FAQ Particuliere stookolietanks


 

 

 

Waar vind ik de teksten van de milieuwetgeving?
 

De teksten van de geactualiseerde en gecoördineerde versie van het VLAREM vind je op deze website (nieuw venster). Met alle vragen over het VLAREM kan je terecht bij de afdeling GOP. 

top


 

Welke wetgeving is van toepassing?
 

Het VLAREM is van toepassing. Voor de verwarming van woningen wordt in het VLAREM onderscheid gemaakt tussen:

  • stookolietanks voor de opslag van minder dan 5.000 kg gasolie, ook wel ‘particuliere stookolietanks’ genoemd (niet-ingedeelde opslag). De voorwaarden waaraan deze stookolietanks moeten voldoen vindt u in hoofdstuk 6.5 ‘Particuliere stookolietanks met een waterinhoud van minder dan 5.000 kg’ van titel II van het VLAREM.

  • stookolietanks voor de opslag van 5.000 kg gasolie of meer (ingedeelde opslag). De voorwaarden waaraan deze stookolietanks moeten voldoen vindt u in hoofdstuk 5.6 ‘Brandstoffen en brandbare vloeistoffen’ van titel II van het VLAREM.

  • stookolietanks voor de opslag van 5.000 kg gasolie of meer, wanneer de gasolie gekenmerkt wordt door het symbool GHS02 (ingedeelde opslag). De voorwaarden waaraan deze stookolietanks moeten voldoen vindt u in hoofdstuk 5.17 ‘Opslag van gevaarlijke producten’ van titel II van het VLAREM. 

Opmerking:

  • de massadichtheid van gasolieproducten voor verwarming varieert van 0,820 tot 0,870 kg/l bij 15°C

  • het GHS02-symbool is het gevarenpictogram voor 'ontvlambaar'. Dit symbool staat op de verpakking van vloeistoffen met een vlampunt onder de 60 graden Celcius. Vloeibare brandstoffen kunnen afhankelijk van hun vlampunt al dan niet gekenmerkt worden door een GHS02-symbool.

top

Moet ik voor mijn stookolietank een omgevingsvergunning aanvragen?
 

Stookolietanks voor de verwarming van woningen zijn niet ingedeeld zolang de totale opslaghoeveelheid bij de woning minder dan 5.000 kg bedraagt. In dat geval moet je geen bijkomende stappen ondernemen.

Als de totale opslaghoeveelheid van de verschillende stookolietanks bij de woning 5000 kg of meer bedraagt, moet je een melding indienen bij het college van burgemeester en schepenen van je gemeente/stad. Bij een totale inhoud van meer dan 50.000 liter gasolie zonder GHS02-symbool of meer dan 20 ton gasolie met GHS02-symbool moet je een omgevingsvergunningsaanvraag indienen alvorens de stookolietanks geplaatst kan worden.

top


 

Wie contacteren voor het onderhoud en controle van de stookolietank? Een erkende technicus of een milieudeskundige erkend in de discipline houders voor gassen of gevaarlijke stoffen?
 

De exploitant moet ervoor zorgen dat de opslaginstallatie steeds in goede staat van werking en onderhoud verkeert en in het bijzonder dat elke verontreiniging van het milieu wordt voorkomen. Dat de merkplaat moet steeds leesbaar blijven. Als er een verontreiniging of lekkage vastgesteld of vermoed wordt, moeten onmiddellijk alle maatregelen genomen worden om de schade en verstoring van het milieu te beperken. Waneeer verdere verontreiniging van bodem en grondwater niet onmiddellijk tegengehouden kan worden, wordt de opslaginstallatie buiten gebruik gesteld en wordt de houder geledigd. In dit laatste geval wordt de toezichthouder onmiddellijk verwittigd.

  • Een particuliere stookolietank (opslag minder dan 5.000 kg) voor de verwarming van een woning, moet gecontroleerd worden door een erkende stookolietechnicus. Erkende technici beschikken over een (in het Vlaams Gewest) persoonlijk op naam toegekend erkenningsnummer beginnend met de letters SV gevolgd door 5 cijfers (bijvoorbeeld SV00022 of SV56489).


