Sla navigatie over
Departement Leefmilieu, Natuur en Energie
home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information
  Richtlijnenboek voor Veiligheidsrapportages  
     
  Wetgeving  
     
  Seveso-inrichtingen  
     
  Gevaarlijke stoffen  
     
  Veiligheidsrapportages  
     
  Onderzoek en Communicatie  
     
  Varia  
     
U bent hier: www.lne.be Thema's Veiligheidsrapportage Veiligheidsrapportages Risicobepaling en -evaluatie Risicocriteria voor het externe mensrisico

Risicocriteria voor het externe mensrisico

Uitgebreide toelichting over de risicocriteria kan u ook terugvinden in het referentiedocument Code: Risicocriteria uit het Richtlijnenboek voor Veiligheidsrapportages.

Zoals op de pagina Methodiek voor de kwantitatieve bepaling van het externe mensrisico uitgelegd, leidt de berekening van het externe mensrisico middels een kwantitatieve risicoanalyse tot isorisicocontouren (IRC) voor het plaatsgebonden risico en een groepsrisicocurve voor het groepsrisico (GR). De resultaten van deze berekeningen worden getoetst aan risicocriteria.

Op 19/10/2006 bekrachtigde de Vlaamse minister bevoegd voor het leefmilieu volgende risiocriteria voor het externe mensrisico:

Criteria voor het plaatsgebonden risico

Maximaal plaatsgebonden risico op de grens van de inrichting
1E-5 per jaar
Maximaal plaatsgebonden risico op de grens van een gebied met woonfunctie
1E-6 per jaar
Maximaal plaatsgebonden risico op de grens van een gebied met een kwetsbare locatie
1E-7 per jaar

 

Het eerste criterium betekent dat buiten het terrein van de inrichting het plaatsgebonden risico niet groter mag zijn dan 1E-5 per jaar (m.a.w., de IRC van risiconiveau 1E-5 per jaar moet volledig binnen de terreingrens van de inrichting liggen). Analoog betekent het tweede criterium dat in een naburig gebied met woonfunctie het plaatsgebonden risico kleiner moet zijn dan 1E-6 per jaar (m.a.w., de IRC van risiconiveau 1E-6 per jaar mag een gebied met woonfunctie geheel noch gedeeltelijk omsluiten). Het derde criterium tenslotte betekent dat op het terrein van een kwetsbare locatie het plaatsgebonden risico nergens groter mag zijn dan 1E-7 per jaar (m.a.w., de IRC van risiconiveau 1E-7 per jaar mag het terrein van een kwestbare locatie geheel noch gedeeltelijk omsluiten).

Om deze criteria te toetsen worden de isorisicocontouren op het gewestplan en op een luchtfoto getekend.

Criterium voor het groepsrisico

Onderstaande figuur toont het criterium voor het groepsrisico.

groepsrisicocriterium

(groter)

Het groepsrisico wordt weergegeven als een curve in een grafiek met twee logaritmisch geschaalde assen, de zogenaamde fN-curve. Op de ordinaat (vertikale as) wordt de cumulatieve frequentie f (per jaar) uitgezet, en op de abscis (horizontale as) het (minimum) aantal te verwachten slachtoffers N. Deze curve geeft het verband tussen de omvang van de getroffen groep (N) en de kans (f) dat in een keer een groep van ten minste die omvang omkomt.

Het criterium voor het groepsrisico (de blauwe lijn) bakent in de fN-grafiek twee zones af. Om te voldoen aan het criterium moet de groepsrisicocurve volledig in de zone onder de schuine lijn en links van de verticale lijnen liggen.

Uit het criterium is af te leiden dat:

    • de kans op 10 doden of meer (N=10) nooit groter mag zijn dan 1E-4 per jaar,
    • de kans op 100 doden of meer (N=100) nooit meer dan 1E-6 per jaar mag bedragen,
    • een groepsrisico van minder dan 10 doden (N < 10) aanvaardbaar wordt geacht, ongeacht de kans,
    • een groepsrisico van 1000 doden of meer (N = 1000) zonder meer altijd onaanvaardbaar is.

Hoe omgaan met deze risicocriteria?

Over het gebruik en de toepassing van de risicocriteria heeft de dienst Veiligheidrapportering het door de Vlaamse minister bevoegd voor het leefmilieu bekrachtigde referentiedocument "Een code van goede praktijken inzake de risicocriteria voor externe mensrisico's van Seveso-inrichtingen" opgesteld (Code: Risicocriteria). Dit document is opgenomen in het Richtlijnenboek voor Veiligheidsrapportages.