Sla navigatie over
Departement Leefmilieu, Natuur en Energie
home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information
  Richtlijnenboek voor Veiligheidsrapportages  
     
  Wetgeving  
     
  Seveso-inrichtingen  
     
  Gevaarlijke stoffen  
     
  Veiligheidsrapportages  
     
  Onderzoek en Communicatie  
     
  Varia  
     
U bent hier: www.lne.be Thema's Veiligheidsrapportage Veiligheidsrapportages Ruimtelijke veiligheidsrapportage Waarom ruimtelijke veiligheidsrapportage?

Waarom ruimtelijke veiligheidsrapportage?

Artikel 12 van de Seveso II-richtlijn legt aan de lidstaten van de Europese Unie enkele verplichtingen op met betrekking tot de ruimtelijke ordening. Bij de omzetting van de Seveso II-richtlijn in Belgisch recht werd dit artikel 12 nagenoeg letterlijk, zonder verdere praktische invulling, overgenomen in artikel 24 van het Samenwerkingsakkoord.
Het Samenwerkingsakkoord legt de uitvoering van de Seveso-verplichtingen inzake ruimtelijke ordening op aan de gewesten, aangezien in het federale België ruimtelijke ordening een exclusieve gewestelijke bevoegdheid is (daarom werd bij de overname van artikel 12 van de Seveso II-richtlijn in artikel 24 van het Samenwerkingsakkoord enkel het woord "Lidstaat" vervangen door "de Gewesten"). Elk van de gewesten staat zelf in voor de praktische invulling van deze verplichtingen.

De verplichtingen inzake ruimtelijke ordening ...

Artikel 24 van het Samenwerkingsakkoord legt aan de gewesten volgende verplichtingen op met betrekking tot de ruimtelijke ordening:

  1. De gewesten moeten er zorg voor dragen dat de ten doel gestelde preventie van zware ongevallen en de beperking van de gevolgen van zware ongevallen voor mens en milieu mee in aanmerking worden genomen in hun beleid inzake de bestemming of het gebruik van grond of in andere toepasselijke takken van hun beleid, door toezicht te houden op de inplanting van nieuwe Seveso-inrichtingen, op de wijziging van bestaande Seveso-inrichtingen, en op nieuwe ontwikkelingen rond bestaande Seveso-inrichtingen wanneer de vestigingsplaats ervan of de ontwikkeling zelf het risico van een zwaar ongeval kan vergroten of de gevolgen ervan ernstiger kan maken.
  2. De gewesten moeten er zorg voor dragen dat er in hun beleid rekening wordt gehouden met de noodzaak om op een langetermijnbasis voldoende afstand te laten bestaan tussen de Seveso-inrichtingen enerzijds, en woongebieden, door het publiek bezochte gebouwen en gebieden, hoofdvervoersroutes voor zover mogelijk, recreatiegebieden en waardevolle of bijzonder kwetsbare natuurgebieden anderzijds, en, voor bestaande Seveso-inrichtingen, aanvullende technische maatregelen te treffen om de gevaren voor personen niet te vergroten.
  3. De gewesten moeten er zorg voor dragen dat alle bevoegde autoriteiten en alle diensten die bevoegd zijn beslissingen op dit gebied te nemen passende adviesprocedures invoeren om de tenuitvoerlegging van de vastgestelde beleidsmaatregelen te vergemakkelijken, en zien er ook op toe dat het betrokken publiek zijn advies kan geven.

... en de invulling in Vlaanderen ervan

Om aan bovenstaande verplichtingen tegemoet te komen voerde het Vlaamse gewest door een aanpassing van het decreet Algemeen Milieubeleid (DABM) en van het decreet Ruimtelijke Ordening (DRO) de procedure ruimtelijke veiligheidsrapportage in, met als exponent daarvan het ruimtelijk veiligheidsrapport. Deze procedure werd verder verfijnd in het Besluit RVR-criteria, een uitvoeringsbesluit bij het DABM.