    Bekijk de overzichtslijst van de erkende technici.
     
  • Wanneer het de opslag betreft van 5.000 kg gasolie of meer voor de verwarming van een woning, moet de stookolietank gecontroleerd worden door een erkend stookolietechnicus of een milieudeskundige erkend in de discipline houders voor gassen of gevaarlijke stoffen.
     
  • Elke stookolietank, andere dan deze hierboven (bijvoorbeeld een stookolietank met een vulpistool om een tractor van brandstof te voorzien, een opslaghouder voor stookolie die niet gebruikt wordt voor verwarming van gebouwen bv. voor opstarten van noodgroepen enz …) moet gecontroleerd worden door een milieudeskundige erkend in de discipline houders voor gassen of gevaarlijke stoffen.
    Deze milieudeskundigen beschikken over een (in het Vlaams Gewest) nominatief toegekend erkenningsnummer waarin de kenletter H voorkomt gevolgd door ofwel 3 cijfers (bijvoorbeeld 2000/H017), ofwel gevolgd door 2 of 3 letters en daarna 3 cijfers (bijvoorbeeld 2001/HAV007, 2008/HSGS012), ofwel gevolgd door hun voor- en achternaam.

    Bekijk de overzichtslijst van de milieudeskundigen erkend in de discipline houders voor gassen of gevaarlijke stoffen.

top


Wanneer moet er een controle plaatsvinden?
 

  • De opslaghoeveelheid is kleiner dan 5000 kg (particuliere stookolietanks):

​​°​ Controle bij plaatsing:

Elke stookolietank moet na de plaatsing maar voor de ingebruikname gecontroleerd worden door een erkende technicus die een certificaat opstelt waaruit ondubbelzinnigblijkt dat de opslaginstallatie voldoet aan de bepalingen van hoofdstuk 6.5 van titel II van het VLAREM. Hierop vermeldt hij zijn naam en erkenningsnummer. Hij bezorgt de eigenaar het certificaat van de installatie, samen met de certificaten of de beproevingsverslagen van de onderdelen ervan. De eigenaar bezorgt de exploitant een kopie van het certificaat van de installatie.

Binnen de maand na aanleg van de opslaginstallatie brengt de technicus op de houder een duidelijk leesbare en onuitwisbare groene merkplaat aan met hierop volgende onuitwisbare gegevens: zijn erkenningsnummer, de datum van plaatsing van de opslaginstallatie en, als het om een ondergrondse houder gaat, de uiterste datum van de eerstvolgende controle.

° Perdiodieke controle:

Een ondergrondse stookolietank moet sinds 1 maart 2009 om de 5 jaar (voorheen om de 3 of 4 jaar) gecontroleerd te worden door een erkende stookolietechnicus. Hierbij wordt bij de rechtstreeks in de grond ingegraven houders die niet voorzien zijn van een permanent lekdetectiesysteem o.a. telkens een dichtheidsbeproeving uitgevoerd.

Een bovengrondse stookolietank hoeft vanaf 1 maart 2009 niet meer periodiek gecontroleerd  te worden, op voorwaarde dat het laatste onderhoudsattest een einddatum heeft die 1 maart 2009 of later vermeldt. Een bovengrondse stookolietank die vóór 1 augustus 1995 in gebruik genomen werd, moest vóór 1 augustus 2003 een eerste periodieke controle ondergaan.

Bij iedere controle of onderzoek stelt de erkende technicus een certificaat op voor de exploitant/eigenaar. Hieruit moet ondubbelzinnig blijken dat de houder en de installatie al dan niet voldoen aan de bepalingen van hoofdstuk 6.5 van titel II van het VLAREM. Het certificaat vermeldt naam en erkenningsnummer van de uitvoerende technicus, datum van de controle en datum van de eerstvolgende controle. Het laatste geldt enkel indien het om een ondergrondse houder gaat.

