|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Decreet Algemeen Milieubeleid
Decreet van 05/04/1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.Naam: Decreet Algemeen Milieubeleid (DABM) Niveau: Gewestelijk (Vlaams) Staatsblad: 03/06/1995 van kracht sinds: Wijzigende besluiten: Ja Gecoördineerde tekst:
Met het van kracht worden van het zogenaamde decreet mer-vr (of MER/VR-decreet) op 13/02/2003, werd een titel IV over de milieueffect- en veiligheidsrapportage toegevoegd aan het decreet van 05/04/1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (kort: decreet Algemeen Milieubeleid; DABM). Het decreet Algemeen Milieubeleid bevat voortaan de bepalingen omtrent de omgevingsveiligheidsrapportage (in opvolging van Vlarem I) alsook de bepalingen omtrent de ruimtelijke veiligheidsrapportage, een nieuwe vorm van rapportage die de koppeling legt tussen industriële veiligheid en ruimtelijke ordening. Titel IV van het decreet Algemeen Milieubeleid omvat 7 hoofdstukken, waarvan enkel de hoofdstukken I, IV, V, VI en VII betrekking hebben op de veiligheidsrapportage: Het hoofdstuk I (Definities, procedurele bepalingen, doelstellingen en kenmerken van milieueffect- en veiligheidsrapportage) bevat in een afdeling I enkele belangrijke definities rond het omgevingsveiligheidsrapport (OVR) en het ruimtelijk veiligheidsrapport (RVR). Deze definities vindt u ook terug op de pagina Definities van deze webstek. Het hoofdstuk IV behandelt de veiligheidsrapportage over ruimtelijke uitvoeringsplannen (de ruimtelijke veiligheidsrapportage). Dit hoofdstuk geeft uitvoering aan de verplichtingen van artikel 24 van het Samenwerkingsakkoord, dat op zijn beurt de omzetting is van het artikel 12 van de Seveso II-richtlijn. Het hoofdstuk V behandelt de veiligheidsrapportage over de exploitatie van inrichtingen (de omgevingsveiligheidsrapportage), en is van toepassing op alle inrichtingen die in het kader van het milieuvergunningsdecreet een aanvraag voor een milieuvergunning of een wijziging van de milieuvergunning indienen én in het kader van het Samenwerkingsakkoord een veiligheidsrapport moeten opstellen (of het veiligheidsrapport opnieuw moet laten beoordelen ingevolge een wijziging van de inrichting). Dit zijn de hogedrempelinrichtingen. Daarnaast kan de Vlaamse Regering nog andere categorieën van inrichtingen aanwijzen die een omgevingsveiligheidsrapport moeten opmaken conform dit hoofdstuk. Het hoofdstuk VI behandelt de aspecten van kwaliteitszorg. Het hoofdstuk VII van titel IV behandelt de toezichts- en strafbepalingen. Het bevat o.m. een aantal bepalingen die de continuïteit verzekeren van de veiligheidsrapportages die gestart waren vóór 13/02/2003, en van de erkenningen (VR-deskundigen) die verleend werden of aangevraagd werden vóór 13/02/2003. De dienst Veiligheidsrapportering bewaakt en begeleidt het opstellen van een veiligheidsrapport volgens een stappenplan, en voert het goedkeuringsonderzoek uit. Meer informatie hierover vindt u in de delen Omgevingsveiligheidsrapportage en Ruimtelijke Veiligheidsrapportage. UitvoeringsbesluitenIn het decreet is aangeduid op welke punten de Vlaamse Regering middels een uitvoeringsbesluit de procedures nog kan verfijnen, om het decreet volledig operationeel te maken. Meer in het bijzonder gaat het om:
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||