|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Stookolietanks voor de verwarming van mijn woningVeelgestelde vragen in verband met wetgeving, controle en onderhoud en buitengebruikstelling van stookolietanks voor de verwarming van woningen (stookolie is ook bekend onder de namen gasolie, mazout of huisbrandolie) 1. Waar vind ik de teksten van de milieuwetgeving?De teksten van de geactualiseerde en gecoördineerde versie van het VLAREM (Vlaams Reglement Milieuvergunning) kan u vinden op deze website (nieuw venster). Met alle vragen over het VLAREM kan u terecht bij de afdeling Milieuvergunningen. Let op: sinds 2009 werden verschillende bepalingen inzake stookolietanks gewijzigd. 2. Welke wetgeving is van toepassing?Het Vlaams Reglement Milieuvergunningen (VLAREM) is van toepassing. Aangaande stookolietanks voor de verwarming van woningen, wordt in het VLAREM onderscheid gemaakt tussen:
De voorwaarden waaraan de stookolietanks met een inhoud van minder dan 5.000 liter moeten voldoen vindt u in titel II van het VLAREM onder "HOOFDSTUK 6.5. PARTICULIERE STOOKOLIETANKS MET EEN WATERINHOUD VAN MINDER DAN 5.000 LITER" (nieuw venster). 3. Moet ik voor mijn stookolietank een milieuvergunning aanvragen?Stookolietanks voor de verwarming van woningen zijn niet ingedeeld zolang de totale opslaghoeveelheid bij de woning minder dan 5.000 liter bedraagt. In dat geval moet u geen bijkomende stappen ondernemen. 4. Wie contacteren voor een onderhoud of controle van de stookolietank: een erkende technicus of een milieudeskundige erkend in de discipline houders voor gassen of gevaarlijke stoffen?4.1. Een particuliere stookolietank voor de verwarming van een woning, dient gecontroleerd te worden door een erkende stookolietechnicus. Erkende technici bezitten een (in het Vlaams Gewest) persoonlijk op naam toegekend erkenningsnummer beginnend met de letters SV gevolgd door 5 cijfers (bijvoorbeeld SV00022 of SV56489). 4.2. Elke stookolietank, andere dan deze bedoeld onder punt 4.1 (bijvoorbeeld stookolietank voorzien van een vulpistool om een tractor van brandstof te voorzien, een opslaghouder voor stookolie die niet gebruikt wordt voor verwarming van gebouwen bv. voor opstarten van noodgroepen enz …) dient echter gecontroleerd te worden door een milieudeskundige erkend in de discipline houders voor gassen of gevaarlijke stoffen. Deze milieudeskundigen bezitten een (in het Vlaams Gewest) nominatief toegekend erkenningsnummer waarin de kenletter H voorkomt gevolgd door ofwel 3 cijfers (bijvoorbeeld 2000/H017), ofwel gevolgd door 2 of 3 letters en daarna 3 cijfers (bijvoorbeeld 2001/HAV007, 2008/HSGS012), ofwel gevolgd door hun voor- en achternaam. 5. Wanneer moet er een controle plaatsvinden?
Elke stookolietank dient na de plaatsing maar voor de ingebruikname gecontroleerd te worden door een erkende technicus die een certificaat opstelt waaruit ondubbelzinnig moet blijken dat de opslaginstallatie voldoet aan de bepalingen van hoofdstuk 6.5 van titel II van het VLAREM. Hierop vermeldt hij zijn naam en erkenningsnummer. Hij bezorgt de eigenaar het certificaat van de installatie, samen met de certificaten of de beproevingsverslagen van de onderdelen ervan. De eigenaar bezorgt de exploitant een kopie van het certificaat van de installatie. Binnen de maand na aanleg van de opslaginstallatie brengt hij op de houder een duidelijk leesbare en onuitwisbare groene merkplaat aan met hierop volgende onuitwisbare gegevens: zijn erkenningsnummer, de datum van plaatsing van de opslaginstallatie en, zo het om een ondergrondse houder gaat, de uiterste datum van de eerstvolgende controle. Periodieke controle: Een ondergrondse stookolietank met een inhoud van minder dan 5.000 liter dient vanaf 1 maart 2009 om de 5 jaar (voorheen om de 3 of 4 jaar) gecontroleerd te worden door een erkende stookolietechnicus. Hierbij wordt bij de rechtstreeks in de grond ingegraven houders die niet voorzien zijn van een permanent lekdetectiesysteem o.a. telkens een dichtheidsbeproeving uitgevoerd. Een bovengrondse stookolietank met een inhoud van minder dan 5.000 liter dient vanaf 1 maart 2009 niet meer periodiek gecontroleerd (voorheen om de 5 jaar) te worden. De tank moet nogs slechts eenmaal verplicht gecontroleerd worden, namelijk bij de plaatsing zelf. Bij iedere controle of onderzoek stelt de erkende technicus een certificaat op voor de exploitant/eigenaar. Hieruit moet ondubbelzinnig blijken dat de houder en de installatie al dan niet voldoen aan de bepalingen van hoofdstuk 6.5 van titel II van het VLAREM. Het certificaat voorziet naam en erkenningsnummer van de uitvoerende technicus, datum van de controle en datum van de eerstvolgende controle. Het laatste geldt enkel indien het om een ondergrondse houder gaat. Al naargelang het resultaat van de controle is de houder gemerkt met een duidelijk leesbare en onuitwisbare groene, oranje of rode merkplaat. Op deze merkplaat wordt onuitwisbaar het erkenningsnummer van de erkende technicus, de datum van de controle en de uiterste datum van de eerstvolgende controle aangebracht (laatste, zo het om een ondergrondse houder gaat). Inhoud van 5000 liter of meer : Controle bij plaatsing: Ondergrondse houder - Na de installatie maar vóór de ingebruikname van de houder, dient gecontroleerd te worden of de houder, de leidingen en de toebehoren, het waarschuwings- of beveiligingssysteem tegen overvulling, het lekdetectiesysteem en, in voorkomend geval, de kathodische bescherming en de aanwezige voorzieningen ten behoeve van damprecuperatie, voldoen aan de voorschriften van het reglement. Vermelde controles dienen uitgevoerd te worden door een erkend stookolietechnicus. De controle van de eventuele kathodische bescherming dient te gebeuren in samenwerking met een milieudeskundige erkend in de discipline bodemcorrosie. Bovengrondse houder - Na de installatie, maar vóór de in gebruikname van de houder, dient gecontroleerd te worden of de houder, de leidingen en de toebehoren, het waarschuwings- of beveiligingssysteem tegen overvulling, de inkuiping en de brandbestrijdingsmiddelen en in voorkomend geval en het lekdetectiesysteem voldoen aan de voorschriften van dit reglement. Vermelde controles dienen uitgevoerd te worden door een erkend stookolietechnicus.