Afhankelijk van het resultaat van de controle is de houder gemerkt met een duidelijk leesbare en onuitwisbare groene, oranje of rode merkplaat. Op deze merkplaat wordt onuitwisbaar het erkenningsnummer van de erkende technicus, de datum van de controle en de uiterste datum van de eerstvolgende controle aangebracht (laatste, zo het om een ondergrondse houder gaat).

  • De opslaghoeveelheid bedraagt 5000 kg of meer:

° Controle bij plaatsing:

Ondergrondse houder - Na de installatie maar vóór de ingebruikname van de houder, moet gecontroleerd worden of de houder, de leidingen en de toebehoren, het waarschuwings- of beveiligingssysteem tegen overvulling, het lekdetectiesysteem en, in voorkomend geval, de kathodische bescherming en de aanwezige voorzieningen ten behoeve van damprecuperatie, voldoen aan de voorschriften van het reglement. Vermelde controles moeten uitgevoerd worden door een erkend stookolietechnicus of een milieudeskundige erkend in de discipline houders voor gassen of gevaarlijke stoffen. De controle van de eventuele kathodische bescherming moet gebeuren in samenwerking met een milieudeskundige erkend in de discipline bodemcorrosie.

Bovengrondse houder - Na de installatie, maar vóór de in gebruikname van de houder, moet gecontroleerd worden of de houder, de leidingen en de toebehoren, het waarschuwings- of beveiligingssysteem tegen overvulling, de inkuiping en de brandbestrijdingsmiddelen en in voorkomend geval en het lekdetectiesysteem voldoen aan de voorschriften van dit reglement. Vermelde controles worden uitgevoerd door een erkend stookolietechnicus of een milieudeskundige erkend in de discipline houders voor gassen of gevaarlijke stoffen.

° Controle bij periodiek onderzoek:

Een ondergrondse stookolietank moet ofwel tenminste jaarlijks (indien gelegen binnen de waterwingebieden en de beschermingszones) ofwel 2-jaarlijks (indien gelegen buiten de waterwingebieden en de beschermingszones) een beperkt onderzoek krijgen. Om de 10 (indien gelegen binnen de waterwingebieden en de beschermingszones) of om de 15 jaar (indien gelegen buiten de waterwingebieden en de beschermingszones) moet de tank een algemeen onderzoek krijgen (uitz. voor houders uit gewapende thermohardende kunststoffen) door een erkende stookolietechnicus of een milieudeskundige erkend in de discipline houders voor gassen of gevaarlijke stoffen. De controle m.b.t. corrosie en kathodische bescherming moet gebeuren in samenwerking met een milieudeskundige erkend in de discipline bodemcorrosie.

Een bovengrondse stookolietank moet om de 3 jaar (max. 40 maanden tussen 2 opeenvolgende onderzoeken toegelaten) een beperkt onderzoek krijgen door een erkende stookolietechnicus of een milieudeskundige erkend in de discipline houders voor gassen of gevaarlijke stoffen. Stookolietanks met een inhoudsvermogen van meer dan 20.000 liter moeten om de 20 jaar een algemeen onderzoek ondergaan.

Bij iedere controle (plaatsing of periodiek onderzoek) stelt de erkende technicus of milieudeskundige een attest op waaruit ondubbelzinnig moet blijken dat de houder en de installatie voldoen aan de voorschriften van het reglement. Het attest vermeldt de naam en het erkenningsnummer van de uitvoerende technicus/milieudeskundige. De technicus/milieudeskundige brengt op de vulleiding een duidelijk zichtbare en leesbare klever of plaat aan (groen, oranje of rood) met zijn erkenningsnummer, de datum van het jaartal en de maand van hetzij de controle bij plaatsing, hetzij de laatst uitgevoerde controle en deze van de volgende uit te voeren controle.

top



Ik koop een huis met een stookolietank. Hoe weet ik of die aan de richtlijnen voldoet en wat moet ik doen als dat niet het geval is?


