|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
TWOL - Toxiciteitsprobitfuncties
Situering van het onderzoekIn veiligheidsrapportage heeft Vlaanderen gekozen voor een kwantitatieve benadering van de externe mensrisico's (risico's voor de mens in de omgeving van een VR-plichtige inrichting, verbonden aan de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen op het terrein van die inrichting). Voor de ongevalscenario's met toxische stoffen steunt de modellering en de risicoberekening op het gebruik van toxiciteitsprobitfuncties. Deze functies leggen het verband tussen de verwachte sterfte van mensen enerzijds en de concentratie aan toxische stof en de blootstellingsduur anderzijds. De toxiciteitsprobitfuncties worden opgebouwd uitgaande van toxiciteitsgegevens voor dieren, die dan geëxtrapoleerd worden naar de mens. In 1997 voerde de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek VITO in opdracht van AMINAL de onderzoeksopdracht "Bepaling van voor de mens toepasbare toxiciteitsgegevens bij inhalatie van gevaarlijke stoffen in het kader van de veiligheidsrapportering" uit. Deze onderzoeksopdracht diende een meervoudig doel:
Uit het eindrapport van deze onderzoeksopdracht destilleerde AMINAL haar richtlijn "Richtlijn voor het gebruik van toxiciteitsprobitfuncties", die uitgevaardigd werd op 30/11/1998. Op 14/12/2000 verscheen een bijgewerkte versie: "Actualisatie van de AMINAL-richtlijn voor het gebruik van toxiciteitsprobitfuncties". De richtlijn bestaat uit twee delen. In een eerste deel wordt de toxiciteitsprobitfunctie gegeven van 26 met naam genoemde (zeer) toxische stoffen. In veiligheidsrapporten dienen voor deze stoffen deze functies verplicht aangewend te worden. In een tweede deel wordt de berekeningsmethode gegeven om uitgaande van gekende letale concentraties voor dieren de toxiciteitsprobitfunctie voor de mens te bepalen van toxische en zeer toxische stoffen die niet voorkomen in deel 1. De berekeningsmethode is gebaseerd op de methode van het "Groene Boek" . Sinds het verschijnen van de AMINAL-richtlijn zijn in veiligheidsrapporten andere dan in deel 1 van de richtlijn vermelde toxische en zeer toxische stoffen opgedoken, die gebruikt worden bij de modelleringen en in de risicoberekeningen. De toxiciteitsprobitfuncties voor deze stoffen werden door de VR-deskundigen berekend volgens de methode van deel 2 van de richtlijn. Probleem dat zich hierbij stelt is dat deze berekeningsmethode vertrekt van een aantal gekende letale concentraties voor dieren, maar het aantal blijft vrij. Dit maakt dat twee deskundigen onafhankelijk van elkaar tot verschillende toxiciteitsprobitfuncties voor dezelfde stof kunnen komen (juist door de verschillen in aangewende basisgegevens). Voor de doelstelling van de veiligheidsrapportage moet dit zoveel als mogelijk vermeden worden. Op basis van de gegevens in veiligheidsrapporten die de laatste jaren werden opgemaakt blijkt de noodzaak om voor een aantal andere nog niet in deel 1 van de richtlijn voorkomende stoffen een eenduidige toxiciteitsprobitfunctie voor de mens op te stellen. Doel van het onderzoekHet opstellen van toxiciteitsprobitfuncties voor de mens van een aantal toxische en zeer toxische stoffen die in veiligheidsrapporten gebruikt werden en die niet voorkomen in deel 1 van de onder punt 1 aangehaalde AMINAL-richtlijn van 18/12/2000. Het gaat hierbij om gevaarlijke stoffen
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||