Bepalen van de Seveso-status

Hoe wordt de Seveso-status bepaald?

Hieronder wordt algemeen uitgelegd hoe de Seveso-status van een inrichting met gevaarlijke stoffen wordt bepaald.

De bepaling van de Seveso-status is gebaseerd op de gevaarsclassificatie van de stoffen volgens de Europese CLP-verordening, op de hoeveelheden van de stoffen, op de omstandigheden waarin de stoffen aanwezig zijn (aggregatietoestand, temperatuur, druk) en op de drempelwaarden volgens de Seveso III-richtlijn. Bij de bepaling van de Seveso-status kunnen zich bijzondere gevallen of nuances voordoen die niet alle kunnen gevat worden in onderstaande algemene uitleg.
Hulp nodig om een bepaalde stof in te delen? Contacteer het Team Externe Veiligheid.

Tip: Het Team Externe Veiligheid heeft een internettoepassing laten ontwikkelen om de Seveso-status te bepalen. Onderstaande uitleg is geen handleiding bij het gebruik van die internettoepassing.

Voorbereiding

  • Maak een inventaris van alle in de inrichting aanwezige gevaarlijke stoffen. Doe dit door de inrichting logisch op te splitsen in onderscheidbare installaties en noteer voor elke installatie de aanwezige gevaarlijke stoffen, de hoeveelheden (in ton) en de omstandigheden (aggregatietoestand, temperatuur en druk).
(met aanwezigheid wordt hier bedoeld: zowel de feitelijke aanwezigheid in opslaginstallaties en procesinstallaties (als grondstof, tussenproduct, katalysator, koelmiddel, oplosmiddel, eindproduct, ...), als de aanwezigheid die kan ontstaan ten gevolge van een ongewenste gebeurtenis (bijvoorbeeld ten gevolge van een reactie die buiten controle geraakt).
  • Bepaal voor elke gevaarlijke stof de classificatie volgens de [CLP-verordening], d.i. noteer de gevarenklasse en gevarencategorie (vb. Acute Tox. 3 / Acuut Toxisch 3) en de daarmee samenhangende gevarenaanduiding of H-zin (vb. H331).

    • Tip: de CLP-classificatie van een stof kan opgezocht worden in de Classification&Labelling Inventory Database (ECHA-webstek).
    • Voorbeelden:
      • Chloor (CAS 7782-50-5): Press. Gas; Ox. gas 1 (H270); Skin Irrit. 2 (H315); Eye Irrit. 2 (H319); Acute tox. 3* (H331); STOT SE 3 (H335) en Aquat. Acute 1 (H400)
      • Propaan (CAS 74-98-6): Press. Gas; Flam. Gas 1 (H220)
      • n-Pentaan (CAS 109-66-0): Flam. Liq. 2 (H225); Asp. Tox. 1 (H304); STOT SE 3 (H336), Aquatic Chronic 2 (H411), EUH066
  • Breng op basis van de opgemaakte inventaris elke stof onder in ofwel een met naam genoemde stof (of groep van stoffen) uit tabel I.2 ofwel één of meerdere posten uit tabel I.1. (Let wel: tabel I.2 heeft voorrang op tabel I.1, m.a.w. als een stof met naam genoemd is in tabel I.2, dan moet ze daarin ondergebracht worden)

    • Voorbeelden:
      • Chloor:
        • met naam genoemde stof 10 - Chloor.
      • Propaan (in vloeibare vorm):
        • met naam genoemde stof 18 - Ontvlambare vloeibare gassen, categorie 1 of 2 (inclusief LPG) en aardgas.
      • n-Pentaan: 
        • post P5c - Ontvlambare vloeistoffen van categorie 2 of 3 die niet onder P5a of P5b vallen, én
        • post E2 - Gevaar voor het aquatisch milieu in de categorie chronisch 2.
    • Let wel: voor sommige stoffen kan de indeling afhankelijk zijn van de omstandigheden (druk en temperatuur) waarbij ze voorkomen.
      • Voorbeeld 1: propaan wordt als ontvlambaar gas ingedeeld in de met naam genoemde stof 18 als het in vloeibare vorm aanwezig is. Als propaan als gas aanwezig is, dan moet deze gasvormige propaan in de post P2 -Ontvlambare gassen van categorie 1 of 2 ingedeeld worden (op basis van de classificatie Flam Gas 1-H220).
      • Voorbeeld 2: een ontvlambare vloeistof kan, afhankelijk van de druk en de temperatuur waarbij ze in een installatie voorkomt, ofwel in rubriek P5a, ofwel in rubriek P5b, ofwel in rubriek P5c ingedeeld worden.
      • Voorbeeld 3: op de met naam genoemde stof 46-methylacrylaat kan, afhankelijk van de temperatuur waarbij de stof voorkomt, een andere drempelwaarde toegepast worden dan deze vermeld in tabel I.2.

Toetsing 1: is de inrichting een hogedrempelinrichting?