De exploitant (= in de meeste gevallen de verkoper) van een stookolietank moet ervoor zorgen dat de tank steeds in goede staat van werking en onderhoud verkeert en dat elke verontreiniging van het milieu voorkomen wordt. Een stookolietank die voldoet aan de milieureglementering is uitgerust met een groene merkplaat. Een stookolietank die niet voldoet aan de milieureglementering is uitgerust met een oranje of een rode merkplaat. Deze merkplaat moet aangebracht zijn door de erkende stookolietechnicus nadat hij de controle heeft uitgevoerd. Bovendien beschikt de verkoper over de attesten (certificaten), opgemaakt door de erkende technicus n.a.v. de uitgevoerde controles.

Opgepast: een stookolietank zonder merkplaat (en bijhorend attest) voldoet niet aan de milieureglementering!

Je vraagt de verkoper best naar de eventuele attesten (certificaten) van de uitgevoerde controles, periodieke onderzoeken, dichtheidsproeven of buitengebruikstelling.

Kan de verkoper van de woning de documenten niet voorleggen, dan wordt jou als mogelijke koper aangeraden de verkoper te vragen zich alsnog orde te laten stellen met de geldende regelgeving. Op deze manier kan worden vermeden dat verantwoordelijkheden uit het verleden ten laste van de koper (nieuwe eigenaar en exploitant) worden gelegd. Het is immers al vaker gebeurd dat beginnende discussies uitmonden in processen voor rechtbanken, met soms hoogoplopende kosten..

Er wordt verder ook aangeraden de notaris van de situatie in kennis te stellen en de stand van zaken in de akte op te nemen. Omdat bij het verlijden van de akte beide partijen (samen met de notaris) de akte voor akkoord ondertekenen, worden betwistingen (en mogelijk bijkomende kosten) achteraf vermeden.

top


Waaraan moet een nieuwe particuliere stookolietank (beneden 5.000 kg of 6.000 liter) voldoen?
 

  • Plaatsing:

Een stookolietank moet voldoen aan de bepalingen van titel II van het VLAREM. Zo moet de stookolietank voldoen aan bepaalde normen en moet ze worden geplaatst door een installateur die gemachtigd is hiervoor een certificaat af te leveren ofwel onder toezicht van een erkende technicus. De erkende technicus moet nagaan of de bouw en de plaatsing van de stookolietank voldoen aan de bepalingen van hoofdstuk 6.5 van titel II van het VLAREM.

  • Controle:

Als aan de milieureglementering is voldaan, brengt de erkende technicus een groene merkplaat aan. Hierdoor weet zowel de eigenaar als de persoon die de stookolietank vult (leverancier van de stookolie) zich dat deze stookolietank voldoet aan het VLAREM. Bij voorkeur wordt ook het opgemaakte certificaat ingekeken.

° Stookolietanks met een inhoud van minder dan 5.000 kg gasolie (= particuliere stookolietanks)
Hoofdstuk 6.5 van titel II van het VLAREM

  • Afdeling 6.5.1. Gemeenschappelijke bepalingen
  • Afdeling 6.5.2. Bepalingen voor opslaginstallaties met bovengrondse houders
  • Afdeling 6.5.3. Bepalingen voor opslaginstallaties met ondergrondse houders
  • Afdeling 6.5.4. De controle op de bouw van de houders en de plaatsing van een opslaginstallatie
  • Afdeling 6.5.5. Periodieke controles, onderhoud en buitengebruikstelling
  • Afdeling 6.5.6. Erkende technici en gemachtigde installateurs
  • Afdeling 6.5.7. Voorwaarden voor bestaande houders

° Stookolietanks voor de opslag van 5000 kg gasolie of meer zonder GHS02-symbool
Hoofdstuk 5.6 van titel II van het VLAREM

  • Subafdeling 5.6.1.1 Algemene bepalingen
  • Afdeling 5.6.1.2 Opslag van brandbare vloeistoffen in ondergrondse houders
  • Afdeling 5.6.1.3. Opslag van brandbare vloeistoffen in bovengrondse houders

° Stookolietanks voor de opslag van 5000 kg gasolie of meer met GHS02-symbool
Hoofdstuk 5.17 van titel II van het VLAREM

  • Afdeling 5.17.4. Gevaarlijke vaste stoffen en vloeistoffen
  • Subafdeling 5.17.4.1. Algemene bepalingen
  • Subafdeling 5.17.4.2. Opslag van gevaarlijke vloeistoffen in ondergrondse houders
  • Subafdeling 5.17.4.3. Opslag van gevaarlijke vloeistoffen in bovengrondse houders

top

Na een controle door een erkende technicus of milieudeskundige krijgt mijn opslaginstallatie een groene, oranje of rode dop/plaat. Wat betekent dit?
 

