Sla navigatie over
Departement Leefmilieu, Natuur en Energie
home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information
  Richtlijnenboek voor Veiligheidsrapportages  
     
  Wetgeving  
     
  Seveso-inrichtingen  
     
  Gevaarlijke stoffen  
     
  Veiligheidsrapportages  
     
  Onderzoek en Communicatie  
     
  Varia  
     

Subselectiemethode

De Subselectiemethode werd ontwikkeld (in Nederland) om in de berekeningen van het externe mensrisico enkel de meest risicovolle installaties of installatieonderdelen te betrekken. Binnen een inrichting kan het aantal installaties of installatieonderdelen immers erg groot zijn, doch niet elke installatie of installatieonderdeel zal significant bijdragen tot het externe mensrisico. De Subselectiemethode laat toe die installaties of installatieonderdelen aan te wijzen die het meest bijdragen tot het externe mensrisico.

Zonder er al te diep op in te gaan, kan hier gezegd worden dat de Subselectiemethode gebaseerd is op het berekenen, per installatieonderdeel, van zogenaamde selectiegetallen in een aantal punten op de terreingrens van de inrichting. Het betreffende installatieonderdeel wordt relevant voor het externe mensrisico geacht als het selectiegetal voldoet aan het selectiecriterium.

Voor het berekenen van het selectiegetal houdt de methode rekening met het type van installatie (opslaginstallatie of procesinstallatie), de aard en de hoeveelheden van de gevaarlijke stoffen in de installatie, het feit of de installatie buiten dan wel binnen een omhulling staat, de toestand van de gevaarlijke stof in de installatie (fase, druk, temperatuur), de grenswaarde van de gevaarlijke stof, en de afstand van de installatie tot de terreingrens van de inrichting.

In de verdere berekeningen van de effecten en de risico's worden de installaties die door deze methode niet geselecteerd worden, niet meegenomen.

Het Subselectiesysteem heeft zijn tekortkomingen. Daarom kunnen bijkomende installatieonderdelen geselecteerd worden op basis van de ongevallencasuïstiek, de ervaring van de deskundigen, de specificiteit van het onderdeel of de gevaarlijke stof, of op verzoek van de dienst Veiligheidsrapportering.

Meer informatie over het Subselectiesysteem en de toepassing ervan vindt u in Module C, hoofdstuk 2, van de "Handleiding Risicoberekeningen BEVI" van het Nederlandse RIVM. Bij het toepassen van de Subselectiemethode in Vlaanderen dient rekening gehouden met een aantal specifieke aandachtspunten.