In het decreet Ruimtelijke Ordening werden bepalingen ingevoegd die de ruimtelijke planner verplicht om rekening te houden met de aspecten van risico's van zware ongevallen van Seveso-inrichtingen. In het decreet Algemeen Milieubeleid werd in een titel IV een hoofdstuk IV "Veiligheidsrapportage over ruimtelijke uitvoeringsplannen" ingevoegd, dat de procedure opmaak ruimtelijk veiligheidsrapport regelt. Het Besluit RVR-criteria bevat de criteria om te beslissen of bij een ruimtelijk uitvoeringsplan effectief een ruimtelijk veiligheidsrapport vereist is.

Om erop toe te zien dat bij ruimtelijke ontwikkelingen het risico van zware ongevallen niet vergroot of de gevolgen van zware ongevallen niet ernstiger kunnen worden, definieerde de Vlaamse overheid zogenaamde aandachtsgebieden. Dit zijn gebieden die bij het opmaken van ruimtelijke uitvoeringsplannen bijzondere aandacht vragen

De gebieden onder het eerste opsommingspunt zijn aandachtsgebieden omdat ze de gevolgen van een zwaar ongeval ernstiger kunnen maken (meer mogelijke menselijke slachtoffers); de gebieden onder het tweede opsommingspunt zijn aandachtsgebieden vanwege de mogelijke verhoging van milieuschade; de gebieden onder het laatste opsommingspunt zijn aandachtgebieden omdat ze een extra oorzaak kunnen zijn van een zwaar ongeval (en dus de kans op een zwaar ongeval, en aldus ook het risico van een zwaar ongeval, vergroten).

De Vlaamse overheid ontwikkelde een procedure die de wisselwerking tussen bestaande en/of geplande Seveso-inrichtingen enerzijds en bestaande en/of geplande aandachtsgebieden anderzijds moet bestuderen teneinde mogelijke overenigbaarheden tijdig (d.w.z. tijdens de planningsfase) op te sporen en er op gepaste wijze op te reageren. Het moet voorkomen dat in de toekomst aandachtsgebieden te dicht bij Seveso-inrichtingen ingeplant worden (en vice versa) waardoor mens of milieu aan te hoge risico's van zware ongevallen zouden blootgesteld worden.

De ruimtelijke veiligheidsrapportage verbindt aldus het beleid ruimtelijke ordening met het industriële veiligheidsbeleid inzake risico's van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. Dit komt tegemoet aan de fundamentele eis van artikel 24 van het Samenwerkingsakkoord.

De kracht van ruimtelijke veiligheidsrapportage kan geïllustreed worden aan de hand van twee eenvoudige voorbeelden.

    • Voorbeeld 1:
      Door de inplanting van een woongebied in de buurt van een bestaande Seveso-inrichting kan het groepsrisico van die inrichting groter worden en het criterium overschrijden, of kan de isorisicocontour van 10-6 per jaar van de inrichting (een deel van) het woongebied omsluiten. Hierdoor overschrijdt de inrichting dan buiten zijn wil om de risicocriteria voor het externe mensrisico, wat zijn verdere exploitatie kan hypothekeren.

      In dit voorbeeld zal ruimtelijke veiligheidsrapportage de minimumafstand bepalen die het in te planten woongebied ten opzichte van de bestaande Seveso-inrichting moet bewaren.
    • Voorbeeld 2:
      De exploitant van een nog te bouwen hogedrempelinrichting heeft een stuk grond gekocht op een nieuw industrieterrein, en zijn plannen voor de nieuwe inrichting opgemaakt. Bij het onderzoek van de milieuvergunningsaanvraag (en van het omgevingsveiligheidsrapport dat daarmee gepaard gaat) blijkt dat de inrichting daar niet kan komen omdat de inrichting te grote risicio's voor zware ongevallen genereert in de omgeving (d.w.z. de risicocriteria voor het externe mensrisico's overschrijdt).

      In dit voorbeeld zal het ruimtelijke veiligheidsrapport bij het ruimtelijk uitvoeringsplan van het nieuwe industrieterrein de zones bepalen waar Seveso-inrichtingen mogelijk zijn, rekening houdend met de aard en de hoeveelheden van de gevaarlijke stoffen. Dit resultaat wordt dan verwerkt in de stedenbouwkundige voorschriften van het industrieterrein, zodat toekomstige exploitanten in een vroeg stadium, nl. bij de aankoop van industriegrond weten, waar ze aan toe zijn.