  • Een groene dop/merkplaat betekent dat de opslaginstallatie voldoet aan de wettelijke bepalingen en verder mag worden gebruikt.

  • Een oranje dop/merkplaat betekent dat de opslaginstallatie niet voldoet aan de wettelijke bepalingen, maar dat de vastgestelde gebreken geen aanleiding kunnen geven tot verontreiniging buiten de houder. De opslaginstallatie mag nog worden gevuld of bijgevuld tijdens een overgangsperiode van maximum 6 maanden die ingaat de eerste van de maand volgend op de maand vermeld op de oranje merkplaat. De exploitant moet alle nodige maatregelen treffen, vermeld in het verslag van de erkende technicus, om de opslaginstallatie in goede staat te brengen. Vóór het verstrijken van de overgangsperiode moet de opslaginstallatie opnieuw aan een controle onderworpen.

  • Een rode dop/merkplaat betekent dat de opslaginstallatie niet voldoet aan de wettelijke bepalingen. In dergelijk geval is het verboden de opslagtank te vullen of te laten vullen. De exploitant moet alle nodige maatregelen te treffen, vermeld in het verslag van de erkende technicus of erkende milieudeskundige, om de opslaginstallatie in goede staat te brengen, waarna de opslaginstallatie opnieuw gecontroleerd moet worden. Binnen de veertien dagen nadat een rode merkplaat aangebracht werd, maakt de exploitant of op zijn verzoek de erkende technicus hiervan melding bij de afdeling van de Vlaamse Milieumaatschappij bevoegd voor grondwater:

VMM - afdeling Operationeel Waterbeheer (e-mail)
Graaf de Ferrarisgebouw, 2de verdieping
Koning Albert-II-laan 20 bus 16, 1000 Brussel

top

Hoe een stookolietank definitief buiten gebruik stellen?
 

Als je  een stookolietank definitief buiten gebruik wil stellen, dan gelden er enkele belangrijke verplichtingen. De regels zijn afhankelijk van het doel waarvoor de stookolietank gebruikt wordt en de grootte en de plaats van de tank. Meer informatie over de buitengebruikstelling van een stookolietank kan je hier vinden


Voor een lijst van firma's die de tankcleaning kunnen uitvoeren, kan je terecht op de website van Informazout, zie lijst 'Tankprobleemoplossers'. Een andere mogelijkheid is te zoeken op www.goudengids.be onder de categorie 'Tankreiniging'.

top

Vragen over de verwarmingstoelage en het Sociaal Verwarmingsfonds?
 

Hiervoor kan je terecht bij de federale overheid.

top

Vragen over het Stookoliefonds (sanering van bodemverontreiniging door lekkende stookolietanks bij particulieren)?
 

Hiervoor kan je terecht bij de OVAM.

top

Mijn stookolietank wordt gebruikt voor andere doeleinden dan de verwarming van mijn woning, welke wetgeving is van toepassing?
 

Stookolietanks mogen enkel gebruikt worden voor de opslag van het product waarvoor ze gebouwd zijn, zijnde stookolie. De stookolie kan wel gebruikt worden voor andere doeleinden dan de verwarming van een woning, zoals de bevoorrading van motorvoertuigen, de opstart van noodgeneratoren, de verwarming van kantoren, scholen…

