Bodemhelden: wie zijn ze, waarom zijn ze belangrijk en hoe kan je ze helpen?

Wie zijn de bodemhelden?

Duizendpoot

Tekening duizendpootEen duizendpoot is een snelle jongen. Dat is ook logisch met zoveel poten. Geen duizend, maar toch een behoorlijk aantal. Een duizendpoot is een rover. Hij jaagt op kleine dieren die zich verschuilen onder stenen en tussen rottend plantenmateriaal en hout. Zelf staat hij op het menu van o.a. muizen, kevers en spinnen. De duizendpoot is dus een onmisbare schakel in het bodemvoedselweb. Zoek duizendpoten vooral op wat vochtige plaatsen in de strooisellaag of in de bodem. Het lichaam van een duizendpoot is afgeplat en bestaat uit  ‘stukjes’ of segmenten.  Elk segment telt één paar poten, één poot rechts en één poot links. Op de kop van de duizendpoot prijken twee beweeglijke antennes. Die gebruikt hij om te voelen, maar vooral om te ‘ruiken’. Ze zijn onmisbaar bij het zoeken naar  voedsel.

 

Kever

Tekening keverKevers behoren tot de grote groep van insecten: ze hebben 6 poten. Als je een boek over kevers openslaat, sta je verstomd van alle mogelijke vormen, kleuren en groottes.  Van een lieveheersbeestje tot een vliegend hert (ja, dat is een kever), allemaal kevers. Nogal wat kevers leven in de bodem of in de strooisellaag. Ze jagen er op andere kleine dieren of leven van natuurlijk afval.  Net zoals vlinders ‘beleven’ kevers een volledige gedaanteverwisseling.  Ze worden geboren uit een ei, leven dan als larve, veranderen vervolgens in een pop waaruit dan de volwassen kever tevoorschijn komt. De meeste kevers kunnen vliegen, ook al zie je niet meteen vleugels.  Als ze voor een vlucht gaan,  klappen ze hun dekschilden open en ontvouwen dan hun echte, doorschijnende vleugels.  Dat lijkt primitief, maar kevers doen het zo al duizenden jaren.

Meer over kevers

 

Insectenlarve

tekening insectenlarveVeel bodemdieren worden geboren uit een ei en leven dan als larve in de strooisellaag of op de bladeren van een plant. Een larve is een  onvolgroeid dier. In deze levensfase denkt hij maar aan één ding: eten.  Hijeet zich dik en rond, vervelt enkele keren en houdt dan plots op met eten. De larve verandert in een pop. In de pop gebeurt de grootste en merkwaardigste verandering van het dier. Uit de pop komt een volwassen vlinder of kever tevoorschijn. Insectenlarven die in de bodem leven zijn volleerde opruimers. Eén larve eet niet zoveel, maar een paar duizend larven in de bodem maken wel een verschil.  Sommige larven gelijken op wormen, maar anderen dan weer niet. Als je zo’n larve goed bekijkt, zie je dat hij zes pootjes heeft, een belangrijke eigenschap van alle volwassen insecten. In het popstadium zie je deze poten niet meer. Vaak vind je dan een bruinrode en redelijk harde pop in de bodem met een uiteinde met ringen dat plots kan beginnen bewegen. Voorbeelden van insectenlarven zijn bv. de rups, de engerling (larve van een meikever), andere keverlarven of de mierenleeuw (larve van een mierenleeuwjuffer). Een rups kent iedereen. Een engerling heeft een karakteristiek wit uiterlijk en blijft steeds in de bodem. Hij heeft een duidelijk C-vormig gekromd lichaam en houdt zijn uitwerpselen bij in een soort zakje aan het uiteinde van zijn lichaam, vandaar de zwarte kleur van het achterste stukje van zijn lijf. De mierenleeuw is wel heel bijzonder omdat hij valkuilen graaft om mieren te vangen. Deze mierenleeuw vind je enkel in droog los zand onder een afdakje. Andere insectenlarven beleven geen volledige gedaanteverwisseling. Een pissebed wordt geboren uit een pissebed-ei en gelijkt al helemaal op een volwassen pissebed, maar dan veel kleiner.

