|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Definities
AandachtsgebiedEen aandachtsgebied is een gebied dat in het kader van de risico's van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn, bijzondere aandacht geniet:
Als aandachtsgebied werden daarom aangeduid: de gebieden met woonfunctie, de kwetsbare locaties, de door het publiek bezochte gebouwen en gebieden (incusief de recreatiegebieden), de hoofdtransportwegen voor personenvervoer, de waardevolle of kwetsbare natuurgebieden en de externe gevarenbronnen. AMINABEL (afdeling Algemeen Milieu- en Natuurbeleid)AMINABEL was een van de afdelingen binnen de vroegere Vlaamse leefmilieuadministratie AMINAL Sinds 01/04/2006 is een nieuwe structuur voor de Vlaamse overheid van kracht. De administratie AMINAL en de onderliggende afdeling AMINABEL bestaan niet meer. De Cel Veiligheidsrapportering, voortaan de Dienst Veiligheidsrapportering, is nu ondergebracht in de nieuwe afdeling Milieu-, Natuur- en Energiebeleid van het departement Leefmilieu, Natuur en Energie (zie ook http://www.lne.be (nieuw venster)). Het departement LNE is de opvolger van AMINAL. AMINAL (Administratie Milieu-, Natuur-, Land- en Waterbeheer)AMINAL was de vroegere benaming van de Vlaamse (gewestelijke) leefmilieuadministratie. Sinds 01/04/2006 is een nieuwe structuur voor de Vlaamse overheid van kracht. De administratie AMINAL, evenals de onderliggende afdelingen, bestaan niet meer. De Vlaamse leefmilieuadministratie is thans opgenomen in het departement Leefmilieu, Natuur en Energie (zie http://www.lne.be (nieuw venster)). De Cel Veiligheidsrapportering, die vroeger deel uitmaakte van de afdeling AMINABEL van AMINAL, is thans ondergebracht in de afdeling Milieu-, Natuur- en Energiebeleid van het departement LNE. De Cel Veiligheidsrapportering heet voortaan Dienst Veiligheidsrapportering. AMNE (Afdeling Milieu-, Natuur- en Energiebeleid)AMNE is een van de afdelingen van het departement Leefmilieu, Natuur en Energie (LNE), de Vlaamse (gewestelijke) leefmilieuadministratie. Deze afdeling is onderverdeeld in 4 diensten, waaronder de dienst Veiligheidsrapportering. AROHMAdministratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting, Monumenten en Landschappen AROHM is de vroegere benaming van de gewestelijke administratie bevoegd voor o.m. de ruimtelijke ordening. Deze administratie opereert thans onder de benaming departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed (RWO). Besluit RVR-criteriaHet besluit van de Vlaamse regering van 26/01/2007 houdende nadere regels inzake ruimtelijke veiligheidsrapportage. Dit besluit legt de criteria vast op basis van dewelke de dienst Veiligheidsrapportering beslist of bij een ruimtelijke uitvoeringsplan (RUP) al dan niet een ruimtelijk veiligheidsrapport (RVR) vereist is. Bestaande (Seveso)-inrichting(volgens het Samenwerkingsakkoord) Een (Seveso)-inrichting waarvoor de aanvraag voor de vergunning tot exploitatie is ingediend vóór de datum van inwerkingtreding van het Samenwerkingsakkoord (i.c. 26/06/2001). Belangrijke opmerking: CAS-nummerHet CAS-nummer is een uniek identificatienummer van een chemische stof in de gegevensbank van de Chemical Abstracts Service, die behoort tot de American Chemical Society. Casuïstiek of ongevalscasuïstiekDe beschrijving van (in het verleden gebeurde) ongevallen, in dit geval zware ongevallen. Decreet Algemeen MilieubeleidHet decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM). Het decreet Algemeen Milieubeleid regelt in een titel IV de procedure omgevingsveiligheidsrapport (hoofdstuk 5), de procedure ruimtelijk veiligheidsrapport (hoofdstuk 4) en de erkenning van deskundigen voor het opstellen van omgevingsveiligheidsrapporten en/of ruimtelijke veiligheidsrapporten (hoofdstuk 6). Titel IV werd in het DABM ingebracht door het zogenaamde decreet m.e.r-v.r. (of MER/VR-decreet). Decreet mer - vrHet decreet van 18 december 2002 tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende milieueffect- en veiligheidsrapportage. Decreet Milieuvergunning (Milieuvergunningendecreet)Het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (DMV). Decreet Ruimtelijke OrdeningHet decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening (DRO). Domino-effectHet effect waarbij de vrijzetting van een gevaarlijke stof uit een installatie (met een zwaar ongeval tot gevolg) resulteert in de vrijzetting van een gevaarlijke stof uit een andere installatie (met een nieuw zwaar ongeval tot gevolg). Zie ook pagina Domino-effecten. EG-nummerHet EG-nummer is een uniek identificatienummer van een chemische stof in de Europese inventaris van bestaande chemische stoffen (EINECS: European Inventory of Existing Chemical Substances (nieuw venster)) resp. de Europese lijst van nieuwe chemische stoffen (ELINCS: European List of New Chemical Substances (nieuw venster)). Meer informatie hierover is te vinden bij het European Chemicals Bureau. Externe gevarenbron(als aandachtsgebied) Een externe gevarenbron is een element in de omgeving van een Seveso-inrichting dat de oorzaak kan zijn van een zwaar ongeval in die inrichting. Voorbeelden hiervan zijn transportwegen (weg, spoor, water) voor wat betreft het vervoer van gevaarlijke stoffen, hoogspanningslijnen, pijpleidingen, ondergrond (stabiliteit), vliegvelden, militaire installaties, andere industriële installaties en opslagplaatsen van gevaarlijke stoffen, windturbines, ... Externe (mens)veiligheidDe veiligheid van de mens in de omgeving van een Seveso-inrichting, gerelateerd aan de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen op het terrein van die inrichting. Flash-fractieHet gedeelte van een tot vloeistof verdicht gas dat bij vrijzetting onmiddellijk als gas vrijkomt. FOD BiZaFederale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken In het kader van het Samenwerkingsakkoord is de Algemene Directie van de Civiele Veiligheid van de FOD BiZa aangeduid als een van de beoordelingsdiensten (voor het aspect externe noodplanning). FOD WASOFederale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg In het kader van het Samenwerkingsakkoord is de Afdeling voor het Toezicht op de Chemische Risico's van de FOD WASO aangeduid als één van de beoordelingsdiensten, en als één van de inspectiediensten (voor het aspect interne veiligheid). GasVoor toepassing van het Samenwerkingsakkoord wordt onder gas verstaan: een stof die bij een temperatuur van 20 °C een absolute dampspanning van ten minste 101,3 kPa (= 1013 mbar) heeft. Gebied met woonfunctieOnder gebied met woonfunctie wordt verstaan:
Gele Boek"Methods for the calculation of physical effects due to releases of hazardous materials (liquids and gases)", Committee for the Prevention of Disasters, [CPR14E] [PGS 2] Dit boek bevat methoden en modellen voor het berekenen van de fysische effecten ten gevolge van het (accidenteel) vrijzetten van gevaarlijke stoffen (vloeistoffen en gassen). GevaarDe intrinsieke eigenschap van een gevaarlijke stof of van een fysische situatie om nadelige effecten (schade genoemd) te veroorzaken voor de gezondheid van de mens of het leefmilieu. Gevaarlijk preparaatEen preparaat dat minstens één gevaarlijke stof bevat. Gevaarlijke preparaten - RichtlijnRichtlijn 1999/45/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 1999 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke preparaten. Gevaarlijke stofGevaarlijke stoffen zijn stoffen die door hun intrinsieke eigenschappen en kenmerken rechtstreeks of onrechtstreeks schade kunnen berokkenen aan de mens en/of het milieu. De lijst van gevaarlijke stoffen is terug te vinden in bijlage I bij de Richtlijn Gevaarlijke stoffen. Op te merken valt dat voor toepassing van de Seveso II-richtlijn niet alle gevaarlijke stoffen van belang zijn. De Seveso