|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Toelichting besluit integrale voorwaarden
Na het inwinnen van het advies van de Raad van State hechtte de Vlaamse Regering op 15 september 2006 haar definitieve goedkeuring aan het besluit ter invoeging van integrale voorwaarden voor standaardgarages en -carrosseriebedrijven en standaardhoutbewerkingsbedrijven (schrijnwerkerijen). Dit besluit wijzigt titel I en II van het VLAREM. Dit besluit werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 28 december 2006 en de bepalingen treden in werking de eerste dag van de tweede maand die volgt op de datum van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, zijnde 1 februari 2007. Hier kan u het besluit van de Vlaamse Regering, het verslag aan de Vlaamse Regering en het advies van de Raad van State raadplegen.
Doel?Het doel van deze nieuwe bepalingen is voor twee veel voorkomende categorieën van inrichtingen (enerzijds garages- en carrosseriebedrijven en anderzijds houtbewerkingsbedrijven) welomschreven 'standaardinrichtingen' vast te stellen die gelet op de aard en de belangrijkheid van de daaraan verbonden milieueffecten in de derde klasse kunnen worden ingedeeld en bijgevolg voor de toekomst meldingsplichtig in plaats van milieuvergunningsplichtig worden gesteld. Vervolgens worden - met het oog op een verdere vereenvoudiging - in de reglementering voor elk van deze in de derde klasse ingedeelde standaardinrichtingen alle toepasselijke algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM vastgesteld en ondergebracht in één pakket van milieuvoorwaarden.
Hoe werden de standaardinrichtingen omschreven?De omschrijving van de standaardgarages en –carrosseriebedrijven en standaardhoutbewerkingsbedrijven kan u vinden in de rubrieken 15.5 en 19.8 van de lijst van de als hinderlijk beschouwde inrichtingen vastgesteld in bijlage 1 van titel I van het VLAREM. Download een aankruislijst om na te gaan of uw garage of carrosseriebedrijf kan worden beschouwd als een standaardinrichting (rubriek 15.5).
Wat te doen bij exploitatie van een standaardinrichting?
a) Nieuwe standaardinrichtingen:Een nieuwe inrichting die ressorteert onder rubriek 15.5 of 19.8. dient, alvorens de exploitatie kan worden aangevat, te worden gemeld aan de overheid. De procedure voor het melden van nieuwe standaardinrichtingen is dezelfde als deze die tot nog toe gold voor het melden van de klassieke derde klasse inrichtingen (zie hoofdstuk II van titel I van het VLAREM).
b) Bestaande inrichtingen die voortaan als standaardinrichtingen worden beschouwd:Voor de inrichtingen die op 1 februari 2007 in bedrijf waren gesteld en die onder de toepassing vallen van rubriek 15.5 of 19.8, moet geen melding overeenkomstig artikel 3 van hoofdstuk II van titel 1 van het VLAREM worden gedaan indien diezelfde inrichtingen al meldings- of milieuvergunningsplichtig waren op basis van de indelingslijst die van toepassing was vóór de inwerkingtreding van dit besluit. In dat geval blijft de gedane melding onverminderd geldig of wordt in voorkomend geval de oorspronkelijke milieuvergunningsaanvraag of mededeling kleine verandering met toepassing van artikel 2, § 5 van titel I van het VLAREM voor de toekomst als de melding van de inrichting derde klasse aangezien.
Welke zijn de na te leven milieuvoorwaarden?De milieuvoorwaarden waaraan de standaardinrichtingen dienen te voldoen worden gebundeld in één pakket per standaardinrichting. Deze worden ondergebracht in een hoofdstuk van het nieuwe deel 5BIS van titel II van het VLAREM.
Enkele vaakgestelde vragen (FAQ)
1. Wat wordt bedoeld met ‘industriegebied’ in de nieuwe rubrieken 15.5 en 19.8? Is bijvoorbeeld een KMO-zone ook een industriegebied?De vermelde industrie- en andere gebieden zijn de gebieden zoals bepaald door de stedenbouwkundige voorschriften van een goedgekeurd plan van aanleg, een ruimtelijk uitvoeringsplan of een behoorlijk vergunde, niet vervallen verkavelingsvergunning. De term ‘industriegebied’ dient ruim te worden gehanteerd. Een KMO-zone als nadere aanwijzing van een industriegebied is uiteraard als industriegebied te beschouwen.
2. Kan er een afwijkingsaanvraag ingediend worden bij de minister als één van de toepasselijke voorwaarden niet zou kunnen nageleefd worden?Het nieuwe artikel 5BIS.0.3 geeft de mogelijkheid om overeenkomstig de bestaande regeling van afdeling 1.2.2 van titel II van het VLAREM een individuele afwijking te verlenen van sommige milieuvoorwaarden die op standaardinrichtingen van toepassing worden gesteld indien deze milieuvoorwaarden aangeven welke middelen moeten worden aangewend. De bevoegde overheid is in dit geval de Vlaamse minister bevoegd voor het Leefmilieu en in enkele specifieke gevallen het college van burgemeester en schepenen.
3. Kan een standaardinrichting deel uitmaken van een vergunningsplichtige inrichting?Het kan zich voordoen dat op een welbepaalde bedrijfslocatie naast de standaardinrichting, een vergunningsplichtige of een op grond van een rubriek die geen standaardinrichting betreft, meldingsplichtige inrichting aanwezig is. Uit artikel 3, § 4 van het besluit van 15 september 2006 kan afgeleid worden dat het mogelijk is dat er toch sprake is van een standaardinrichting. Dit kan natuurlijk alleen maar in de mate dat er nog een standaardinrichting kan worden geïdentificeerd en dat het bijkomende op geen enkele wijze technisch of functioneel deel uitmaakt van de standaardinrichting. Voor de identificatie is wat er bij de twee betrokken rubrieken, 15.5 en 19.8 (telkens onder het punt 2°) wordt vermeld beslissend: “2° en verder, benevens de niet-ingedeelde aanhorigheden, uitsluitend bijkomend één of meer van de volgende onderdelen omvatten: …”. Er mag daar bijgevolg geen enkele drempel overschreden worden. De onderdelen van de standaardinrichting moeten door ligging en gebruik zeer duidelijk te onderscheiden zijn van de rest van de inrichting. Een onderdeel dat zelfs maar gedeeltelijk dienstig is voor de eventuele standaardinrichting moet gezien worden als er toe behorend en dan moet dat geheel getoetst worden aan de criteria voor de rubriek 15.5 of 19.8 van de indelingslijst. |
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||