Grindbeleid

Het Grindbeleid voert de bepalingen van het Grinddecreet en van zijn Wijzigingsdecreten uit. De grindproblematiek heeft niets te maken met een tekort aan grondstof, maar wel met de ruimtelijke draagkracht van de omgeving.

Grinddecreet

Het Grinddecreet (1993) regelt de grindwinning in Limburg en de daarmee gepaard gaande gevolgen. Daarbij werden de mogelijkheden voor verdere grindwinning vrij strikt afgebakend met het oog op de beëindiging van grindwinning in de provincie Limburg na 2005. De ruimtelijke draagkracht dreigde immers te worden overschreden.

Concreet werd een finale productie van 59,5 miljoen ton valleigrind en 41,4 miljoen ton berggrind tegen 1 januari 2006 vooropgesteld. Grindbedrijven moesten ook een halfjaarlijkse grindheffing betalen aan het Grindfonds dat de sluiting van de grindwinning sociaal zou begeleiden.

Wijzigingsdecreet van 6 juli 2001

Om de essentie van het Grinddecreet te realiseren, bleken eind de jaren ’90 wijzigingen nodig. Zo wilde men zorgen dat de doelstellingen van het decreet uitgevoerd konden worden, zonder aan de doelstellingen te raken. De wijzigingen in het wijzigingsdecreet van 6 juli 2001 hebben betrekking op:

  • mogelijkheden om administratieve geldboetes en ambtshalve heffingen op te leggen;
  • herschikking van de taken van herstructureringscomité en herberekening van de grindheffing;
  • verdeling van de productiequota volgens een vaste verdeelsleutel;
  • mogelijkheid om occasionele grindwinningen aan een heffing te onderwerpen.

Wijzigingsdecreet van 15 juli 2005

Door de vertragingen in het vrijgeven van ontginningsgronden kon de globaal vooropgestelde productie van 59,5 miljoen ton valleigrind en 41,4 miljoen ton berggrind tegen 1 januari 2006 niet gehaald worden. Om de quota alsnog te kunnen realiseren, werd het Grinddecreet via het wijzigingsdecreet van 15 juli 2005 verlengd. Daarin werden volgende elementen vastgelegd:

De aanvankelijk voorziene grindquota werden aan de sector toegekend en de hiervoor noodzakelijke ontginningsterreinen werden aangeduid.
De vermelde einddatum van 1 januari 2006 werd geschrapt.
Voor grindwinning als hoofdproductie werd de werking van het decreet beperkt tot de oorspronkelijke voorziene quota en de daaraan gekoppelde ontginningsgebieden.
Grindwinning als nevenproductie samen met onderliggend kwartszand blijft ook in de toekomst mogelijk. 

Wijzigingsdecreet van 3 april 2009

Bij decreet van 3 april 2009 werd aan het Grinddecreet een hoofdstuk over projectgrindwinning ingevoegd. Projectgrindwinning is grindwinning die gepaard gaat met de realisatie van een maatschappelijk project van groot openbaar belang dat op zichzelf niet gericht is op het winnen van grind. De productiequota zijn hierop niet van toepassing.

Stand van zaken rond grindwinning

Het Grinddecreet en zijn 3 wijzigingsdecreten regelen de grindwinning.

Concreet betekent dit dat de grindwinning als hoofdproductie mogelijk blijft tot de in het Grinddecreet vooropgestelde productiequota (59,5 miljoen ton valleigrind en 41,4 miljoen ton berggrind) effectief gerealiseerd zijn.

Daarnaast blijft grindwinning mogelijk in de volgende 3 uitzonderingsgevallen:

  • grindwinning als nevenproductie bij winning van onderliggend kwartszand (decreet van 15 juli 2005) -> onderworpen aan grindheffing;
  • grindwinning bij infrastructuurwerken (decreet van 3 april 2009) -> niet onderworpen aan grindheffing;
  • projectgrindwinning (decreet van 3 april 2009) -> niet onderworpen aan grindheffing.
Regelgeving