 

 

Tekening molMol

Een mol gaat altijd ondergronds, je krijgt hem zelden boven de grond te zien. Zo blind als een mol?  Dat klopt, maar onder de grond is het donker en dan kan je maar beter voelen dan zien.  Weinig dieren hebben zo’n scherpe neus als deze bodemwroeter. De voorpoten van een mol hebben de vorm van een schop, handig als je in je leven kilo’s aarde moet verplaatsen.  Die uitgegraven aarde moet de mol ergens kwijt en dat merk je aan de molshopen in je tuin. Al die grondwerken heiligen maar één doel: regenwormen en andere bodemdieren vangen. Meestal vallen deze regenwormen gewoon per toeval in één van zijn gangen. De mol legt speciale voorraadkamers met zijn gevangen regenwormen aan. Zo hoeft hij nooit honger te lijden want een mol kan maar een paar uur zonder eten. Mollen hebben een superzachte pels.  De haren zijn kort en zo ingeplant dat ze de mol niet hinderen tijdens het graven.  We breiden graag je woordenschat uit: een gegraven mollengang noemen we een ‘rit’.

 

 

 

Tekening wormWorm

Vooruit kruipen zonder poten? Een regenworm kan het.  Hij heeft sterke spieren die hij gebruikt als hij zich uit- en dan weer samentrekt.  Als je niet weet of je naar de kop of de staart van een regenworm staart, wacht je even tot hij beweegt.  Het gedeelte dat voorwaarts beweegt, is de kop. Zoek niet naar ogen, want die heeft de regenworm niet. Heb je je al eens afgevraagd hoe een regenworm al die tunnels in de bodem graaft? Hij vreet de grond gewoon op.  Die zandkorrels, waaraan afgestorven plantenrestjes kleven, maken een reis door het spijsverteringsstelsel van de worm.  De plantendeeltjes worden verteerd en de zandkorrels poept hij samen met allerlei voedingsstoffen weer uit. Door dat graafwerk brengt de regenworm dus kant-en-klaar voedsel en voldoende zuurstof in de bodem. Hij is ook  een soort architect die de bodem een mooie structuur geeft met heel wat mooie woonplaatsen voor allerlei bodemleven en een prima waterbeschikbaarheid er gratis bij. Over een megabodemheld gesproken. Voorzie voldoende organisch materiaal zoals compost of plantenresten en deze held doet heel wat voor jou. Een regenworm blijft je verrassen.  Kan jij een mannetje van een vrouwtje onderscheiden?  Dat hoeft ook niet, want een regenworm is ‘tweeslachtig’, een mannetje en een vrouwtje tegelijk. Naast de regenworm zijn er nog een heleboel andere wormen in de bodem Zo heb je o.a. de kleine witte of witgele potworm van maximaal 2 cm lang, terecht ook een mini-held.

 

tekening oorwormOorworm

Nee, een oorworm kruipt echt niet in je oor én het is ook  geen worm. Zijn ongelukkige naam heeft hij te danken aan een oud volksgebruik: gemalen oorwormen als middel voor problemen aan de oren, of aan de vorm van de uitgevouwen vleugels, die op een oorschelp lijken.. Een oorworm in je tuin is trouwens een mooie zaak, want hij verorbert kleine dieren die het op jouw tuinplanten en groenten gemunt hebben. Bij heel veel insecten kan je op het zicht het mannetje niet onderscheiden van het vrouwtje.  Dat kan wel bij oorwormen.  Zowel mijnheer als mevrouw hebben op het einde van hun achterlijf een tangvormig uitsteeksel.  Bij mijnheer zijn die tangen gebogen, bij mevrouw zijn ze recht. Wil je méér oorwormen in je tuin? Stop dan een kleine bloempot vol met stro en hang die ondersteboven in je fruitbomen.  De oorwormen zullen je dankbaar zijn en je bomen hebben geen last van bladluizen. Vanaf september tot april-mei keren de oorwormen terug naar de bodem om daar lekker warm te overwinteren.

 

 

Tekening miljoenpootMiljoenpoot

De miljoenpoot is geen broertje van de duizendpoot. Hij heeft wel méér poten,  maar beweegt veel trager en is ronder dan de duizendpoot. Elk segment van het lichaam van de miljoenpoot telt 2 paar poten, dus 2 poten links en 2 poten rechts. Een miljoenpoot vind je in dezelfde leefomgeving als de duizendpoot: onder hout, stenen en tussen dood plantenmateriaal op of in de bodem. Maar zijn menu ziet er helemaal anders uit. Miljoenpoten zijn afvaleters, ze eten dood plantaardig materiaal en zetten het om naar nuttige stoffen voor ander bodemleven.  Deze opruimer vervult dus een belangrijke taak in de bodem. Sommige miljoenpoten rollen zich helemaal op als ze zich bedreigd voelen.  Niet bewegen en je zo klein mogelijk maken, een uitstekende manier om niet opgegeten te worden.