II-richtlijn definieert gevaarlijke stoffen immers als "stoffen, mengsels of preparaten, genoemd in bijlage I, deel 1, of beantwoordend aan de criteria in bijlage I, deel 2, en aanwezig als grondstof, product, bijproduct, residu of tussenproduct, met inbegrip van die waarvan redelijkerwijs mag worden verwacht dat zij bij een ongeval ontstaan". De gevaarlijke stoffen die beantwoorden aan de in deze definitie bedoelde criteria zijn stoffen die kenmerken vertonen op het vlak van toxiciteit, oxideerbaarheid, ontplofbaarheid, ontvlambaarheid en milieugevaarlijkheid. Gevaarlijke stoffen - RichtlijnRichtlijn 67/548/EEG van de Raad van 27 juni 1967 betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen. Bijlage 1 bij de richtlijn bevat de lijst van de gevaarlijke stoffen, die regelmatig bijgewerkt wordt. Deze lijst is via de webstek van de dienst Veiligheidsrapportage te bekomen. Op te merken valt dat voor (toepassing van) de Seveso II-richtlijn niet alle gevaarlijke stoffen in deze lijst van belang zijn. GevaarscategorieDe categorie waarin een gevaarlijke stof volgens de Richtlijn Gevaarlijke Stoffen wordt ingedeeld in functie van zijn eigenschappen op het vlak van de toxiciteit, ontvlambaarheid, ontplofbaarheid,... Een gevaarlijke stof kan in meer dan één categorie ingedeeld worden (bv. een ontvlambare, giftige stof). De verschillende gevaarscategorieën zijn: zeer toxisch, toxisch, ontplofbaar, ontvlambaar, licht ontvlambaar, zeer licht ontvlambaar, oxiderend, schadelijk, bijtend (of corrosief), irriterend, sensibiliserend, milieugevaarlijk, kankerverwekkend, mutageen, en vergiftig voor de voortplanting. Op te merken valt dat voor toepassing van de Seveso II-richtlijn niet alle gevaarscategorieën van belang zijn. GevaarsymboolHet symbool waarmee de gevaarscategorie van een gevaarlijke stof wordt aangeduid (zie ook vr_gevaarsymbolen.pdf). Gevoelig omgevingsobjectEen gevoelig omgevingsobject is een object in de omgeving van de inrichting die de gevolgen van een zwaar ongeval kan verhogen. Voorbeelden hiervan zijn plaatsen waar veel mensen kunnen voorkomen: woonkernen, appartementsgebouwen, scholen, gezondheidsinstellingen, ziekenhuizen, supermarkten en winkelcentra, bedrijven met grote tewerkstelling, recreatiedomeinen, natuurgebieden, ... Grenswaarde (van een gevaarlijke stof)De grenswaarde van een gevaarlijke stof wordt bepaald door de hoeveelheid van deze stof die op een afstand van 100 m van het punt van vrijzetting nog het leven van een mens kan bedreigen. Groene Boek"Methods for determining the possible damage to people and subjects resulting from releases of hazardous materials", Committee for the Prevention of Disasters, [CPR 16E] [PGS 1] Dit boek bevat de methoden voor het bepalen van mogelijke schade aan mensen en goederen door het vrijkomen van gevaarlijke stoffen. GroepsrisicoHet groepsrisico is de kans (per jaar) dat een aantal personen in de omgeving van een Seveso-inrichting gelijktijdig omkomt ten gevolge van een zwaar ongeval binnen die inrichting. Hoge drempel(waarde)Het getal in de derde kolom van de tabellen in deel 1 en deel 2 van bijlage I bij de Seveso II-richtlijn (= het getal in de derde kolom in de tabellen in deel 1 en deel 2 van bijlage I van het Samenwerkingsakkoord = het getal in de tweede kolom van de tabellen in deel I en deel II van bijlage 6 bij Vlarem I). Hogedrempelinrichting(ook: hoge drempel Seveso-inrichting; drempel 2-inrichting; VR-plichtige inrichting; hogedrempelbedrijf; hoge drempel Seveso-bedrijf; drempel 2-bedrijf; VR-plichtig bedrijf) Een hogedrempelinrichting is een (Seveso)-inrichting waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn of kunnen zijn in hoeveelheden die gelijk zijn aan of groter zijn dan de zogenaamde hoge drempel, of die door de sommatieregel als hogedrempelinrichting wordt beschouwd. Hoofdtransportwegen (voor personenvervoer)(als aandachtsgebied) De hoofdtransportwegen (voor personenvervoer) die worden aangeduid als aandachtsgebied zijn:
Indeling van een gevaarlijke stofDe indeling van een gevaarlijke stof houdt in dat de stof in één of meer gevaarscategorieën wordt ondergebracht, op basis van de risicozinnen (R-zinnen of waarschuwingszinnen) die eraan toegekend worden. De algemene indeling gebeurt op elk moment volgens de meest recente bepalingen van de Richtlijn Gevaarlijke Stoffen. De indeling van een gevaarlijke stof heeft niet alleen gevolgen voor de etikettering ervan, maar ook voor andere wetgeving en reglementering op het gebied van de gevaarlijke stoffen. Industriële veiligheidDe veiligheid van mens en milieu met betrekking tot de aanwezigheid en het gebruik van gevaarlijke stoffen in de industrie. Initiatiefnemer (van een OVR of een RVR)De initiatiefnemer met betrekking tot het opstellen van een omgevingsveiligheidsrapport is de aanvrager of de houder van een milieuvergunning. De initiatiefnemer met betrekking tot het opstellen van een ruimtelijk veiligheidsrapport is de overheid die het initiatief neemt tot de opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan overeenkomstig de artikelen 41, 44 en 48 van het decreet Ruimtelijke Ordening. Een ruimtelijk uitvoeringsplan kan op drie bestuurlijke niveaus worden opgemaakt: - op gewestelijk niveau, voor een deel of delen van het grondgebied van het gewest, - op provinciaal niveau, voor een deel of delen van het grondgebied van de provincie, - op lokaal (gemeentelijk) niveau, voor een deel of delen van het grondgebied van een stad of gemeente. In het eerste geval is het Vlaamse regering de initiatiefnemer, in het tweede geval de bestendige deputatie van de provincie, en in het laatste geval het College van Burgemeester en Schepenen van de stad of gemeente. InrichtingHet gehele door een exploitant beheerde gebied waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn in een of meer installaties, met inbegrip van gemeenschappelijke of bijbehorende infrastructuur of activiteiten. InstallatieEen technische eenheid binnen een inrichting waarin gevaarlijke stoffen worden geproduceerd, gebruikt, behandeld of opgeslagen. Interne (mens)veiligheid(ook: arbeidsveiligheid) De veiligheid van de mens binnen een Seveso-inrichting, gerelateerd aan de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen op het terrein van die inrichting. IPOHandleiding voor het opstellen en beoordelen van een extern veiligheidsrapport (EVR), Interprovinciaal Overleg, Den Haag, 1994, [IPO] IUPACIUPAC = International Union of Pure and Applied Chemistry Kwantitatieve risicoanalyse (QRA)Kwantitatieve risicoanalyse (QRA) is een techniek die toelaat risico's te analyseren op basis van numerieke waarden. In een QRA worden rsico's dus berekend. Kwetsbare locatie - Gebied met kwetsbare locatieKwetsbare locaties zijn scholen (meer bepaald kleuterscholen, basisscholen en secundaire scholen), ziekenhuizen en rusthuizen/verzorgingstehuizen. Een gebied met kwetsbare locatie is het ganse terrein waarop de kwetsbare locatie zich bevindt. Lage drempel(waarde)Het getal in de tweede kolom van de tabellen in deel 1 en deel 2 van bijlage 1 bij de Seveso II-richtlijn (= het getal in de tweede kolom in de tabellen in deel 1 en deel 2 van bijlage I bij het Samenwerkingsakkoord). Lagedrempelinrichting(ook: lagedrempel Seveso-inrichting; drempel 1-inrichting; lagedrempebedrijf; lage drempel Seveso-bedrijf; drempel 1-bedrijf) Een lagedrempelinrichting is een inrichting waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn of kunnen zijn in hoeveelheden die gelijk zijn aan of groter zijn dan de zogenaamde lage drempel, maar kleiner dan de zogenaamde hoge drempel, of dat door de sommatieregel als lagedrempelinrichting wordt beschouwd. LetaliteitSterfte. LNEHet departement Leefmilieu, Natuur en Energie van de Vlaamse overheid. Dit departement is (sinds 01/04/2006) de opvolger van de vroegere Vlaamse (gewestelijke) leefmilieuadministratie AMINAL. LocatiealternatiefHet alternatief ten opzichte van de huidige of voorziene inplanting van een gehele (Seveso)-inrichting of installaties binnen die inrichting, waarbij de gehele inrichting op een andere locatie ingeplant wordt of waarbij een opslagtank, een proces, een reactorvat,... op een andere positie op het terrein van de inrichting geplaatst wordt. MensveiligheidDe veiligheid met betrekking tot de mens, gerelateerd aan de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen op het terrein van een Seveso-inrichting. MilieuveiligheidDe veiligheid met betrekking tot het milieu zowel binnen als buiten de Seveso-inrichting, gerelateerd aan de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen op het terrein van die inrichting. MSDSMaterial Safety Data Sheet Een MSDS is het veiligheidsinformatieblad van een gevaarlijke stof. Niet-technische samenvattingDe niet technische samenvatting van een omgevingsveiligheidsrapport of een ruimtelijk veiligheidsrapport is een samenvatting van dit rapport die begrijpelijk is voor het publiek en die toelaat om een voldoende zicht te krijgen op de mogelijke zware ongevallen en de mogelijke of de te nemen preventiemaatregelen. Nieuwe (Seveso-)inrichting(volgens het Samenwerkingsakkoord) Een (Seveso-)inrichting waarvoor de aanvraag voor de vergunning tot exploitatie is ingediend na de datum van inwerkingtreding van het Samenwerkingsakkoord (i.c. 26/06/2001). Belangrijke opmerking: NulalternatiefHet alternatief voor de huidige of geplande bedrijfsvoering waarbij de activiteiten met gevaarlijke stoffen worden stopgezet. Omgevingsveiligheidsrapport (OVR)Het veiligheidsrapport dat moet worden opgesteld door een hogedrempelinrichting (= VR-plichtige inrichting) in het kader van de milieuvergunningsprocedure. Paarse Boek"Guidelines for Quantitative Risk Assessment", Committee for the Prevention of Disasters, [CPR 18E] [PGS 3] Dit boek bevat de richtlijnen voor het uitvoeren van een kwantitatieve risicoanalyse (QRA). Op te merken valt dat het Deel I van het Paarse Boek, handelend over de QRA van inrichtingen, sinds 01/01/2008 vervangen is door de "Handleiding Risicoberekeningen BEVI". Plaatsgebonden risico(Het plaatsgebonden risico werd vroeger door de nu niet meer gebruikte term "individueel risico" aangeduid) Het plaatsgebonden risico, uitgedrukt per jaar, is de kans dat een persoon op een bepaalde plaats in de buurt van een Seveso-inrichting overlijdt ten gevolge van een zwaar ongeval in die inrichting, wanneer deze persoon zich gedurende één jaar permanent en onbeschermd op die plaats zou bevinden. Het plaatsgebonden risico geeft aan in hoeverre het risico voor doding van één persoon zich buiten de Seveso-inrichting uitstrekt. PreparaatEen mengsel dat of oplossing die bestaat uit twee of meer stoffen. ProbitfunctieProbit = Probability unit Een probitfunctie geeft onrechtstreeks de kans op een bepaalde schade aan. De waarde van de probitfunctie is gekoppeld aan een bepaalde kans. Een probitfunctie legt het verband tussen bepaalde karakteristieken van een (zwaar) ongeval en de schade die daardoor kan teweeggebracht worden. ProjectHet decreet Algemeen Milieubeleid definieert een project als volgt:
Publieke lokaties (door het publiek bezochte gebouwen en gebieden)(als aandachtsgebied) De door het publiek bezochte gebouwen en gebieden, inclusief recreatiegebieden, die aangeduid worden als aandachtsgebied, zijn de gebouwen en gebieden waarbij:
of
R-zin (risicozin of waarschuwingszin)Code voor de aard van de bijzondere gevaren toegeschreven aan een gevaarlijke stof of gevaarlijk preparaat. Een overzicht van de R-zinnen vindt in dit bestand: vr_r_en_s-zinnen (.pdf). RisicoDe waarschijnlijkheid (of kans) van het optreden van schade (hier naar aanleiding van het ongewenst vrijzetten van een gevaarlijke stof). Er wordt onderscheid gemaakt tussen:
RisicocriteriaRisicocriteria zijn toetsingswaarden voor de berekende externe mensrisico's van Seveso-inrichtingen. Rode Boek"Methods for determining and processing probabilities", Committee for the Prevention of Disasters, [CPR 12E] [PGS 4] Ruimtelijk structuurplan (RSP)Onder ruimtelijk structuurplan wordt verstaan een beleidsdocument dat het kader aangeeft voor de gewenste ruimtelijke structuur. Het geeft een langetermijnvisie op de ruimtelijke ontwikkeling van het gebied in kwestie. Het is erop gericht samenhang te brengen in de voorbereiding, de vaststelling en de uitvoering van beslissingen die de ruimtelijke ordening aanbelangen. Ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP)Een ruimtelijk uitvoeringsplan wordt opgemaakt ter uitvoering van een ruimtelijk structuurplan. Ruimtelijk veiligheidsrapport (RVR)Het veiligheidsrapport dat moet worden opgesteld ingeval bij ruimtelijke uitvoeringsplannen blijkt dat door de nieuwe bestemming of het gebruik van grond, de preventie of de beperking van de gevolgen van zware ongevallen in het gedrang komt. RWOHet departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend erfgoed van de Vlaamse overheid. S-zin (veiligheidsaanbeveling)Code voor de veiligheidsaanbevelingen met betrekking tot gevaarlijke stoffen en gevaarlijke preparaten. Een overzicht van de S-zinnen vindt in dit bestand: vr_r_en_s-zinnen (.pdf, 116kB). Samenwerkingsakkoord (SWA)Het samenwerkingsakkoord van 21 juni 1999 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de preventie van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. Het Samenwerkingsakkoord, dat de omzetting is van de Seveso II-richtlijn naar Belgisch recht, legt verplichtingen op aan Seveso-inrichtingen met betrekking tot de beheersing van de gevaren verbonden aan de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen op het terrein van de inrichting. Deze verplichtingen verschillen naargelang de Seveso-inrichting een lagedrempelinrichting of een hogedrempelinrichting is. Samenwerkingsakkoord-veiligheidsrapport (SWA-VR)Het veiligheidsrapport dat door een hogedrempelinrichting moet worden ingediend in het kader van het Samenwerkingsakkoord. Met dit veiligheidsrapport moet de exploitant van een hogedrempelinrichting aantonen dat hij voldoet aan de algemene aantoon- en zorgplicht zoals opgelegd door het Samenwerkingsakkoord. Seveso I-richtlijnDe richtlijn 82/501/EEG van de Raad van 24 juni 1982 inzake de risico's van zware ongevallen bij bepaalde industriële activiteiten. Deze richtlijn is thans niet meer geldig en volledig vervangen door de Seveso II-richtlijn. Seveso II-richtlijnDe Richtlijn 96/82/EG van de Raad van 9 december 1996 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken. De Seveso II-richtlijn is de opvolger van de Seveso I-richtlijn. De Seveso II-richtlijn is in Belgisch recht omgezet via het Samenwerkingsakkoord. Seveso-inrichting(syn.: Seveso-bedrijf) Een inrichting die onder de toepassing valt van de Seveso II-richtlijn (en dus onder toepassing valt van het Samenwerkingsakkoord, vermits dit akkoord de omzetting is van de Seveso II-richtlijn naar Belgisch recht). Een Seveso-inrichting kan een lagedrempelinrichting of een hogedrempelinrichting zijn. Het is een inrichting waarvoor een risico voor het optreden van een zwaar ongeval bestaat. Sommatieregel(ook: cumulatieregel) Door de sommatieregel kunnen inrichtingen die geen enkele van de individuele hoge drempelwaarden overschrijden toch nog als hogedrempelinrichting aangeduid worden (analoog voor lage drempel en lagedrempelinrichting). De sommatieregel houdt in dat bepaalde categorieën van gevaarlijke stoffen worden samengeteld (op basis van de toxische eigenschappen of de fysisch-chemische eigenschappen), samen met de met naam genoemde gevaarlijke stoffen die dezelfde gevaarseigenschappen