Een ondergrondse stookolietank van 5.000 liter of meer, dient ofwel tenminste jaarlijks (indien gelegen binnen de waterwingebieden en de beschermingszones) ofwel 2-jaarlijks (indien gelegen buiten de waterwingebieden en de beschermingszones) een beperkt onderzoek te ondergaan. Om de 10 (indien gelegen binnen de waterwingebieden en de beschermingszones) of om de 15 jaar (indien gelegen buiten de waterwingebieden en de beschermingszones) dient de tank een algemeen onderzoek te ondergaan (uitz. voor houders uit gewapende thermohardende kunststoffen) door een erkende stookolietechnicus. De controle m.b.t. corrosie en kathodische bescherming dient te gebeuren in samenwerking met een milieudeskundige erkend in de discipline bodemcorrosie. Een bovengrondse stookolietank van 5.000 liter of meer (tot 20.000 liter) dient om de 3 jaar (max. 40 maanden tussen 2 opeenvolgende onderzoeken toegelaten) een beperkt onderzoek te ondergaan (dus geen algemeen onderzoek) door een erkende technicus. Bij iedere controle (plaatsing of periodiek onderzoek) stelt de erkende technicus een attest op waaruit ondubbelzinnig moet blijken dat de houder en de installatie al dan niet voldoen aan de voorschriften van het reglement. Het attest vermeldt de naam en het erkenningsnummer van de uitvoerende technicus. De technicus brengt op de vulleiding een duidelijk zichtbare en leesbare klever of plaat aan (groen, oranje of rood) met zijn erkenningsnummer, de datum van het jaartal en de maand van hetzij de controle bij plaatsing, hetzij de laatst uitgevoerde controle en deze van de volgende uit te voeren controle. 6. Ik koop een huis met een stookolietank. Hoe weet ik of die aan de richtlijnen voldoet en wat moet ik doen als dat niet het geval is?De exploitant (= in de meeste gevallen de verkoper) van een stookolietank dient ervoor te zorgen dat de tank steeds in goede staat van werking en onderhoud verkeert en dat elke verontreiniging van het milieu voorkomen wordt. Een stookolietank die voldoet aan de milieureglementering is uitgerust met een groene merkplaat. Een stookolietank die niet voldoet aan de milieureglementering is uitgerust met een oranje of een rode merkplaat. Deze merkplaat dient te zijn aangebracht door de erkende stookolietechnicus nadat hij de controle heeft uitgevoerd. Bovendien beschikt de verkoper over de attesten (certificaten), opgemaakt door de erkende technicus n.a.v. de uitgevoerde controles. Er wordt verder ook aangeraden de notaris van de situatie in kennis te stellen en de stand van zaken in de akte op te nemen. Vermits bij het verlijden van de akte beide partijen (samen met de notaris) de akte voor akkoord handtekenen, worden betwistingen (en mogelijk bijkomende kosten) achteraf vermeden. 7. Waaraan moet een nieuwe particuliere stookolietank (beneden 5000 liter) voldoen?Plaatsing:
8. Na een controle door een erkende technicus of milieudeskundige krijgt mijn opslaginstallatie een groene, oranje of rode dop/plaat. Wat betekent dit?
VMM - afdeling Operationeel Waterbeheer (e-mail) 9. Hoe een stookolietank definitief buiten gebruik stellen?Elke stookolietank met een inhoud van minder dan 5.000 liter die definitief buiten gebruik wordt gesteld, moet leeggemaakt worden. Een rechtstreeks in de grond ingegraven stookolietank met een inhoud van minder dan 5.000 liter dient bovendien verwijderd te worden of bij onmogelijkheid tot verwijderen, in overleg met een erkende technicus opgevuld te worden met zand, schuim of ander inert materiaal. De erkende technicus dient hierbij een certificaat op te stellen waaruit ondubbelzinnig moet blijken dat de buitengebruikstelling werd uitgevoerd volgens de regels van het vak. Het certificaat vermeldt o.a. zijn naam en erkenningsnummer. 10. Vragen over de verwarmingstoelage en het Sociaal Stookoliefonds?Hiervoor kan u terecht bij de federale overheid, Programmatorische Overheidsdienst Maatschappelijke Integratie. |
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||