 

 

Tekening spinSpin

Als je iemand hoort gillen, dan is er wellicht een spin in de buurt.Weinig kleine dieren boezemen mensen zoveel angst in als een spin. Daar is eigenlijk geen reden toe, want in ons land hoef je geen enkele spin te vrezen. Niet alle spinnen weven een web zoals de bekende kruisspin. De spinnen op de bodem zijn vaak roofspinnen die achter hun prooi hollen of hun prooi vangen via kokers in de grond . Deze rovers vervullen een belangrijke rol in het evenwicht tussen de verschillende bodemdieren: een verhaal van eten en gegeten worden. Alle spinnen hebben 8 poten, de kop en het borststuk zijn met elkaar vergroeid (een kopborststuk).  Je kan niet naast het vrij grote achterlijf kijken. Als je een spin van dichtbij durft te bekijken, moet je zeker letten op de ‘tasters’ (een soort voelsprieten) die de vorm hebben van twee bokshandschoentjes.  Dit zijn de mannetjesspinnen. De spin gebruikt die tasters niet om te vechten, maar om prooien op te sporen. Een boeiend dier, dus leve de spin.

 

 

Tekening springstaartSpringstaart

Als je je eigen staart gebruikt om een grote sprong te maken, heb je je naam niet gestolen.  De springstaart heeft een gevorkte staart, die hij gebruikt om zichzelf weg te katapulteren. Hijis maar 1 tot 6 mm groot maar kan wel tot 8 cm ver springen. Als je in de bodem schept, zie je soms tientallen springstaarten wegspringen. Sommige springstaarten leven tot 2 m diep in de bodem maar de meeste springstaarten vind je in de strooisellaag (de bovenste laag van de bodem met veel los afgestorven materiaal). Daar vindt de springstaart zijn lievelingsmenu: afgestorven plantaardig materiaal zoals vergane bladeren of rottend hout. Dat zet hij om  naar organische stof (verteerd organisch materiaal) en voedingsstoffen voor planten en ander bodemleven. Ook schimmels en bacteriën staan op zijn menu. Door hun ‘afbraakwerk’ zijn springstaarten dus onmisbaar in de bodem. Springstaarten hebben 6 poten.  De springstaarten zijn nooit alleen.  Op 1 vierkante meter vind je duizenden springstaarten (of in één hand grond vind je honderden springstaarten).  Wist je dat springstaarten antibiotica kunnen maken? Dit zijn stoffen om bacteriën te bestrijden. Dus voor nieuwe medicijnen zijn ze  ook van onschatbare waarde zijn. Maak dus maar een sprongetje voor de springstaart.

 

Tekening slakSlak

Snel is hij niet, maar daar maalt de slak niet om.  Deze planteneter moet immers niet achter zijn voedsel jagen.  Met zijn rasptong schraapt hij het bladmoes van de bladplanten en daar heeft hij alle tijd voor. Daardoor is de slak bij de mensen niet zo populair. Maar er zijn ook heel wat slakkensoorten die dood plantenmateriaal opruimen en omzetten naar nuttige voedingstoffen voor dieren en planten. Om alle misverstanden te voorkomen: een huisjesslak kan nooit uit zijn huis kruipen.  Een huisjesslak wordt geboren uit een ei en heeft dan al een mini-huisje op zijn rug.  Dat huisje groeit met de slak mee.  En een naaktslak dan?  Die heeft nooit een huisje gehad en moet dus ‘naakt’ door het leven. Als je slakken wil ontmoeten, ga je best wandelen als het regent. Net zoals regenwormen verlaten slakken hun geheime hoekjes die door het regenwater onder water lopen. En verdrinken wil geen enkele slak.

