van subdoelgroep(en), type binnenmilieu en set van vervuilende stoffen plaats.

In Vlaanderen hebben we een uitgebreide wetgeving m.b.t. de beheersing van de buitenluchtvervuiling.

Milieukwaliteitsnormen voor de buitenlucht worden opgesteld en gehandhaafd met o.a. de bedoeling om de volksgezondheid te beschermen. Bij het bepalen van deze normen wordt geen rekening gehouden met bvb. mogelijke cumulatie in het binnenmilieu. Er wordt tot nu toe weinig aandacht besteed aan de invloed van het buitenmilieu op het binnenmilieu.

In tegenstelling tot wat de meeste mensen denken kan de binnenlucht ernstiger verontreinigd zijn dan de buitenlucht. Bovendien brengen we gemiddeld meer dan 85% van ons leven door in een binnenmilieu en is de kwaliteit hiervan in belangrijke mate bepalend voor een goede gezondheid. 

Resultaten

Vier hoofdcategorieën van binnenmilieus werden onderzocht: woningen, scholen, transport en ontspanningsruimtes.
Op basis van het aantal auto’s dat aan de huizen passeerde, werd een onderscheid gemaakt tussen stedelijk (centrum/druk verkeer), stedelijke achtergrond en landelijke achtergrond.
In deze binnen- en buitenomgevingen werden gedurende 7 dagen concentraties fijn stof (PM) en 14 gassen gemeten (MTBE, benzeen, trichloroetheen, tolueen, tetrachloroetheen, ethylbenzeen, m+p-xyleen, o-xyleen, 1,2,4-trimethylbenzeen, p-dichlorobenzeen, NO2, formaldehyde en acetaldehyde).

Er werden grote variaties in concentraties tussen woningen onderling waargenomen, zowel voor binnen (woonkamer/slaapkamer) als voor de buitenomgevingen (voordeur/achterdeur).

De Vlaamse richtwaarden (Binnenmilieubesluit) voor benzeen, formaldehyde en TVOS (totaal vluchtige organische stoffen) werden frequent tot heel frequent overschreden. De concentraties aan TVOS zijn in bijna alle binnenmilieus hoger dan de richtwaarde van het Vlaams binnenmilieubesluit. De binnenmilieuconcentraties lagen voor alle gassen, uitgezonderd voor NO2, in de meeste gevallen hoger dan de buitenomgeving concentraties.

Voor de meeste gassen lagen mediane binnen/buiten verhoudingen rond 2-3. Voor sommige woningen werden tot 40-voudig hogere concentraties tolueen, styreen of 1,2,4-trimethylbenzeen gemeten binnenshuis dan buitenshuis.

De invloed van verkeersdrukte in de nabijheid van de woninge was merkbaar voor concentraties in buitenmilieu, en dit voornamelijk voor een aantal verkeersgerelateerde componenten zoals MTBE, NO2 en tolueen. Buitenmilieuconcentraties van andere gassen (formaldehyde, styreen, …) waren niet verhoogd in stedelijke centrum/druk verkeersgebieden vergeleken met stedelijke of landelijke achtergrondgebieden.
De invloed van verkeersdrukte op binnenmilieuconcentraties was zwakker dan de invloed op buitenmilieuconcentraties.

In het binnenmilieu van scholen waren de mediane concentraties van de 14 gemeten gassen kleiner of gelijk aan deze van het binnenmilieu van woningen.

In gemotoriseerd transport binnenmilieus lagen de mediane concentraties TVOS, MTBE en NO2 3 keer hoger dan in woningen; mediane tolueen- en xyleenconcentraties lagen 1,5 keer hoger dan in woningen.
Voor de andere gassen werden geen verschillen in mediane concentraties gevonden tussen het binnenmilieu van woningen en het binnenmilieu van auto’s en bussen/trams.

In buitenmilieu transport (wandelen en fietsen) werden verhoogde concentraties TVOS, MTBE, NO2 en acetaldehydes gemeten ten opzichte van concentraties in binnenmilieus van woningen.

In binnen ontspanningsomgevingen werden concentraties gemeten die gelijkwaardig waren als in huizen.
Eén uitzondering hierop was de verhoogde concentraties tolueen en xyleen in een jeugdhuis. Roken ligt waarschijnlijk aan de oorzaak van deze verhoogde concentraties.

Op basis van vragenlijsten die peilden naar het woningprofiel (type bebouwing, ouderdom en grootte van de woning, isolatie en ventilatie-eigenschappen), binnenhuiskenmerken (verwarming, meubilair, vloer-, muurbekleding) en binnenhuisactiviteiten (roken, gebruik van lijmen, onderhoudsproducten, …) werd met behulp van statistische analyses getracht verbanden te vinden tussen deze factoren en binnenhuisconcentraties.

Roken bleek significant bij te dragen tot verhoogde concentraties PM en tolueen; licht verhoogde concentraties TVOS en xyleen werden gevonden in woningen met kachels in vergelijking met woningen zonder kachels als verwarmingswijze.
Gebruik van lijm en beitsmiddelen kon verhoogde TVOS concentraties in een aantal woningen verklaren.
Er werd echter voor de meerderheid van gassen, zelfs voor gassen met een vermoedelijke sterke bijdragen van binnenbronnen tot de binnenmilieu concentraties, geen bron-concentratie relaties gevonden op basis van de statistische analyse.

Het relatief aandeel van binnenbronnen tot totale binnenmilieuconcentraties varieerde van 85% voor formaldehyde tot ±30% voor tetrachloroetheen, trichloroetheen en benzeen. M.a.w. de invloed van infiltratie van buitenbronnen tot binnenmilieu varieerde van minimaal voor formaldehyde (15%) tot dominant voor o.a. benzeen.

De blootstelling van kinderen werd in deze studie bepaald op basis van de concentraties in verschillende micro-omgevingen en de tijd die kinderen er per dag verblijven.
Tijdens de meetcampagne is het tijdspatroon van kinderen van verschillende leeftijdscategorieën genoteerd met behulp van een dagboek.
Tijdsbestedingspatronen werden opgesteld voor 4 leeftijdscategorieën, nl. 0-2,5 jaar, 2,5-6 jaar, 6-12 jaar en 12-18 jaar.

Kinderen spenderen de helft van hun tijd op hun slaapkamer. De andere belangrijkste omgevingen voor hun tijdsbesteding zijn de woonkamer, kinderdagverblijf en school.
Het is opvallend dat in het koude seizoen, waarin de metingen gebeurd zijn, de belangrijkste buitenactiviteit van kinderen de speeltijd op school is en ontspanningsactiviteiten buiten voor grotere kinderen. Thuis wordt amper buiten gespeeld.

Afhankelijk van de polluent wordt 82% tot 95% van de blootstelling bepaald door binnenhuisblootstelling. Hiervan wordt de blootstelling van kinderen in hoofdzaak bepaald door de tijd die zij doorbrengen thuis, in woonkamer en slaapkamer, gevolgd door de tijd doorgebracht op school of in de kinderopvang.

Een deel van de binnenmilieuconcentratie is te wijten aan infiltratie van gassen ontstaan in het buitenmilieu.
De totale blootstelling aan gassen ontstaan in het buitenmilieu kan dus gedefinieerd worden als de som van:

  • de buitenmilieublootstelling
  • de binnenmilieublootstelling te wijten aan gassen die van buiten naar binnen infiltreren

Deze laatste term is dominant ten opzichte van de buitenmilieublootstelling.

Voor benzeen bleek de dagelijkse blootstelling voor kinderen grotendeels te wijten aan benzeen ontstaan in het buitenmilieu (>60%), terwijl voor formaldehyde de blootstelling aan binnenhuisbronnen dominant is (85%).

De bijdrage van andere micro-omgevingen, zoals transport, is in de typische dagelijkse blootstelling minder belangrijk, hoewel in deze situatie wel hoge kortstondige pieken kunnen optreden.

De typische dagelijkse blootstelling varieert niet significant over de locaties. De blootstelling is iets hoger in stedelijke centrum/druk verkeergebied door toedoen van verkeer, maar deze verhoging is niet significant.
Ook is de blootstelling weinig of niet verschillend over de verschillende leeftijdscategorieën.

Indien de dosis wordt uitgedrukt per kg lichaamsgewicht, blijkt dat baby’s en peuters over het algemeen blootgesteld zijn aan hogere dosissen dan oudere kinderen.
Deze dosissen dalen over het algemeen in functie van de leeftijd van de kinderen. 

Contacteer ons
Team Omgeving en Gezondheid