Het VLAREM is van toepassing. Wanneer 200 liter gasolie of meer zonder GHS02-symbool of 100 kg gasolie met GHS02-symbool wordt opgeslagen (ingedeelde opslag), moeten de stookolietanks voldoen aan de voorwaarden in hoofdstuk 5.6 ‘Brandstoffen en brandbare vloeistoffen’ respectievelijk hoofdstuk 5.17 ‘Opslag van gevaarlijke producten’ van titel II van het VLAREM. Je moet een melding indienen bij het college van burgemeester en schepenen van je gemeente/stad. Wanneer er meer dan 50.000 liter gasolie zonder GHS02-symbool of meer dan 20 ton gasolie met GHS02-symbool wordt opgeslagen, moet je een omgevingsvergunningsaanvraag indienen alvorens de stookolietanks te plaatsen.

top

Code van goede praktijk voor het testen van de overvulbeveiliging en het waarschuwingssysteem als onderdeel van het periodiek onderzoek van opslaghouders voor gevaarlijke stoffen.
 

Bij opslaghouders voor gevaarlijke stoffen is de keuze van een geschikt overvulbeveiligingssysteem van primordiaal belang om overvulling te voorkomen. Het verleden toonde aan dat de regelgeving op een verschillende manier geïnterpreteerd werd bij de uitvoering van het periodiek onderzoek van opslaghouders voor gevaarlijke stoffen. Om de controle van de goede werking van het overvulbeveiligingssysteem te uniformiseren, werd een code van goede praktijk opgesteld.

pdf bestandCode van goede praktijk overvulbeveiliging (6.23 MB)

De stookolietechnicus is bij de uitoefening van zijn functie verplicht om zich te houden aan deze code van goede praktijk. Het niet volgen van deze code van goede praktijk betekent een inbreuk op de gebruikseisen van de erkenning.

top

Particuliere stookolietanks voor de verwarming van gebouwen met een waterinhoud van minder dan 5.000 kg stookolie – hoeveel liter stookolie is 5.000 kg stookolie?
 

Vroeger sprak men van een nominale waterinhoud van 5000 liter (hoofdstuk 6.5 van titel II van het VLAREM) en sinds 1 juni 2015 van 5000 kg. Wegens nogal wat variatie in de dichtheid van stookolie (naargelang de samenstelling ervan) werd besloten een gemiddelde dichtheid te nemen, waardoor 5000 kg stookolie overeenkomt met 5952 liter stookolie. Omdat dit ook geen gemakkelijk te hanteren getal is, werd overeengekomen om voor wat betreft de niet-ingedeelde inrichtingen (hoofdstuk 6.5. van titel II van Het VLAREM) 6.000 liter stookolie gelijk te stellen met 5.000 kg stookolie.

top

Welke keuringsperiodiciteit geldt er voor een particuliere stookolietank voor de verwarming van gebouwen die tot 1 juni 2015 als klasse 3 ingedeeld was en nu door de verandering aan de indelingslijst niet langer ingedeeld is (tank tussen 5000 en 6000 liter)?
 

Sinds 1 juni 2015 moeten ondergrondse houders om de 5 jaar een beperkt onderzoek ondergaan; bovengrondse houders hoeven niet meer gekeurd te worden.
Aangezien de houders door de erkende technici of erkende deskundigen gekeurd zijn voor een maximale periode van 1 of 2 jaar, kan de verlengde periodiciteit pas ingaan na een volgend periodiek onderzoek.

top

Indeling van stookolie, volgens bijlage 1 van titel I van het VLAREM, sinds de CLP-verordening.
 

In de CLP-verordening mogen (niet moeten) gasolie, diesel en lichte stookolie met een vlampuntbereik tussen ≥ 55 °C en ≤ 75 °C tot de ontvlambare vloeistoffen van categorie 3 worden gerekend (en worden voorzien van gevarenpictogram GHS02). Deze indeling al dan niet tot de ontvlambare vloeistoffen van categorie 3 is feitelijk de verantwoordelijkheid van de fabrikant, distributeur, e.d. Wanneer diesel, mazout, e.d. gekenmerkt worden door GHS02 (zie recent veiligheidsinformatieblad), wordt de opslag strikt genomen enkel ingedeeld in rubriek 17.3.2.1.1. van bijlage I van titel I van het VLAREM ‘ opslagplaatsen voor ontvlambare vloeistoffen van gevaren categorie 3’. In de praktijk worden gasolie, diesel en lichte stookolie door de fabrikant, distributeur, e.d. vrijwel altijd voorzien van een GHS02 gevarenpictogram. Wanneer diesel, mazout, e.d. echter niet gekenmerkt worden door GHS02, wordt de opslag ervan strikt genomen enkel ingedeeld in rubriek 6.4. van bijlage I van titel I van het VLAREM. Omdat de fabrikant, distributeur, ... het gevarenpictogram GHS02 vrijwel altijd gebruiken voor stookolie, raden wij u aan om voor de zekerheid stookolie algemeen in te delen onder rubriek 17.3.2.1.1. van bijlage I van titel I van het VLAREM (en niet onder rubriek 6.4.’opslag voor brandbare vloeistoffen’).

