Groene economie in Vlaanderen: studies

Groene business modellen: waarom slaan ze niet aan?

Het Departement Omgeving liet onderzoeken of Vlaamse bedrijven hun businessmodel voldoende vergroenen. En hoe de vergroening en innovatie van bedrijfsmodellen en -strategieën de transitie naar een groene Vlaamse economie kan versnellen. Het rapport van dit onderzoek, uitgevoerd door adviesbureau PWC, kwam tot stand in co-creatie met Vlaamse bedrijven en sectororganisaties. De deelnemende bedrijven erkenden de noodzaak om te evolueren, maar ze zijn vaak nog zeer voorzichtig om de omslag naar een toekomstbestendig bedrijfsmodel te maken.

Op weg naar een groene economie

De hernieuwbare energiesector

Om de discussie en het beleid rond hernieuwbare energie te ondersteunen, besliste het Departement Omgeving samen met het Vlaams Energie Agentschap om in 2010 de Vlaamse hernieuwbare energiesector onder de loep te nemen. Op basis van een bevraging van de sector en een analyse van de jaarrekeninggegevens, bekijkt de studie "pdf bestandDe hernieuwbare energiesector - Een Vlaamse socio-economische analyse (768 kB)" de volgende belangrijke parameters van de hernieuwbare energiesector in Vlaanderen: de omzet, de tewerkstelling, de financiële ratio’s, de kenmerken van de sector zoals de rechtsvorm, het oprichtingsjaar, de geografische ligging enzovoort.  

De Vlaamse milieusector

Milieu en hernieuwbare energie zijn een belangrijke motor van een nieuwe economische ontwikkeling. Vlaanderen wil daarom een vergroening van zijn economie realiseren. Een gevolg van de overgang naar een groene economie is dat investeringen in milieuvriendelijke productiemethoden aantrekkelijker worden en er zich dus nieuwe tewerkstellingskansen voordoen. Met de studie "pdf bestandHoe de Vlaamse milieusector in kaart brengen (4.75 MB)" (2012) wil het Departement Omgeving een socio-economische analyse maken van de milieusector in Vlaanderen. Niet enkel vanuit de overheid, maar ook vanuit de sector zelf, kwam de vraag om de milieusector in kaart te brengen. Deze studie werd dan ook gezamenlijk uitgevoerd met de Vereniging van Vlaamse Milieucoördinatoren (VMC) en de Federatie van Bedrijven voor Milieubeheer (FEBEM). 

Subsidies met impact op het milieu

Subsidies worden in het leven geroepen om bepaalde beleidsdoelstellingen te behalen, maar kunnen een onbedoeld nadelig effect hebben op het leefmilieu. De Europese Commissie en andere organisaties roepen op om milieuschadelijke subsidies weg te werken. Deze studie pdf bestandSubsidies met impact op het milieu (3.13 MB) (2013) heeft een tool opgeleverd voor het identificeren van subsidies die schadelijk zijn voor het milieu. Daarbij werden er ook richtsnoeren ontwikkeld die de Vlaamse beleidsmakers kunnen gebruiken als ze subsidies evalueren en als ze subsidies willen laten uitdoven of hervormen.

Daarnaast is er een long list van potentieel milieuschadelijke subsidies opgesteld waarbij er een aantal cases verder in de diepte zijn uitgewerkt. Het antwoord op de vraag of een subsidie al dan niet als milieuschadelijk  kan worden bestempeld, is niet altijd eenduidig, maar veeleer genuanceerd.

Vergroening van de fiscaliteit

De belastingdruk op arbeid verlagen én de consumptie en productie richting milieuvriendelijkere alternatieven sturen kan voor milieuwinst en een nieuw groeipotentieel voor de Vlaamse economie zorgen. De internalisering van de milieukosten in de prijs van producten en diensten stimuleert consumenten en producenten om voor milieuvriendelijkere alternatieven te kiezen.

In de studie “pdf bestandVergroening van de fiscaliteit (1.85 MB)” wordt onderzocht wat het effect isvan de invoering van verschillende milieubelastingen en het aanwenden van deze inkomsten voor het verlagen van de loonkosten (RSZ-vermindering) of het verhogen van nettolonen (verlagen personenbelasting). De gemodelleerde scenario’s zijn altijd budgetneutraal. Zo werden een aantal milieubelastingen volledig gecompenseerd door een lastenverlaging van de personenbelasting of van de werkgeversbijdragen.

Financiering van lokale klimaatplannen

Lokale klimaatplannen zoals de Burgemeesterconvenant hebben bij lokale overheden een belangrijke dynamiek op gang gebracht in de strijd tegen de klimaatverandering. Uit voorgaande trajecten is gebleken dat de opgestelde actieplannen botsen op het financieringsvraagstuk: hoe gaan we de geformuleerde acties in tijden van budgettaire beperkingen kunnen realiseren. Het uitdenken van een financieringsstrategie voor deze actieplannen moet heel doordacht gebeuren.

In dit project werd aan de hand van een aantal werkgroepen een draaiboek opgesteld die de stappen weergegeven om een gedragen financieringsstrategie uit te werken. In hetpdf bestandDraaiboek Financiering lokale klimaatplannen (1.22 MB) staan mijlpalen beschreven die bereikt moeten worden. Hiervoor moeten een aantal activiteiten doorlopen worden. De goede praktijken geven een aantal voorbeelden van activiteiten weer. Tot slot worden tips en aandachtspunten gegeven bij elk van de mijlpalen.

Een CO2-, water- en afvalneutrale Vlaamse voedingsnijverheid tegen 2030

In het kader van de uitvoering van het tweede Doelgroepprogramma met de voedingsnijverheid ging de Vlaamse overheid na of het haalbaar is om de Vlaamse voedingsindustrie CO2-, water- en afvalneutraal te maken tegen 2030. Download hier de studie Een CO2-, water-en afvalneutrale Vlaamse voedingsnijverheid tegen 2030.

De resultaten in deze studie zijn geen voorspellingen, ze gaan uit van een nulmeting voor de verschillende milieucompartimenten anno 2010 zonder prospecties van wijzigingen in de toekomst binnen en buiten de voedingsindustrie.

Met de resultaten kunnen bedrijven in de voedingsindustrie, de sector en de overheden gericht actie nemen om het pad naar milieuneutraliteit in te zetten. De resultaten geven enerzijds aan hoe haalbaar vandaag de dag het bereiken van milieuneutraliteit is tegen 2030, anderzijds welke maatregelen de komende jaren kunnen genomen worden om naar milieuneutraliteit te streven.

De studie geeft ook aan voor welke maatregelen er conflicten zijn tussen verschillende milieucompartimenten en waar dus beleidskeuzes moeten gemaakt worden.

FEVIA-Vlaanderen en een aantal van haar leden en de Vlaamse overheid zijn ondertussen aan de slag gegaan met de resultaten van deze studie.

Contacteer ons
Afdeling Energie, Klimaat en Groene Economie (EKG)