Normen zendantennes

Vast opgestelde zendantennes in VLAREM

Om iedereen te beschermen tegen de gezondheidseffecten van elektromagnetische straling zijn er normen vastgelegd. De Vlaamse Regering heeft op 19 november 2010 een besluit goedgekeurd dat normen vastlegt voor elektromagnetische straling van vast opgestelde zendantennes die uitzenden met een frequentie tussen 10 MHz en 10 GHz. De normen werden opgenomen als milieuvoorwaarden en milieukwaliteitsnormen in VLAREM II. Ze gelden voor gsm-antennes, radio en tv, radioamateurs, antennes van hulp- en veiligheidsdiensten en defensie. Mobiele antennes zoals gsm-toestellen vallen niet onder deze regelgeving, hiervoor bestaan federale productnormen. 

De beschrijving van de normen is gebaseerd op teksten uit VLAREM II, maar vervangen deze niet. 

Cumulatieve norm voor de straling van alle vast opgestelde zendantennes samen

De blootstelling aan straling van alle vast opgestelde zendantennes (gsm, radio, tv, radioamateurs, radars, het ASTRID-netwerk voor communicatie tussen de hulpdiensten…) mag niet hoger zijn dan de norm in de tabel. De norm is een grenswaarde voor de elektrische veldsterkte (in Volt per meter, V/m) die op een bepaalde plaats kan gemeten worden. Dat wil zeggen dat de elektrische veldsterkte (gedurende 6 minuten gemeten gemiddeld) niet hoger mag zijn dan de grenswaarden van de tabel. De grenswaarde is afhankelijk van de frequentie omdat de absorptie (opname) van energie van de elektromagnetische straling in het lichaam afhangt van de frequentie. Hoe lager de frequentie, hoe hoger de absorptie. Daarom is de norm voor lagere frequenties ook strenger. 

frequentie antenne (MHz) Elektrische Veldsterkte (V/m) voorbeeld van toepassing
380 14 Astrid (communicatie hulpdiensten)
800 19 4G
900 21 2G/3G
1800 29 2G/4G
2100 31 3G
2400 31 wifi
2600 31 4G
3500 31 Wimax (draadloos internet)
5200 31 wifi

 

Als er signalen van meerdere zendantennes kunnen worden gemeten op een bepaalde plaats (bv. van gsm-zendantennes, UMTS, radio, tv... ),  dan moeten de elektrische velden worden opgeteld volgens een formule die in de wetgeving wordt vermeld.

De blootstellingsnorm geldt op alle publiek toegankelijke plaatsen, bv. straten, parken, scholen, ziekenhuizen, tuinen… Operatoren kunnen rond een zendmast wel een zone afbakenen die ontoegankelijk is voor het publiek: een zogenoemde veiligheidszone (bv. op een dak waar een zendantenne staat). Binnen die zone moet de norm niet gerespecteerd worden. 

Norm per antenne voor gsm-antennes en antennes voor draadloos internet

Naast de totale hoeveelheid elektromagnetische straling door zendantennes bestaat er ook een norm per zendantenne voor gsm-antennes en antennes voor draadloos internet. Die norm per antenne zorgt voor een extra beperking van de blootstelling. Als er bv. drie zendantennes van 900 MHz op een mast staan, moet elke antenne op zich voldoen aan 3 V/m. De gezamenlijke blootstelling van deze drie antennes kan wel hoger zijn. De norm is afhankelijk van de frequentie, zoals weergegeven in de tabel:

frequentie antenne (MHz) Elektrische Veldsterkte (V/m) voorbeeld van toepassing
800 2,8 4G
900 3 2G/3G
1800 4 2G/4G
2100 4,5 3G
2400 4,5 wifi
2600 4,5 4G
3500 4,5 Wimax (draadloos internet)
5200 4,5 wifi


 

Deze norm geldt voor vast opgestelde zendantennes voor gsm en internet (bv. gsm, UMTS...). Het betreft ongeveer 85 % van alle vast opgestelde zendantennes.

De norm is niet van toepassing op bepaalde andere zendantennes zoals:

  • telecommunicatie in de luchtvaartsector, treinverkeer (gsm-r netwerk) en scheepvaart
  • radarsystemen
  • het ASTRID-netwerk voor hulp- en veiligheidsdiensten
  • militaire toepassingen
  • radio- en televisie-uitzendingen
  • radioamateurisme

Deze zendantennes moeten echter wel voldoen aan de cumulatieve norm.

De norm per zendantenne geldt enkel op verblijfplaatsen omdat deze extra norm er net is om de blootstelling van de bevolking aan elektromagnetische straling te beperken op plaatsen waar mensen regelmatig verblijven. Verblijfplaatsen zijn bv. woningen, scholen inclusief speelplaatsen, ziekenhuizen en crèches.  

Conformiteitsattest voor zendmasten

De antenne-eigenaar moet voor het in werking zetten van de installatie of voor een wijziging aan de antennes een conformiteitsattest aanvragen bij de Vlaamse overheid. Daarover vind je hier meer informatie. 

Productnormen

Elektronische communicatie-apparatuur, zoals gsm's, draadloze telefoons (DECT) en draadloze netwerkapparatuur (wifi), moet voldoen aan de Europese R&TTE-richtlijn 1999/5/EG (R&TTE staat voor ‘Radio and Telecommunications Terminal Equipment’). Deze richtlijn legt vereisten vast voor het voorkomen van storingen en ter bescherming van de gezondheid en de veiligheid van de gebruiker en van andere personen. De producent moet aantonen dat zijn producten, bv. gsm-toestellen of draadloze netwerkapparatuur (wifi), voldoen aan deze vereisten.

Deze richtlijn bevat onder meer de maximale SAR-waarden.pdf bestandFiche SAR (56 kB). De wetenschappelijke basis voor de bepaling van de grenswaarden zijn de aanbevelingen van de ICNIRP (International Commission on Non-Ionizing Radiation Protection). Volgens de ICNIRP mag de stralingsabsorptiewaarde (SAR) niet groter zijn dan de volgende grenswaarden:

  • 2 W/kg voor blootstelling van het hoofd en de romp (gemiddeld over 10 g lichaamsweefsel)
  • 4 W/kg voor blootstelling van ledematen (gemiddeld over 10 g lichaamsweefsel)
  • 0,08 W/kg voor blootstelling van het ganse lichaam (er wordt een lichaamsgemiddelde genomen)

Meer informatie over deze productnormen vind je op de site van de Federale overheid.