Beste beschikbare technieken


Wat zijn beste beschikbare technieken (BBT)?

Het VLAREM bepaalt dat de exploitant van ingedeelde inrichtingen als normaal zorgvuldig persoon steeds de beste beschikbare technieken moet toepassen ter bescherming van mens en milieu, en dit zowel bij de keuze van behandelingsmethodes op het niveau van de emissies, als bij de keuze van de bronbeperkende maatregelen, zoals bijvoorbeeld aangepaste productietechnieken, productiemethoden en grondstoffenbeheersing. De BBT vormen in Vlaanderen de referentie voor de vaststelling van de algemene, sectorale en bijzondere vergunningsvoorwaarden. Het VLAREM en de omgevingsvergunning verzekeren de vergunningverlenende overheden dat de milieuvoorwaarden van de installaties in Vlaanderen gebaseerd zijn op de BBT.
 

Beste beschikbare technieken zijn technieken die, in vergelijking met alle gelijkaardige technieken, het best scoren op milieugebied én betaalbaar zijn én technisch uitvoerbaar zijn.

Ze  zijn het meest doeltreffende en geavanceerde ontwikkelingsstadium van de activiteiten en exploitatiemethoden, waarbij de praktische bruikbaarheid van speciale technieken om in beginsel het uitgangspunt voor de emissiegrenswaarden te vormen is aangetoond, met het doel emissies en effecten op het milieu in zijn geheel te voorkomen, of wanneer dat niet mogelijk blijkt algemeen te beperken;

  • "technieken": zowel de toegepaste technieken als de wijze waarop de installatie wordt ontworpen, gebouwd, onderhouden, geëxploiteerd en ontmanteld
  • "beschikbare": op zodanige schaal ontwikkeld dat de technieken, kosten en baten in aanmerking genomen, economisch en technisch haalbaar in de industriële context kunnen worden toegepast, onafhankelijk van de vraag of die technieken al dan niet op het grondgebied van het Vlaamse Gewest worden toegepast of geproduceerd, mits ze voor de exploitant op redelijke voorwaarden toegankelijk zijn
  • "beste": het meest doeltreffend voor het bereiken van een hoog algemeen niveau van bescherming van het milieu in zijn geheel

top


Criteria voor BBT

Het VLAREM bepaalt dat de exploitant van ingedeelde inrichtingen als normaal zorgvuldig persoon steeds de BBT moet toepassen om mens en milieu te beschermen, en dit zowel bij de keuze van behandelingsmethodes op het niveau van de emissies, als bij de keuze van de bronbeperkende maatregelen, zoals bijvoorbeeld aangepaste productietechnieken, productiemethoden en grondstoffenbeheersing.

Bij de bepaling van de BBT worden de volgende criteria in aanmerking genomen:

  1. de toepassing van technieken die weinig afval veroorzaken
  2. de toepassing van minder gevaarlijke stoffen
  3. de ontwikkeling, waar mogelijk, van technieken voor de terugwinning en recycling van de in het proces uitgestoten en gebruikte stoffen en van afval
  4. vergelijkbare processen, apparaten of exploitatiemethoden die met succes op industriële schaal zijn beproefd
  5. de vooruitgang van de techniek en de ontwikkeling van de wetenschappelijke kennis
  6. de aard, de effecten en de omvang van de emissies in kwestie
  7. de data van ingebruikneming van de nieuwe of bestaande installaties of inrichtingen
  8. de tijd die nodig is om om te schakelen op een betere beschikbare techniek
  9. het verbruik en de aard van de grondstoffen (met inbegrip van water) en de energie-efficiëntie
  10. de noodzaak om het algemene effect van de emissies en de risico's op het milieu te voorkomen of tot een minimum te beperken
  11. de noodzaak om ongevallen te voorkomen en de gevolgen daarvan voor het milieu te beperken;
  12. informatie die gepubliceerd is door publiekrechtelijke internationale organisaties

top


BBT in Vlaanderen

De BBT vormen in Vlaanderen de referentie voor de vaststelling van de algemene, sectorale en bijzondere vergunningsvoorwaarden.

Voor GPBV-installaties gelden de door de Europese Commissie aangenomen BBT-conclusies als referentie voor de vaststelling van de vergunningsvoorwaarden, welke in Vlaanderen via titel III van het VLAREM of de omgevingsvergunning worden opgelegd.