hebben als deze van de categorieën waarmee ze samengeteld worden. Dit laatste betekent dat men moet bepalen tot welke gevarencategorie(ën) de aanwezige met naam genoemde gevaarlijke stoffen behoren. Meer informatie over de sommatieregel en de toepassing ervan vindt u op de pagina Bepalen van de Seveso-status. Spray fractieHet gedeelte meegesleurde vloeistof dat bij de vrijzetting van een tot vloeistof verdicht gas (bv. ten gevolge van een lek) als druppels in de gasfase komt. UitvoeringsalternatiefHet alternatief voor de huidige of geplande bedrijfsvoering waarbij een gevaarlijke stof of een procédé wordt vervangen door een minder gevaarlijke stof of procédé. Veiligheidsinformatieplan (VIP)Een veiligheidsinformatieplan is het geheel van afspraken en informatie-uitwisseling tussen een hogedrempelinrichting en de naburige bedrijven aangaande risico’s van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken. Veiligheidsmaatregelen (preventieve, beschermende en mitigerende)Preventieve veiligheidsmaatregelen zijn veiligheidsmaatregelen die moeten beletten dat een gevaarlijke stof uit zijn omhulling kan ontsnappen. Preventieve veiligheidsmaatregelen worden ook primaire veiligheidsmaatregelen genoemd. Ze vormen immers de eerste veiligheidsgordel. Beschermende veiligheidsmaatregelen zijn veiligheidsmaatregelen die, als een gevaarlijke stof wordt vrijgezet, schade aan mens en milieu moeten voorkomen. Beschermende veiligheidsmaatregelen worden ook secundaire veiligheidsmaatregelen genoemd. Ze vormen de tweede veiligheidsgordel. Mitigerende veiligheidsmaatregelen zijn veiligheidsmaatregelen die, als een gevaarlijke stof wordt vrijgezet, de schade aan mens en milieu moeten beperken. Mitigerende maatregelen worden ook tertiaire veiligheidsmaatregelen genoemd. Ze vormen de derde veiligheidsgordel. VeiligheidsrapportageDe procedure die al dan niet leidt tot het opstellen en het beoordelen van een veiligheidsrapport over een genomen actie en in voorkomend geval tot het gebruik ervan als hulpmiddel bij de besluitvorming omtrent deze actie. Vlaanderen kent drie typen van veiligheidsrapportage:
Verdrag van HelsinkiHet Verdrag betreffende de grensoverschrijdende gevolgen van industriële ongevallen, ondertekend te Helsinki op 17 maart 1992. Vlarem IHet besluit van de Vlaamse regering van 3 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning (gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 26 juni 1991, van kracht sinds 1 september 1991, diverse malen gewijzigd). Vlarem I is een uitvoeringsbesluit van het milieuvergunningsdecreet. Vlarem IIHet besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (gepubliceerd in het Belgische Staatsblad van 31 juli 1995, van kracht sinds 1 augustus 1995, diverse malen gewijzigd). Vlarem II is een uitvoeringsbesluit van het milieuvergunningsdecreet. VloeistofVoor toepassing van het Samenwerkingsakkoord wordt onder vloeistof verstaan: een stof die niet als gas gedefinieerd is en die bij een temperatuur van 20 °C en een standaarddruk van 101,3 kPa (= 1013 mbar) niet in vaste toestand is. VR-deskundigeEen deskundige erkend voor het opstellen van een omgevingsveiligheidsrapport en/of een ruimtelijk veiligheidsrapport. Waardevolle of bijzonder kwetsbare natuurgebieden(in kader van aandachtsgebied) De waardevolle of bijzonder kwetsbare natuurgebieden die worden aangeduid als aandachtsgebied zijn:
Zwaar ongeval(volgens het Samenwerkingsakkoord) Een gebeurtenis, zoals een zware emissie, brand of explosie die het gevolg is van ongecontroleerde ontwikkelingen tijdens de exploitatie van een (Seveso-)inrichting, die hetzij onmiddellijk, hetzij na verloop van tijd een ernstig gevaar oplevert voor de gezondheid van de mens binnen of buiten de inrichting of voor het milieu, en waarbij één of meer gevaarlijke stoffen betrokken zijn.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||