top

Wat zijn de verplichtingen van een erkend stookolietechnicus?
 

Erkende technici moeten de algemene en bijzondere gebruikseisen naleven (artikel 34 en 40 van VLAREL)

Een erkende stookolietechnicus moet onder meer:

  • de keuringen vóór ingebruikname (na plaatsing), controles, onderhouden, onderzoeken en buitengebruikstellingen zoals vermeld in de hoofdstukken 5.6, 5.17 en 6.5 van titel II van het VLAREM correct uitvoeren; hij gaat hierbij na of de toepasselijke normen en codes van goede praktijk werden gerespecteerd en past ze zelf ook toe
  • bij het uitvoeren van bovenvermelde taken een objectieve en onafhankelijke houding aannemen en de taken op een kwaliteitsvolle wijze uitvoeren
  • uitsluitend de apparatuur en materialen gebruiken die voldoen aan de reglementaire eisen, attesten, certificaten, verslagen en rapporten volledig, correct en duidelijk leesbaar invullen, zodat hieruit ondubbelzinnig blijkt of de installatie al dan niet aan de geldende regelgeving voldoet; deze ondertekenen en afleveren aan de opdrachtgever/exploitant
  • de juiste merkplaat, voorzien van de wettelijk vereiste gegevens, aanbrengen na de controle of het onderhoud
  • een verzekering hebben die de burgerlijke aansprakelijkheid dekt, inclusief de beroepsaansprakelijkheid, ten gevolge van het gebruik van de erkenning
  • elke wijziging van identificatiegegevens (ook adres, (privé)telefoonnummers, e-mailadres, werkgever, ...) onmiddellijk melden bij de afdeling GOP,
  • de afdeling GOP onmiddellijk op de hoogte brengen als de gegevens, die tot de erkenning hebben geleid, gewijzigd zijn waardoor de technicus niet meer voldoet aan de erkenningsvoorwaarden
  • de definitieve stopzetting van het gebruik van de erkenning onmiddellijk melden bij de afdeling GOP
  • medewerking verlenen aan periodieke evaluaties die door de afdeling GOP worden opgezet, en op verzoek het materiaal dat wordt gebruikt voor het uitvoeren van de taken tonen
  • vijfjaarlijks de bijscholing volgen in een erkend opleidingscentrum; in deze bijscholing slagen en de vereiste retritbutie betalen

top

Welk BTW-tarief moet aangerekend worden bij het verwijderen of buiten gebruik stellen van stookolietanks?
 

Het verwijderen of buiten gebruik stellen van stookolietanks kan in aanmerking komen voor de toepassing van het verlaagde btw-tarfief van 6% op voorwaarde dat wordt aangetoond dat de handeling kadert in een geheel van omvangrijke onroerende werken aan de woning (omvorming, renovatie, rehabilitatie, verbetering, herstelling of onderhoud van de woning). Hierbij maakt het niet uit of al dan niet een nieuwe tank wordt geïnstalleerd.

Wanneer de tank wordt verwijderd of buiten gebruik wordt gesteld zonder dat er andere grote werken mee gepaard gaan, wordt dit beschouwd als een afbraakwerk en is het btw-tarief van 21% van toepassing.

top

 

Contacteer ons

Voor al je vragen  kan je terecht bij de Vlaamse Infolijn: