Sla navigatie over
Departement Leefmilieu, Natuur en Energie
home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information
  Richtlijnenboek voor Veiligheidsrapportages  
     
  Wetgeving  
     
  Seveso-inrichtingen  
     
  Gevaarlijke stoffen  
     
  Veiligheidsrapportages  
     
  Onderzoek en Communicatie  
     
  Varia  
     
U bent hier: www.lne.be Thema's Veiligheidsrapportage Veiligheidsrapportages Omgevingsveiligheidsrapportage Welke inrichtingen moeten een omgevingsveiligheidsrapport opstellen?

Welke inrichtingen moeten een omgevingsveiligheidsrapport opstellen?

Volgens de toepasselijke wetgeving, m.n. het decreet Algemeen Milieubeleid (DABM), geldt de verplichting van een inrichting tot het opstellen van een omgevingsveiligheidsrapport onder een dubbele voorwaarde, te weten:

    • de inrichting in kwestie is een hogedrempelinrichting in het kader van het Samenwerkingsakkoord
      In het decreet Algemeen Milieubeleid luidt deze voorwaarde letterlijk: "inrichtingen waarvoor overeenkomstig artikel 12 van het Samenwerkingsakkoord een veiligheidsrapport moet worden opgesteld of overeenkomstig artikel 13 van het Samenwerkingsakkoord het veiligheidsrapport opnieuw moeten worden geëvalueerd".
      De hier bedoelde inrichtingen zijn de zogenaamde hogedrempelinrichtingen. Het zijn inrichtingen waarin gevaarlijke stoffen aanwezig zijn in hoeveelheden die een overeenkomstige hoge drempelwaarde overschrijden (zie ook deel Seveso-inrichtingen - op de pagina Bepalen van de Seveso-status wordt de methode uitgelegd om uit te zoeken of een inrichting al dan niet een hogedrempelinrichting is).
    • de inrichting in kwestie moet een aanvraag voor een milieuvergunning of een wijziging van de milieuvergunning indienen
      In het decreet Algemeen Milieubeleid luidt deze voorwaarde letterlijk: "inrichtingen waarvoor overeenkomstig het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning een aanvraag voor een milieuvergunning of een wijziging van de milieuvergunning moet worden ingediend".
      Dit betekent dat het opmaken van een omgevingsveiligheidsrapport gekoppeld is aan de aanvraag voor een milieuvergunning, zowel voor een milieuvergunning voor de gehele inrichting als voor een gedeelte van de inrichting, ingevolge een wijziging van een (bestaande) installatie, opslag, proces of procédé, een wijziging van de aard of de hoeveelheden van de gevaarlijke stoffen, of een uitbreiding met een nieuwe installatie.

Deze twee voorwaarden samen houden dus in dat elke hogedrempelinrichting die een milieuvergunning aanvraagt een omgevingsveiligheidsrapport moet opstellen.

In sommige gevallen kan er gewerkt worden met een veiligheidsnota in plaats van met een omgevingsveiligheidsrapport. Meer informatie hierover leest u in het deel Veiligheidsnota.

De dienst Veiligheidsrapportering begeleidt het opmaken van het omgevingsveiligheidsrapport. Alvorens de milieuvergunningsaanvraag te kunnen doen moet de exploitant een omgevingsveiligheidsrapport indienen bij de dienst Veiligheidsrapportering, die het goedkeurt of afkeurt, volgens een procedure beschreven in het decreet Algemeen Milieubeleid, titel IV, hoofdstuk V. Het is het goedgekeurde omgevingsveiligheidsrapport dat bij de milieuvergunningsaanvraag moet gevoegd worden.

Op te merken valt dat volgens het decreet Algemeen Milieubeleid de Vlaamse Regering nog andere categorieën van inrichtingen (bedoeld wordt: andere dan de hogedrempelinrichtingen) kan aanduiden met de verplichting tot het opmaken van een omgevingsveiligheidsrapport (artikel 4.5.1, § 2 van het decreet). Tot op heden is dat nog niet gebeurd.