Contacteer ons

Goedkeuringsprocedure JI/CDM van het Vlaams Gewest

Reglementair kader

De goedkeuringscriteria en –procedure voor CDM- en JI-projectactiviteiten door het Vlaamse Gewest zijn vastgelegd in hoofdstukken 10 en 11 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2012 inzake verhandelbare emissierechten voor broeikasgassen voor vaste installaties en de inzet van flexibele instrumenten. De Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu, staat in voor de beoordeling van een verzoek tot goedkeuring van een projectactiviteit.

Goedkeuringscriteria

Wanneer een particuliere of openbare organisatie deelneemt aan een projectactiviteit moet hij rekening houden met volgende voorwaarden:

  • Een particuliere of openbare organisatie die deelneemt aan een projectactiviteit zorgt ervoor dat die deelname volledig strookt met de desbetreffende richtsnoeren, uitvoeringsvoorwaarden en procedures overeenkomstig het UNFCCC en het Protocol van Kyoto. In het bijzonder zorgt de particuliere of openbare organisatie ervoor dat de projectactiviteit resulteert in:
  1. werkelijke en meetbare voordelen op lange termijn in verband met de matiging van klimaatverandering;
  2. emissiereducties van broeikasgassen die een extra vermindering opleveren ten opzichte van de situatie die zonder de voorgestelde projectactiviteit zou zijn opgetreden;
  3. de overdracht van milieuvriendelijke en –veilige technologie en kennis.
  • De particuliere of openbare organisatie ziet er tevens op toe dat de projectactiviteit zo wordt ontwikkeld en uitgevoerd dat wordt bijgedragen aan duurzame ontwikkeling in het gastland en dat de projectactiviteit dus geen significante negatieve sociale of milieu-impact heeft en economisch efficiënt is.
  • Een particuliere of openbare organisatie die deelneemt aan een projectactiviteit in een land dat een toetredingsverdrag met de Europese Unie heeft ondertekend zorgt ervoor dat het referentieniveau voor deze projectactiviteit, zoals omschreven in besluiten die aangenomen zijn op grond van het UNFCCC of het Protocol van Kyoto, volledig voldoet aan het acquis communautaire, met inbegrip van de tijdelijke ontheffingen zoals bepaald in dat toetredingsverdrag.
  • Een particuliere of openbare organisatie die deelneemt aan een projectactiviteit voor de opwekking van waterkracht met een opwekkingsvermogen van meer dan 20 MW zorgt ervoor dat bij de ontwikkeling van deze projectactiviteit desbetreffende internationale normen en richtsnoeren worden gerespecteerd, onder andere die uit het in het jaar 2000 uitgebrachte verslag van de Wereldcommissie stuwdammen: “Dams and Development – A new Framework for Decision-Making”.

Goedkeuringsprocedure

Hoe een verzoek tot goedkeuring indienen?

In het ministerieel besluit van 28 juni 2007 betreffende het indienen van een verzoek tot goedkeuring van een CDM- of JI-projectactiviteit is vastgesteld hoe een verzoek tot goedkeuring van een projectactiviteit moet worden opgemaakt. De documenten die moeten worden toegevoegd aan een verzoek zijn afhankelijk van het soort projectactiviteit:

Alle documenten moeten in het Nederlands, Frans ofwel Engels opgesteld te zijn. Indien dit niet het geval is, moet een vertaling in één van deze talen door een beëdigd vertaler te worden bijgevoegd.

Een verzoek tot goedkeuring van een projectactiviteit moet zowel elektronisch (e-mail) als schriftelijk worden ingediend:

Vlaamse Overheid
Departement Leefmilieu, Natuur en Energie
Afdeling Lucht, Hinder, Risicobeheer, Milieu & Gezondheid
t.a.v. Annemie Neyens
Koning Albert II-laan 20 bus 8
1000 Brussel

Hoe wordt een verzoek tot goedkeuring behandeld?

  • Een adviescommissie beoordeelt eerst de volledigheid van het verzoek tot goedkeuring van een projectactiviteit. Als het verzoek tot goedkeuring onvolledig wordt bevonden, dan wordt de aanvrager daarvan schriftelijk in kennis gesteld binnen veertien kalenderdagen na de ontvangst van het verzoek tot goedkeuring, met vermelding van de inlichtingen en gegevens die ontbreken of nadere toelichting vereisen. De aanvrager beschikt dan over een aanvullende termijn van veertien kalenderdagen om het verzoek tot goedkeuring te vervolledigen. Als de aanvrager het verzoek niet binnen die termijn vervolledigt, brengt de Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieubeleid, de gemotiveerde negatieve beoordeling schriftelijk ter kennis van de aanvrager binnen een termijn van vier maanden na de ontvangst van het verzoek tot goedkeuring van een projectactiviteit.
  • De adviescommissie beoordeelt vervolgens de verenigbaarheid van het verzoek tot goedkeuring van een projectactiviteit met de goedkeuringscriteria. Om de beoordeling naar behoren te kunnen uitvoeren, kan de adviescommissie de aanvrager schriftelijk verzoeken om aanvullende informatie te verschaffen. Het verzoek om aanvullende informatie bevat zowel de aard van de vereiste informatie en de manier waarop die wordt aangeleverd, als de termijn waarbinnen de informatie wordt aangeleverd. Tevens kan de adviescommissie vereisen dat de aangeleverde informatie wordt onderworpen aan een onafhankelijke verificatie. De commissie kan voorwaarden opleggen waaraan de verificatie en de persoon, belast met de verificatie, moeten voldoen.
  • Binnen een termijn van drie maanden na de ontvangst van het verzoek tot goedkeuring van de projectactiviteit brengt de adviescommissie een gemotiveerd advies uit, gebaseerd op de beoordelingscriteria.
  • Binnen een termijn van vier maanden na de ontvangst van het verzoek tot goedkeuring van een projectactiviteit beslist de Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieubeleid, over het goedkeuren of niet-goedkeuren van de projectactiviteit.
  • Na de bekrachtiging van de beslissing tot goedkeuring van een projectactiviteit door het aanspreekpunt (JI) of door de aangewezen nationale autoriteit (CDM) brengt de Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieubeleid, zijn beslissing ter kennis van de aanvrager.