EU-ETS vaste installaties: monitoring

Exploitanten van installaties moeten jaarlijks hun emissies meten en berekenen op basis van een op voorhand goedgekeurde methodologie. Deze methodologie staat neergeschreven in een door de bevoegde autoriteit goedgekeurd monitoringplan.

Algemene verplichting: beschikken over een goedgekeurd monitoringplan

Elke installatie die onder het toepassingsgebied valt, moet voor elk kalenderjaar over een goedgekeurd monitoringplan voor dat kalenderjaar beschikken. Hiertoe dienen exploitanten ten laatste op 15 november voor de start van het kalenderjaar een voorstel van monitoringplan (o.b.v. een verplicht sjabloon, zie onder) in te dienen bij het Verificatiebureau Benchmarking Vlaanderen (VBBV) via vbbv@vbbv.be. Na advies van het VBBV zal de bevoegde autoriteit het monitoringplan finaal goedkeuren en bezorgen aan de exploitant.

Het eerste jaar dat een installatie onder het EU ETS valt, zal er een volledig nieuw voorstel van monitoringplan moeten opgesteld worden. Voor de jaren die hier op volgen, kan de exploitant het reeds goedgekeurde monitoringplan nemen als vertrekpunt, en dient dit slechts geactualiseerd te worden o.b.v. eventuele wijzigingen. In het geval er tijdens het lopende kalenderjaar wijzigingen worden aangebracht aan de installatie en/of monitoringmethode, dienen deze wijzigingen geregistreerd en in sommige gevallen gemeld te worden.

Monitoringplan voor nieuwkomers

Nieuwe installaties onder het emissiehandelssysteem moeten voor ze opstarten over een goedgekeurd monitoringplan beschikken. Het goedgekeurde monitoringplan moet immers toegevoegd worden aan de milieuvergunningsaanvraag voor de installatie. Nieuwe installaties dienen dus zo snel mogelijk een voorstel van monitoringplan in te dienen via vbbv@vbbv.be. Na advies van het VBBV zal de bevoegde autoriteit het monitoringplan finaal goedkeuren en bezorgen aan de exploitant.

Verplicht sjabloon voor het monitoringplan

Exploitanten moeten een verplicht sjabloon gebruiken voor hun monitoringplan. Dit sjablonen bevatten ook meer toelichting over hoe het monitoringplan net ingevuld dient te worden.  Er dienen ook verplicht een aantal bijlagen toegevoegd te worden:

  • Een risico-analyse;
  • Een risicobeoordeling (indien de exploitant wenst gebruik te maken van het vereenvoudigd sjabloon);
  • De logboeken met wijzigingen

docx bestandBijkomende toelichting en sjablonen monitoringplan (2.36 MB)

Het monitoringplan up-to-date houden en wijzigingen bijhouden

Het monitoringplan moet steeds overeenkomen met de actuele staat van de installatie. Naast de jaarlijkse indiening van het monitoringplan, moeten exploitanten dus ook wijzigingen in de loop van het kalenderjaar registreren (in een logboek) en in sommige gevallen melden aan de bevoegde autoriteit en/of het VBBV.

docx bestandBijkomende toelichting en sjablonenen wijzigingen in monitoring (189 kB)

Het verbeteringsverslag

Onder het principe van ‘continue verbetering’ moeten exploitanten regelmatig nagaan of hun monitoringmethode nog verbeterd kan worden. In navolging van dit principe moeten exploitanten in bepaalde gevallen een verbeteringsverslag indienen bij de bevoegde autoriteit. Hiertoe moet de exploitant tegen 30 juni van het betreffende jaar het ingevulde sjabloon indienen via emissierechten@vlaanderen.be.

docx bestandBijkomende toelichting en sjabloon verbeteringsverslag (81 kB)

Verdere richtsnoeren

Zowel op Vlaams als op Europees niveau zijn er verdere richtsnoeren opgesteld om exploitanten te begeleiden bij het opstellen van het monitoringplan en de toepassing van de monitoringmethode.

docx bestandVerdere richtsnoeren monitoring (232 kB)

Contacteer ons
Team ETS vaste installaties