Omgevingsvergunning gestart op 23 februari 2017

Met het decreet van 3 februari 2017 heeft het Vlaams Parlement de regels voor de implementatie van de omgevingsvergunning vastgelegd. De omgevingsvergunning startte op 23 februari 2017, maar gemeenten kunnen beslissen om pas later te starten (tot uiterlijk 1 juni 2017).

De omgevingsvergunning verenigt en vervangt de stedenbouwkundige vergunning en de milieuvergunning. Ook voor het verkavelen van gronden moet een omgevingsvergunning worden aangevraagd. Later zullen ook de vergunning voor kleinhandelsactiviteiten ( de huidige socio-economische vergunning) en de vergunning voor vegetatiewijzigingen in de omgevingsvergunning geïncorporeerd worden.

De omgevingsvergunning zorgt voor een eengemaakte procedure bij het aanvragen en behandelen van vergunningen. De inhoudelijke bepalingen zoals de doelstellingen, de beoordelingsgronden en de regels over wat vergunningsplichtig of meldingsplichtig is, blijven behouden in de verschillende sector-regelgevingen.

Deze eengemaakte procedure moet zorgen voor een eenvoudige en snelle vergunningverlening, met een minimum aan lasten voor de burgers en de bedrijven, in functie van een beter investeringsklimaat.

Eén vergunning

De aanvragen voor gemengde vergunningsplichtige projecten die tegelijkertijd stedenbouwkundige handelingen en een exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten inhouden, kunnen of moeten samen worden ingediend, worden indien vereist aan één openbaar onderzoek onderworpen, in één adviesronde behandeld en resulteren in één beslissing bij één en dezelfde bevoegde overheid.

Twee procedures

De procedures uit het decreet en uitvoeringbesluit worden gestroomlijnd tot twee procedures: de gewone procedure met een beslissingstermijn van maximum 120 dagen en de vereenvoudigde procedure met een beslissingstermijn van 60 dagen.

Bij een vereenvoudigde procedure is er nooit een openbaar onderzoek, bij een gewone procedure is er altijd een openbaar onderzoek. Bij een gewone procedure is er in een aantal gevallen ook een advies nodig van een omgevingsvergunningscommissie.

De omgevingsvergunningscommissie is een overkoepelend adviserend orgaan. Er is een provinciale (POVC) per provincie en een gewestelijke (GOVC) omgevingsvergunningscommissie op het Vlaamse niveau. De POVC zal voortaan ook aan het college van burgemeester en schepenen een advies geven voor bepaalde aanvragen die de gewone procedure doorlopen.

Drie bevoegde overheden

Omgevingsvergunningen kunnen op drie niveaus worden verleend.

  • De Vlaamse Regering is bevoegd voor de aanvragen die omwille van hun strategisch belang op een lijst met Vlaamse projecten worden vermeld en voor de aanvragen die zich in meerdere provincies bevinden.
  • De deputaties zijn bevoegd voor de aanvragen die omwille van hun bovenlokale belang of belangrijke impact op de omgeving op de lijst met de provinciale projecten worden vermeld, voor de aanvragen die zich in meerdere gemeenten bevinden of de aanvragen die een ingedeelde inrichting of activiteit betreffen die in de eerste klasse is ingedeeld volgens de indelingslijst die als bijlage I bij titel II van het VLAREM wordt gevoegd.
  • Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd voor de andere omgevingsvergunningsaanvragen.

In geval van beroep tegen een beslissing van het college van burgemeester en schepenen is de deputatie bevoegd. Als het om een beslissing van de deputatie gaat is de Vlaamse Regering bevoegd. Tegen beslissingen van de Vlaamse Regering bestaat er geen administratieve beroepstrap, er is dan alleen een jurisdictioneel beroep bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen mogelijk.


Belangrijkste nieuwigheden

Er zijn nieuwe mogelijkheden om tijdens de procedure oplossingsgericht op te treden. De administratieve lus biedt de mogelijkheid om onregelmatigheden die tijdens de procedure door de overheid worden begaan en aanleiding kunnen geven tot de vernietiging van de beslissing, recht te zetten. Daarnaast wordt de mogelijkheid geboden om de vergunningsaanvraag na het openbaar onderzoek te wijzigen. Hiermee wordt vermeden dat de procedure van vooraf aan moet herbegonnen worden.

De vergunningstermijn voor een ingedeelde inrichting of activiteit wordt permanent. Als tegenpool voor het permanent karakter van de vergunning, wordt de exploitatie van bepaalde inrichtingen aan evaluaties onderworpen en kunnen de milieuvoorwaarden voor zover nodig op verzoek van de burger en bepaalde instanties bijgesteld worden. Op bepaalde momenten kunnen ook het voorwerp en de duur van de vergunning opnieuw door de vergunningverlenende overheid bekeken worden

Milieueffect- en veiligheidsrapportage worden in de vergunningsprocedure geïntegreerd.

Een initiatiefnemer kan een omgevingsvergunningsaanvraag in overleg met de vergunningverlenende overheid voorbereiden. Het informele vooroverleg blijft hierbij zeer belangrijk. In bepaalde gevallen kan de initiatiefnemer vragen om  een projectvergadering te organiseren. Ook de betrokken adviesinstanties worden dan uitgenodigd.

Er wordt resoluut gekozen voor de digitalisering. De regelgeving voorziet dat aanvragen digitaal kunnen worden ingediend via het omgevingsloket, digitaal behandeld via het uitwisselingsplatform en digitaal gearchiveerd in het register. Analoge aanvragen schakelen op het moment van de ontvankelijkheidsverklaring over naar het digitale spoor.

Peter Schryvers is stafmedewerker bij de afdeling GOP

Meer informatie

Meer informatie is te vinden op www.omgevingsloket.be. U vindt daar ook de informatie over de gemeenten die beslissen om later in te stappen en een schema om u te helpen bij de keuze van de juiste vergunningsprocedure.