Lage emissiezone: wat en waarom?

Wat is een lage-emissiezone?

Een lage-emissiezone (LEZ) is een zone waarbinnen de meest vervuilende voertuigen niet meer zijn toegelaten. De toegangsvoorwaarden (link naar “welke toegangsregels gelden er in een LEZ?”) zijn 7 dagen per week en 24u per dag van toepassing.

Waarom voeren steden lage-emissiezones in?

Het invoeren van een lage-emissiezone is één van de meest effectieve maatregelen op lokaal niveau om de gezondheidsimpact van verkeer te verminderen.

Luchtverontreiniging heeft een negatieve impact op onze gezondheid. In 2013 duidde de Wereldgezondheidsorganisatie luchtverontreiniging in zijn geheel als kankerverwekkend aan.

Verkeer draagt sterk bij (tot 50 %) aan de lokale roetconcentraties. Dit zijn zeer kleine stofdeeltjes die een bedreiging vormen voor onze gezondheid. Vooral oude dieselwagens stoten veel fijn stof uit. Als sterk vervuilende voertuigen uit een gebied geweerd worden, dan zullen de roetemissies en -concentraties sterk dalen. Hierdoor daalt het risico op aandoeningen aan de luchtwegen en hart- en vaatziekten.

Verkeer draagt ook sterk bij (tot meer dan 50%) aan de lokale NO2-concentraties (stikstofoxiden). Sinds dieselgate werd duidelijk dat ook recente dieselwagens te veel schadelijke stikstofoxiden (NOX) uitstoten. Daarom voerde Europese Commissie een nieuwe testprocedure in die ervoor zal zorgen dat de uitstoot in de praktijk daalt. Deze nieuwe testprocedure trad in werking vanaf 1 september 2017. Voertuigen die volgens de nieuwe testprocedure worden getest stoten drie tot vier keer minder NOx uit dan de huidige Euro 6-diesels. Door in een latere fase enkel nog dieselwagens (personen- en bestelwagens) toe te laten die volgens de nieuwe testprocedure zijn getest, zullen de NOx-emissies en de NO2-concentraties significant dalen. Dit zal gezondheidsproblemen zoals een slechtere longfunctie, allergische reacties, acute ademhalingsziekte, beschadiging van het longweefsel (bij hoge blootstelling) en een hogere gevoeligheid voor infecties verminderen.

Heeft een lage-emissiezone wel zin nu de uitstoot van voertuigen in realiteit veel hoger blijkt te zijn dan wettelijk toegestaan?

Ja, de lage emissiezone zal nog steeds zorgen voor een verbetering van de luchtkwaliteit. De euronorm houdt rekening met de uitstoot van verschillende stoffen zoals CO (koolstofmonoxide), NOx (stikstofoxide) en fijn stof. Bij oudere dieselvoertuigen is de uitstoot van roet het grootste probleem. Dit zijn voertuigen met een lagere euronorm. De LEZ wil vooral de hoeveelheid roet en fijn stof in de lucht doen dalen om de lokale luchtkwaliteit te verbeteren. Bij de veelbesproken manipulatie van de testgegevens bij enkele automerken ging het niet om de uitstoot van fijn stof, maar wel om de waarden van NOx (stikstofoxiden) waarbij de testresultaten geen correcte weergave van de werkelijke uitstoot bleken te zijn. Los daarvan is de uitstoot van roet en fijn stof bij oudere dieselvoertuigen sowieso slechter dan deze van nieuwe dieselvoertuigen.

Is het invoeren van een lage-emissiezone geen asociale maatregel?

Neen, integendeel. Sociaal zwakkere personen wonen meestal op de meest vervuilde locaties, terwijl ze niet altijd over een auto beschikken. Zij zullen dus het meeste baat hebben bij deze maatregel. Het is ook niet zo dat alle oudere wagens uit een LEZ zullen worden geweerd en dat iedereen dus verplicht zal worden om een dure, recente wagen te kopen. Oudere benzinewagens, waarvan de aankoop meestal goedkoper is dan die van dieselwagens, worden toegelaten. Ook autodelen kan een optie zijn voor mensen die weinig kilometers afleggen en geen nieuwe wagen kunnen of willen kopen. Bij het verlenen van lokale toelatingen (link naar lokale toegangsregels) moeten de gemeenten bovendien een sociaal gunstig tarief hanteren voor de inwoners van een LEZ die in aanmerking komen voor een verhoogde tegemoetkoming voor gezondheidszorg.

Contacteer ons
Afdeling Energie, Klimaat en Groene Economie (EKG)