De emissiegrenswaarden, de gelijkwaardige parameters en de gelijkwaardige technische maatregelen in de Vlaamse milieuwetgeving zijn gebaseerd op BBT zonder dat daarmee het gebruik van een bepaalde techniek of technologie wordt voorgeschreven. Indien de lokale omstandigheden dit vereisen is het mogelijk dat strengere voorwaarden worden opgelegd. Indien de lokale milieukwaliteitsnormen (MKN) strengere voorwaarden vereisen dan die welke door toepassing van de BBT haalbaar zijn, worden strengere voorwaarden opgelegd in de omgevingsvergunning.

top


BBT-kenniscentrum

In opdracht van de Vlaamse overheid is bij de VITO een kenniscentrum voor beste beschikbare technieken opgericht. Het BBT-kenniscentrum wordt gefinancierd door de Vlaamse overheid en wordt begeleid door een stuurgroep, die wordt voorgezeten door de afdeling Gebiedsontwikkeling, Omgevingsplanning en -projecten en vertegenwoordigers van de Vlaamse overheid bevat. Het BBT-kenniscentrum ondersteunt de Vlaamse overheid met het verzamelen en verspreiden van informatie over de BBT. Zo inventariseert het BBT-kenniscentrum informatie in verband met milieuvriendelijke technieken, evalueert per bedrijfstak de BBT en vertaalt deze naar mogelijke vergunningsvoorwaarden en regels voor ecologiesteun. Dit resulteert dan in Vlaamse BBT-studies per bedrijfstak. Deze Vlaamse BBT-studies vormen een niet-bindend, richtinggevend document ter actualisatie van de milieuregelgeving. Voor de implementatie in de milieuregelgeving wordt de nadruk gelegd op de milieuprestaties die met een BBT mogelijk zijn en niet op de BBT op zich. De jaarlijkse programmering van de Vlaamse BBT-studies gebeurt op basis van een bevraging van de leden van de stuurgroep en tevens een brede consultatie van de belanghebbenden. Voorstellen voor nieuwe of te herziene Vlaamse BBT-studies kunnen overgemaakt worden aan de afdeling Gebiedsontwikkeling, Omgevingsplanning en -projecten.

top


BBT-werkprogramma's
 

BBT-werkprogramma 2018 goedgekeurd

Het jaarlijkse werkprogramma van VITO om Vlaamse BBT-studies op te stellen of te herzien werd goedgekeurd door de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw, na consultatie van de Minaraad (afdeling 2.8.2 van VLAREM II).

>> De volgende nieuwe studie werd in 2018 opgestart:

  • BBT-studie geluid- en trillingshinder van bouw- en sloopactiviteiten:

Uit hinderenquêtes blijkt dat bouw- en sloopactiviteiten een stijgende bron van hinder vormen. De BBT-studie heeft tot doel maatregelen aan te reiken om geluid- en trillingshinder van  deze activiteiten te beperken, bv. onder vorm van een code van goede praktijk. Hierbij zal rekening gehouden worden met het aantal potentieel gehinderden, de zones waarin de werken plaatsvinden, het tijdstip waarop de werken doorgaan, de draagkracht van de uitvoerders, en uitzonderlijke projecten. Ook omkaderende maatregelen zoals communicatie met de buurt worden mee in de studie opgenomen. Het is niet de bedoeling bijkomende regelgeving te voorzien voor de bouwsector, wel om te komen tot (een pakket van) maatregelen die, afhankelijk van de specifieke nood, kunnen worden toegepast.
 

>> De volgende nieuwe studies worden in 2019 opgestart:

  • Addendum BBT-studie mestverwerking: nutriëntenrecuperatie

Deze studie werd vermeld in het Actieplan Duurzaam beheer van biomassa(rest)stromen 2015-2020, met name de bepaling dat in 2020 een evaluatie wordt uitgevoerd die moet aangeven of de afbouw van biologische mestverwerking na 2020 haalbaar is.

  • BBT-studie reiniging asbesthoudende grond en/of stenen

De vraag om deze studie komt van de sector zelf en past in het beleid asbestafbouw. Voor deze BBT-studie werd in 2017 reeds een voorstudie afgewerkt.

  • Mogelijke technologische verbeteringen bij huishoudelijke kachels en ketels met hout als brandstof op het vlak van milieu-impact met bijzondere aandacht voor luchtemissies

Hierbij worden ook nageschakelde technieken (ingebouwd en retrofit) beschouwd. Deze studie past in de acties 1.1.2 en 1.2.2 van de Green Deal huishoudelijke houtverwarming.

BBT-kenniscentrum

VITO onderhoudt in opdracht van het Departement LNE het BBT kenniscentrum.