Erosie, gegevens en onderzoek

Modellering van de sedimentaanvoer naar de waterlopen, het effect van erosiebestrijdingsmaatregelen en het transport van sediment in de onbevaarbare waterlopen

In de beheersing van de sedimentproblematiek in Vlaanderen is een vermindering van de sedimentaanvoer ten gevolge van bodemerosie cruciaal. Erosiebestrijding vormde de laatste 10 jaar het speerpunt van het Vlaamse bodembeschermingsbeleid. Erosiebestrijdingsmaatregelen (EBM) worden bij voorkeur zo brongericht mogelijk ingezet en richten zich zowel op het verminderen van de sedimentaanvoer naar de waterlopen als op het behoud van bodemkwaliteit en het verminderen van modderoverlast op het land.

Naast de EBM worden maatregelen in en naast de waterloop zelf genomen, zoals de aanleg van oeverzones, de aanleg van sedimentvangen en de ruiming van de waterlopen. Een doordacht beleid inzake bodemerosie en de sedimentproblematiek vraagt een goede kennis van de processen die zich afspelen op het land en in de waterloop en van de link tussen beiden. Er is dan ook nood aan rekenmodellen die een goede inschatting geven van bodemerosie en sedimentatie op het land, de aanvoer van sediment naar de waterlopen en de stroomafwaartse beweging van dit sediment in de waterlopen ten gevolge van processen van sedimentatie en resuspensie. Tijdens het onderzoek werden modellen uitgewerkt voor het luik bodem en het luik water.

Evaluatie van berekeningsmethoden voor het bepalen van de benodigde buffercapaciteit van kleinschalige opvangsystemen in het kader van erosiebestrijding

De studie bestaat uit drie deelopdrachten:

  • Deelopdracht 1: Inventaris, beschrijving en vergelijking van bestaande berekeningsmethoden:
  • Deelopdracht 2: Evaluatie (kalibratie en validatie) van de geselecteerde berekeningsmethoden
  • Deelopdracht 3: Aanbevelingen met betrekking tot toekomstige monitoring

Afbakening van gebieden gevoelig aan winderosie in Vlaanderen (2009)

Winderosie in Vlaanderen werd in kaart gebracht door gebruik te maken van het Amerikaanse WEQ (Wind Erosion Equation) model. Het resultaat werd voorgesteld in 2 kaarten: de potentiële en de actuele erosiekaart voor winderosie in Vlaanderen. Deze kaarten tonen een eerste ruwe berekening van winderosie. Omwille van de beperkingen van het model, mogen de berekende waarden niet als reële erosiewaarden beschouwd worden, maar eerder als een indicatie om het winderosierisico van een bepaald gebied te duiden. De bekomen waarden zullen in de toekomst verder afgetoetst worden aan de realiteit. De potentiële winderosie wordt berekend zonder rekening te houden met de geteelde gewassen (V = 1). De hoogste waarden komen voor aan de kust, in de Vlaamse Zandstreek en in de Antwerpse en Limburgse Kempen. Voor de kaart met actuele winderosie werd de vegetatiefactor wel in rekening gebracht. Hoewel de erosiewaarden veel lager zijn dan voor de potentiële winderosie, zijn dezelfde ruimtelijke patronen zichtbaar. De vaststelling dat het jaarlijkse actuele bodemverlies door winderosie laag is, neemt niet weg dat er tijdens sommige jaren tijdelijk aanzienlijke winderosie-events kunnen optreden.

Verfijnde erosiekaart Vlaanderen (2005)

Het doel van de verfijning van de erosiekaart in deze studie was het aanmaken van een verbeterde potentiële erosiekaart voor Vlaanderen, die voldoet aan de meest recente wetenschappelijke inzichten, en zo nauwkeurig is als de huidige beschikbare data toelaten. Daartoe werd de berekening van de verschillende factoren grondig geanalyseerd en geoptimaliseerd. Voor watererosie werd de belangrijkste vooruitgang geboekt bij het berekenen van de LS factor. De LS factor werd berekend met een aangepast algoritme dat gebaseerd is op het WaTEM/SEDEM model. Door het gebruik van een nieuw verfijnd DTM met een pixelgrootte van vijf meter kon een veel gedetailleerder en exacter ruimtelijk patroon van de erosiewaardes bekomen worden.