 

Tekening bodemschimmelBodemschimmel

Een paddenstoel is geen dier, maar ook  geen plant. Wat is het dan wel?  Een paddenstoel vormt een aparte groep naast planten en dieren. Deze paddenstoel is het bovengronds zichtbaar deel van een bodemschimmel. Maar niet alle bodemschimmels vormen paddenstoelen. Bodemschimmels maken onder en boven de grond een heel netwerk van meestal witte draden van enkele millimeters tot meerdere kilometers lang. Mensen houden vaak niet van schimmels omdat ze voedsel laten bederven en mensen ziek kunnen maken. Bodemschimmels zijn onmisbaar voor de bodem. Ze zijn de kampioenen onder de opruimers. Ze kunnen bijna alle soorten organisch materiaal (zoals plantenafval en dode dieren) verteren en maken zo voedsel vrij voor andere bodemorganismen. Veelplanten zijn voor hun voedsel afhankelijk van schimmels. Met hun kleverige draden plakken ze ook bodemdeeltjes samen waardoor de bodem meer water kan vasthouden voor de planten. Bodemschimmels zijn ook heel belangrijk voor de ontwikkeling van  medicijnen. Ze produceren antibiotica die broodnodig zijn voor de bestrijding van ziekten die veroorzaakt worden door bepaalde bacteriën. Bodemschimmels zijn echte helden. Wist je dat sommige schimmels zelfs lasso’s gebruiken om hun eten te vangen?- Bodemschimmels houden van de herfst.  Dan ligt het vol met bladeren en afgestorven materiaal. Veel opruimwerk dus.

 

Tekening pissebedPissebed

Een mini-pantserwagen, zo kan je een pissebed omschrijven. Twee voelsprieten in zijn kop, 7 paar poten (dus 14 stuks!) én hij houdt van donkere en natte plekken. Zoek een pissebed dus onder stenen, bloempotten, houtblokken en in de strooisellaag van de bodem. Als je er eentje vindt, heb je meteen zijn hele familie te pakken. De pissebed is een afvalopruimer en eet vooral dood organisch materiaal zoals afgestorven bladeren en rottend hout. Hij vervult zo een belangrijke taak: zonder afvalopruimers krijgen planten en andere dieren minder voedingstoffen en blijft al het afval gewoon liggen. Een bedreigde pissebed rolt zich op tot een kogelrond bolletje (oprolpissebed) of doet alsof hij dood is. Een hongerige vogel ziet de pissebed dan nauwelijks of heeft geen zin in een ‘dood’ beest. Pissebed, gekke naam, vind je niet? De naam Pissebed is al in vroegere tijden ontstaan, toen men nog geloofde dat het bedplassen van kinderen kon worden verholpen door gedroogde pissebedden te vermalen en in het bed te strooien. We verklappen nog één pissebeddentruk. Pissebedden komen oorspronkelijk uit de zee en zijn familie van de krabben, kreeften en garnalen. Ze hebben dus kieuwen en ze verdrinken niet als hun ‘ondergrondse’ schuilplaats bij een plotse regenbui onder water stroomt. De keerzijde van de medaille is wel dat ze doodgaan in een droge omgeving. Hou een pissebed dus altijd vochtig!

hooiwagenHooiwagen

Een hooiwagen leeft op ‘hoge poten’. Dit merkwaardige dier heeft wel 8 poten, maar is geen echte spin.  Kop, borststuk en achterlijf vormen bij de hooiwagen één geheel (een bolletje) en dat onderscheidt hem van de echte spinnen. Een hooiwagen heeft  geen spinklieren en maakt dus ook geen web. Als hij zich bedreigd voelt, kan hij  één of meer poten afstoten. Zo’n afgestoten poot blijft nog een tijdje bewegen en brengt op die manier een vijand in de war. De rest van de hooiwagen kan dan veilig ontsnappen. Een vorm van zelfverminking die zijn kansen op overleven vergroot. Daarbij scheidt hij ook nog een melkachtig vocht af dat stinkt en slecht smaakt. Hooiwagens gaan ’s nachts op jacht. Sommige soorten eten afval, andere zijn vleeseters.  Er bestaan zelfs soorten die elkaar opeten, kannibalen dus. Een hooiwagen heeft dus heel wat in huis om indruk op je te maken.

 

 

 

Tekening sterke mierMier

Een mier is een krachtpatser. Als je op een zomerse dag plots een wandelend blad of takje over de bodem ziet kruipen, dan zit daar beslist een mier onder.  Mieren zijn harde werkers, ook al hebben ze niet allemaal dezelfde taak. De mierenkoningin spant uiteraard de kroon.  Zij moet enkel eitjes leggen, maar dat is dan ook levensnoodzakelijk om het mierenvolk in stand te houden.  ‘Gewone’ mieren, ook werksters genoemd, bewaken het nest of verzorgen de larven of zoeken naar voedsel. Een mier die zich bedreigd voelt, spuit mierenzuur.  En dat doet  zij, met haar achterlijf.  Mieren kunnen dus niet steken, daar heb je een angel voor nodig.  Ze hebben wel stevige kaken (het zijn vleeseters), maar die kunnen niet door onze taaie mensenhuid. Een mierennest is zeer goed georganiseerd en dat moet wel met koloniedieren zoals mieren.  Koloniedieren leven met duizenden bij elkaar (zoals bijen en termieten), ieder voor zich, maar ook voor iedereen.

 

 

 

vraagtekenNog meer helden

De kleinste bodembewonertjes zijn niet of nauwelijks zichtbaar met het blote oog. Dit zijn bacteriën, algen, sommige bodemschimmels, protozoën, beerdiertjes, bodemmijten en nematoden (of aaltjes). Deze onzichtbare bodemhelden vervullen onmisbare taken en zijn de basis voor het hele bodemvoedselweb. Je kan ook nog heel wat andere grote dieren in de bodem vinden. Veel bijen en hommels hebben nesten of overwinteringsplaatsen in de bodem. En als je geluk heb kan je zelfs een zoogdier of zijn woonst tegenkomen: konijn, veldmuis, marmot, vos, … Ook een pad graaft zich in in de bodem en een bergeend woont in een konijnenhol. Te veel dieren om allemaal op te noemen

Waarom zijn de bodemhelden belangrijk?

Ze zijn klein, maar wel echte helden.

  • Ze zijn echte opruimers:
    Bodemdieren verwerken al het natuurlijk afval dat op de bodem ligt en zetten dit om tot voedsel voor planten en andere organismen.

  • Ze maken de bodem vruchtbaar en veerkrachtig:
    Bij de afbraak van materiaal wordt organische stof gevormd die de bodem beter beschermt tegen hevige neerslag of extreme droogte, en die werkt als opslagplaats van allerlei voedsel.
  • Ze verluchten de bodem:
    Veel bodemdieren graven en wroeten in de bodem en brengen zo lucht, zuurstof én voedsel dieper in de bodem. Door het graven en wroeten wordt de bodem ook meer doorlaatbaar voor regenwater.
  • Ze houden de bodem in evenwicht:
    De jager en de rovers spelen een spel van eten en gegeten worden en zorgen zo dat de verschillende soorten bodemhelden in stand worden gehouden.
  • Ze kunnen mensen genezen:
    Sommige bodemhelden produceren stoffen die noodzakelijk zijn om ziekten voor de mens te bestrijden. Zij zijn onze bondgenoot in de ontwikkeling van nieuwe medicijnen.

Respect dus voor die kleine bodemhelden. Ze verdienen een standbeeld, figuurlijk dan. Zoals alle helden.

 

Hoe kan je de bodemhelden helpen?

Het antwoord is eenvoudig: door ervoor te zorgen dat het prettig wonen is in de bodem! Dit betekent dat er voldoende voedsel, water, lucht, ruimte en rust is.

  • Geef ze eten:
    Organisch materiaal zoals compost, organische mest en plantenresten is lekker en vooral heel voedzaam voor bodemhelden.
  • Verstoor het evenwicht niet:
    Gebruik geen of zo weinig mogelijk bestrijdingsmiddelen. Die maken immers niet altijd een onderscheid tussen schadelijke en nuttige organismen. Bovendien loop je zo het risico dat ongewenste soorten vrij spel krijgen, waardoor de bestrijding haar doel helemaal mist.
  • Laat de bodemhelden rustig hun werk doen:
    Spit de grond niet onnodig om. Anders maak je hun woonplaatsen en gangenstelsels kapot.

In de bodem speelt het bodemleven een hoofdrol. Wie zorg draagt voor deze bodemhelden, krijgt hier heel wat voor terug!

Contacteer ons
Afdeling Vlaams Planbureau voor Omgeving
Ga mee op jacht naar bodemhelden

We gaan op jacht. Nee, niet naar grote, gevaarlijke dieren, maar naar die diertjes die we zo vlug over het hoofd zien. 

Zoek mee