Algemene bepalingen voor alle koelinstallaties

Verbod op CFK’s en halonen

Het is verboden chloorfluorkoolstoffen (CFK's) en halonen te gebruiken in koelinstallaties. Dit verbod geldt niet voor chloorfluorkoolstoffen die aanwezig zijn in hermetisch gesloten koelsystemen met een geïnstalleerde drijfkracht van 500W of minder.

Bouw en opstelling van koelinstallaties

De exploitant moet een attest ter beschikking houden waaruit blijkt dat de installatie de nodige drukbeproevingen heeft ondergaan. Uitzonderingen gelden voor bepaalde kleinere installaties en installaties die voldoen aan volgende federale reglementering:

  • het koninklijk besluit van 23 maart 1977 tot vaststelling van de veiligheidswaarborgen welke bepaalde elektrische machines, apparaten en leidingen moeten bieden of het koninklijk besluit van 21 april 2016 betreffende het op de markt brengen van elektrisch materiaal;
  • het koninklijk besluit van 5 mei 1995 betreffende machines of het koninklijk besluit van 12 augustus 2008 betreffende het op de markt brengen van machines;
  • het koninklijk besluit van 13 juni 1999 inzake drukapparatuur of het koninklijk besluit van 11 juli 2016 betreffende het op de markt aanbieden van drukapparatuur.

Meer informatie over deze onderwerpen vind je op de website van de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie:

Onderhoud

De bewerkingen die verband houden met koelinstallaties en waarbij de mogelijkheid tot het ontsnappen van koelmiddel bestaat, moeten worden uitgevoerd door bevoegde koeltechnici. Als het gaat om koelinstallaties die ozonlaag afbrekende stoffen of F-gassen bevatten, dan betekent dit dat deze werkzaamheden moeten worden uitgevoerd door een erkend technicus die werkt in een erkend koeltechnisch bedrijf.

De nodige voorzorgen moeten worden genomen om er voor te zorgen dat bij een herstelling, een lek, een ontsnapping via veiligheidsklep, … het ontsnappende koelmiddel de buurt niet hindert en het milieu niet bezoedelt. Om de eventuele lekken tot het strikte minimum te beperken worden de koelinstallaties en toebehoren onderhouden volgens een code van goede praktijk en afhankelijk van de gebruikswijze regelmatig onderzocht door een bevoegd koeltechnicus. Als een lekkage wordt vastgesteld, dan moeten onmiddellijk de nodige herstellingen worden uitgevoerd om die lekkage te verhelpen en moet een nieuwe controle op lekdichtheid worden uitgevoerd. De resultaten van deze onderzoeken worden ingeschreven in een register dat ter inzage is van de toezichthouder.

Terugwinning van koelmiddelen

Bij definitieve buitenbedrijfstelling moet het koelmiddel binnen de maand worden verwijderd. Bij buitenbedrijfstelling of bij herstellingen waarbij het koelmiddel moet worden afgetapt, moet het koelmiddel met doelmatige apparatuur door bevoegde koeltechnici worden opgevangen in speciaal daarvoor bestemde en gemarkeerde recipiënten.