Mitigatie en adaptatie

Vlaanderen zet in op zowel mitigatie als adaptatie van klimaatverandering:

  • Mitigatie: tegengaan of beperken van klimaatverandering door het reduceren van de broeikasgasuitstoot.
  • Adaptatie: aanpassing van natuurlijke en menselijke systemen aan de huidige en de te verwachten gevolgen van klimaatverandering.

Deze dubbele inzet vertaald zich in de structuur van het huidig derde Vlaams Klimaatbeleidsplan (VKP). Dit VKP 2013-2020 bestaat uit een overkoepelend kader en twee afzonderlijke maar onderling goed afgestemde luiken:

  • Het Vlaams Mitigatieplan (VMP): het doel van het VMP is het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen in Vlaanderen tussen 2013 en 2020 om zo de klimaatverandering tegen te gaan. Daarnaast wordt er een basis gelegd voor de noodzakelijke verdere emissiereducties richting 2050.
  • Het Vlaams Adaptatieplan (VAP): het doel van het VAP is een beeld te krijgen van hoe kwetsbaar Vlaanderen is voor klimaatverandering en vervolgens de weerbaarheid van Vlaanderen tegen klimaat­verandering verhogen.

Waarom twee deelplannen?

Mitigatie en adaptatie zijn keerzijden van dezelfde medaille. Dit is een ondertussen breed nationaal en internationaal gedragen concept. Hoe hard we ook ons best doen om onze uitstoot van broeikasgassen te verminderen, een zekere mate van klimaatverandering is nu al onvermijdelijk en daar moeten we ons op voorbereiden. Langs de andere kant geldt ook dat hoe meer de uitstoot van broeikasgassen wordt verminderd, hoe gemakkelijker het wordt om ons op de daaruit volgende klimaatverandering voor te bereiden. Zonder mitigatie zal een toereikend adaptatiebeleid ook niet mogelijk zijn. De veranderingen zouden immers te extreem zijn. We moeten dus op beide uitdagingen inzetten.

Bij het opstellen van beide deelplannen werd het andere aspect altijd in de afweging meegenomen en werd zoveel mogelijk gezocht naar win-win situaties. We mogen immers niet vergeten dat mitigatie- en adaptatie­maatregelen elkaar soms kunnen versterken. Zo zal voor een goed geïsoleerd huis niet enkel minder energie nodig zijn om dit huis te verwarmen (mitigatie), maar zal dit er ook voor zorgen dat de bewoners minder hinder zullen ondervinden tijdens een hittegolf (adaptatie). Mitigatie- en adaptatie­maatregelen kunnen elkaar echter ook tegenwerken. Zo zal de installatie van elektrische airco extra CO2-uitstoot veroorzaken.

Hoewel mitigatie en adaptatie niet los van elkaar te zien zijn, zijn er toch ook een aantal duidelijke verschillen:

  • De tijdshorizon is verschillend. De mitigatiemaatregelen in het VMP 2013-2020 spitsen zich in eerste instantie toe op 2020 met een doorkijk naar 2050. De uitstoot van broeikasgassen moet immers op ‘korte’ termijn (nu tot en met 2050) gereduceerd worden als we de klimaatverandering binnen de perken willen houden. Omdat er minder (internationale) druk op zit, kan bij adaptatie meer stapsgewijs naar een toekomstbeeld toegewerkt worden. Hiervoor wordt het jaar 2100 gebruikt. Zowel in Vlaanderen als internationaal is dit de meest gebruikte tijdshorizon voor adaptatie.
  • Hoewel bij beide een groot aantal beleidsvelden betrokken zijn, worden er verschillende sectoren beoogd. Voor mitigatie moet er onder andere gekeken worden naar de uitstoot van het vervoer en de energie-efficiëntie in gebouwen. Voor adaptatie wordt er gekeken naar aspecten zoals overstromingen, droogte (en het effect daarvan op bijvoorbeeld landbouw of natuur) en hitte in de stedelijke omgeving. Natuurlijk zijn hier dwarsverbanden tussen, maar de uitgangspunten verschillen sterk. Bijgevolg hebben mitigatie en adaptatie deels verschillende stakeholders.
  • Verschillende sectoren vragen ook om een verschillende aanpak. Investeringen in beide aspecten van het klimaatbeleid kunnen op (korte) termijn kostenbesparend werken, hoewel velen tegen de initiële kost of het ongemak van de werken opzien. Maar, waar bij adaptatie het resultaat van de investering voor de betrokkene direct een eigen voordeel oplevert, is bij mitigatie de link tussen de individuele acties en de daling van de (wereldwijde) broeikasgasuitstoot soms minder evident. Dit heeft bij mitigatie tot gevolg dat mensen minder genoegdoening voelen van hun acties of zich wegsteken achter het niet-handelen van hun buren. Dit vraagt om een gediversifieerde aanpak.

Door deze verschillen in beoogde tijdshorizon, beoogde sectoren en aanpak, is het niet vanzelfsprekend om één gezamenlijke lijn te trekken voor beide thema’s. Ook internationaal worden ondanks hun sterke verwevenheid mitigatie en adaptatie gescheiden uitgewerkt. Daarom is ervoor gekozen om te werken met twee verschillende deelplannen die in nauwe wisselwerking met elkaar werden opgesteld. Beide deelplannen vormen samen het VKP en moeten samen bekeken worden om een volledig beeld te krijgen van het Vlaamse klimaatbeleid.

Contacteer ons
Dienst Klimaat