  • Toets voor elke met naam genoemde stof (of groep van stoffen) de totale hoeveelheid (in ton) aan de overeenstemmende drempelwaarde uit Kolom 3 van tabel I.2 (= de hoge drempel of de drempel 2).

    • waneeer voor minstens één van de met naam genoemde stoffen (of groep van stoffen) de drempelwaarde wordt bereikt of overschreden, dan is de inrichting een hogedrempelinrichting
  • Toets voor elke post de totale hoeveelheid (in ton) aan de voor deze post vermelde drempelwaarde uit Kolom 3 van tabel I.1.

    • wanneer voor minstens één van de posten de drempelwaarde wordt bereikt of overschreden, dan is de inrichting een hogedrempelinrichting

Als voor geen enkele van de met naam genoemde stoffen of voor geen enkele van de posten de hoge drempel wordt overschreden, dan kan de inrichting toch nog een hogedrempelinrichting zijn door toepassing van de sommatieregel. Deze regel wordt gebruikt ter beoordeling van de gezondheidsgevaren (rubriek H), de fysische gevaren (rubriek P) en de milieugevaren (rubriek E), op volgende wijze:

  • Deel voor elke gevaarlijke stof de hoeveelheid (in ton) door zijn drempelwaarde (hetzij de drempelwaarde uit de tabel I.2 als het een met naam genoemde stof is, hetzij de drempelwaarde van de post uit tabel I.1 als het geen met naam genoemde stof is),
  • Sommeer deze quotiënten op de drie volgende wijzen:
    • Som A: alle stoffen behorend tot de rubriek H (d.w.z. de posten H1 t/m en H3), samen met de met naam genoemde stoffen uit tabel I.2 die een of meerdere van de gevaarskenmerken uit deze rubriek hebben,
    • Som B: alle stoffen behorend tot de  rubriek P (d.w.z. de posten P1 t/m P8), samen met de met naam genoemde stoffen uit tabel I.2, die een of meerdere van de gevaarskenmerken uit deze rubriek hebben,
    • Som C: alle stoffen behorend tot de rubriek E (d.w.z. de posten E1 t/m E2), samen met de met naam genoemde stoffen uit tabel I.2 die een of meerdere van de gevaarskenmerken uit deze rubriek hebben.
      • waneeer een van deze drie sommen A, B of C groter dan of gelijk is aan 1, dan is de inrichting een hogedrempelinrichting
  • Opmerking bij de sommatieregel:
    • wanneer een niet met naam genoemde gevaarlijke stof ingedeeld is in meerdere samen te tellen posten uit  tabel I.1, dan moet gedeeld worden door de kleinste op deze stof van toepassing zijnde drempelwaarde binnen die rubriek
    • wanneer een gevaarlijke stof tegelijkertijd ingedeeld is in meerdere niet samen te tellen posten uit tabel I.2, dan wordt ze meegeteld in elke op die posten van toepassing zijnde som
    • Voorbeeld:
      • Chloor is ingedeeld als met naam genoemde stof 10. Voor toepassing van de sommatieregel wordt de totale hoeveelheid van stof 10 - Chloor (stel: 5 ton) gedeeld door de hoge drempelwaarde van deze stof (zijnde 25 ton). Dit quotiënt (zijnde 0,2) wordt meegeteld in de som A (vanwege de gevaarscategorie Acute Tox. 3-H331), én in de som B (vanwege de gevaarscategorie Ox. gas-H270) én in de som C (vanwege de gevaarscategorie Aquat. Acute 1-H400).
      • Propaan is ingedeeld als met naam genoemde stof 18. Voor toepassing van de sommatieregel moet de hoeveelheid propaan gedeeld worden door de overeenkomstige hoge drempelwaarde voor stof 18 (zijnde 200 ton) en meegeteld worden in de som B.
      • n-Pentaan is ingedeeld in de post P5C en in de post E2, en moet daarom zowel in som B als in som C meegeteld worden. Voor de som B moet de hoeveelheid pentaan gedeeld worden door de hogedrempelwaarde van post P5C (zijnde 50.000 ton), en voor de som C door de hoge drempelwaarde van de post E2 (zijnde 500 ton).

Toetsing 2: is de inrichting een lagedrempelinrichting?

De toetsing gebeurt op dezelfde wijze als hierboven, maar neem nu de drempelwaarden uit Kolom 2 van de tabellen I.1 en I.2 (= de lage drempel of drempel 1).

Gouden raad: ga eerst na of de inrichting een hogedrempelinrichting is en, als dit niet zo is, pas daarna of ze een lagedrempelinrichting is.

Als na toetsing blijkt dat de inrichting noch als hogedrempelinrichting noch als lagedrempelinrichting kan aangeduid worden, dan is de inrichting geen Seveso-inrichting, en is de Seveso III-richtlijn er dus niet op van toepassing.

 

Contacteer ons
Team Externe Veiligheid
02 553 03 55
Internettoepassing om de Seveso-status te bepalen

De CLP-databank kan bereikt worden via de webstek van het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA).