Infrastructuur kwekerij

  • De inrichting van het dierenverblijf is erop gericht om alle dieren voldoende afwisseling en stimulatie te geven.  De verblijven moeten aangepast zijn aan de noden en het gedrag van de diersoort (temperatuur, luchtvochtigheid, ventilatie, licht,…). De ruimtes moeten voldoende verlucht worden. Er moet natuurlijke lichtinval zijn voor een normaal dag- en nachtritme, ook op de sluitingsdagen.
  • De ruimtes worden geregeld gereinigd en ontsmet.
  • De vloer is droog en gemakkelijk te reinigen. Bij gunstig advies van de Inspectiedienst kan een bijkomende ruimte bedekt met gras, grind of een ander geschikt materiaal worden toegelaten.
  • Het gebruik van roostervloeren is verboden. 
  • Geperforeerde vloerprofielen mogen gebruikt worden op voorwaarde dat de profielen:
    • voldoende steun geven aan de poten
    • voor slechts een beperkt deel van de hokoppervlakte worden gebruikt
    • gemakkelijk volledig kunnen verwijderd worden
    • niet boven een mestkelder ligt
  • Honden hebben toegang tot een vast buitenbeloop.  Als een permanente toegang niet mogelijk is, worden de honden ten minste twee uur per dag gedurende vijf dagen per week uitgelaten. De verantwoordelijke toont dat op vraag van de dienst aan, bijvoorbeeld aan de hand van camerabeelden of chipregistratie. 
    Een buitenbeloop is niet verplicht voor:
    • de honden die niet-gespeende jongen hebben
    • de zieke honden

    • de honden die in quarantaine of in het afzonderingslokaal verblijven.

  • Bij eventuele permanente buitenverblijven moeten de dieren beschikken over een beschutting tegen koude, zon, tocht en neerslag. Een verharding moet hen beschermen tegen een vochtige bodem.
  • Voor katten  moeten er voorwerpen zijn waarop ze kunnen klimmen of hun nagels kunnen scherpen. De kattenbak met voldoende absorberend materiaal hebben.

Opslag

  • Het diervoeder wordt hygiënisch opgeslagen. Bederfelijke voeding wordt in gepaste koelsystemen bewaard.
  • De opslag van afval van strooisel, uitwerpselen, vuilnis, … gebeurt in een lokaal dat afgescheiden is van de lokalen waar de dieren verblijven en waar het diervoeder wordt bewaard.

Veiligheid

  • De huisvesting moet stevig en veilig zijn, zonder ontsnappingsmogelijkheden.
  • De lokalen waarin de dieren gehuisvest worden, zijn uitgerust met een brandalarmsysteem dat in geval van brand een alarmcentrale verwittigt. Het telefoonnummer van een contactpersoon die buiten de openingsuren gecontacteerd kan worden, is op leesbare wijze aangebracht aan de ingang van de inrichting. Een alarmsysteem dat verbonden is met de gsm van een verantwoordelijke is ook toegestaan.
    In een hobbykwekerij die op dezelfde plaats ligt als het woonhuis van de verantwoordelijke mogen optische rookmelders gebruikt worden.  Het telefoonnummer moet dan niet vermeld worden. 

Hokken

  • Groepshuisvesting. Honden moeten in groep (minstens per 2) worden gehouden. Enkel in geval van agressie of ziekte mag hiervan worden afgeweken. 
  • De minimumoppervlakten voor de verblijven worden bepaald door de schofthoogte van de honden. Als je honden van verschillende grootte samen houdt, dan moet je rekening houden met de schofthoogte van de grootste hond.
  • De hoogte van de verblijven is minstens 2 maal de schofthoogte met een minimumhoogte van 75 cm.
  • De honden die in de hokken zitten (met uitzondering van de kraamhokken) moeten naar buiten kunnen kijken. Minstens een vierde van de oppervlakte van één wand moet open of doorzichtig zijn op ooghoogte.
  • Voor de minimumoppervlakte van een kraamhok voor honden moet je rekening houden met de schofthoogte van de moeder en de leeftijd van de pups (jonger dan 7 weken en jonger dan 10 weken). De ruimten met de kraamhokken voor honden jonger dan 7 weken zijn niet toegankelijk voor het publiek.
  • Voor katten bedraagt de minimumhoogte 1,80 meter en de minimumoppervlakte 1m² per kat, al dan niet met jongen.

Extra lokalen

  • Kwekerijen waar meer dan 50 volwassen honden of katten kunnen verblijven, moeten beschikken over 2 extra lokalen voor specifieke doeleinden:
    • een verzorgingslokaal waarvan de muren en de vloer afwasbaar en makkelijk te ontsmetten zijn, en dat uitgerust is met stromend water, een onderzoekstafel, ontsmettingsproducten, een stopcontact, een isoleerkooi en voldoende verlicht is om ingrepen te kunnen uitvoeren;
    • een afzonderingslokaal waarvan de muren en de vloer afwasbaar en makkelijk te ontsmetten zijn.
    • een quarantainelokaal om nesten te verhandelen die afkomstig zijn van andere kwekerijen dan de zijne, moet de kweker-handelaar een quarantainelokaal hebben. Dit mag niet het afzonderingslokaal zijn zoals hierboven beschreven.
      • Het quarantainelokaal is afgezonderd van de rest en niet toegankelijk voor het publiek. Het is voldoende ruim.
      • Het ligt buiten de plaatsen waar veel passage is.
      • De vloer is stevig en kan makkelijk gereinigd worden.
      • De muren zijn tot op 1 meter afwasbaar.
      • Er is koud en warm water en ventilatie aanwezig.
      • Het lokaal mag alleen betreden worden met propere kledij die enkel in het quarantainelokaal wordt gedragen.
      • De dierenverblijven worden dagelijks gereinigd. Na vertrek van het dier worden ze ontsmet.
      • Als de dieren ziektesymptomen hebben, worden de verblijven dagelijks gereinigd en ontsmet.
      • Aan de ingang hangt duidelijk zichtbaar een reglement op.
      • De minimale verblijfsduur is 10 dagen.

Wetgeving

Contacteer ons
Inspectiedienst Dierenwelzijn