|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
TWOL - Ruimtelijke veiligheidsrapporten
Situering van het onderzoekRichtlijn 96/82/EG van de Raad van 9 december 1996 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, richt zich op de preventie van zware ongevallen en het beperken van de gevolgen ervan voor mens en leefmilieu met als bedoeling het verzekeren van een hoog beschermingsniveau doorheen de Gemeenschap op een consistente en effectieve manier. Artikel 12 van de Seveso II-richtlijn vereist dat de Lid-Staten er zorg voor dragen dat de ten doel gestelde preventie van zware ongevallen en de beperking van de gevolgen van dergelijke ongevallen in hun beleid inzake de bestemming of het gebruik van grond en/of in andere toepasselijke takken van hun beleid in aanmerking worden genomen. Dit artikel stipuleert bovendien dat de Lid-Staten ervoor zorgen dat er in hun beleid rekening wordt gehouden met de noodzaak om op een lange-termijnbasis voldoende afstand te laten bestaan tussen de onder deze richtlijn vallende inrichtingen enerzijds en woongebieden, door het publiek bezochte gebieden, waardevolle natuurgebieden en bijzonder kwetsbare gebieden anderzijds. De tekst van artikel 12 van de Seveso II-richtlijn vereist dat de Lid-Staten ‘rekening houden met’ preventie van zware ongevallen en beperking van de gevolgen van dergelijke ongevallen. Het balanceert tussen een definitieve wettelijke omkadering voor ruimtelijke ordening waarin zware ongevallen in beschouwing worden genomen en de reeds bestaande regelgeving binnen de Lid-Staten, waar tal van andere aspecten in beschouwing worden genomen zoals zonering voor geluid, emissies, … Artikel 24 van het Seveso II-Samenwerkingsakkoord verleent uitvoering aan artikel 12 van de Seveso II-richtlijn. Zoals hoger uitvoerig besproken is het de bedoeling van artikel 12 het instrumentarium van de ruimtelijke ordening in te zetten in het beleid ter voorkoming en beperking van de gevolgen van zware ongevallen. Belangrijk hierbij op te merken is dat het beleid inzake ruimtelijke ordening in BelgiĆ« exclusieve bevoegdheid is van de Gewesten. Artikel 24 is een letterlijke overname van de doelstellingen uit artikel 12 van de Seveso II-richtlijn, enkel Lid-Staat werd hier vervangen door Gewest. Het veiligheidsbeleid inzake zware industriĆ«le ongevallen moet voortaan dus een wezenlijk element vormen van de besluitvorming inzake de ruimtelijke ordening. Ter uitvoering van artikel 24 van het Seveso II-samenwerkingsakkoord opteert het decreet m.e.r.-v.r. (B.S. 13/02/03) daarom voor de toepassing van de ruimtelijke veiligheidsrapportage op de opmaak van ruimtelijke uitvoeringsplannen, zoals bedoeld in het decreet van 18 mei 1999 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening. Een ruimtelijk veiligheidsrapport wordt omschreven als een openbaar document waarin, van een voorontwerp van een ruimtelijk uitvoeringsplan en van redelijkerwijze in beschouwing te nemen alternatieven, een wetenschappelijke beoordeling wordt gegeven van de geplande ontwikkelingen met betrekking tot nieuwe of bestaande inrichtingen en hun omgeving, wanneer de plaats van vestiging ervan of de ontwikkelingen zelf het risico van een zwaar ongeval kunnen vergroten of de gevolgen ervan ernstiger maken. Op dit moment is het onderzoeksproject ‘Richtlijnenboek Veiligheidsrapportage’ in het kader van het Toegepast Wetenschappelijk Onderzoek Leefmilieu in uitvoering. Hierbij worden de algemene inhoudsvereisten voor RVR en OVR worden opgesteld. Inzake het RVR zelf is zowel in Vlaanderen als Europa de ervaring zeer beperkt. Voor Vlaanderen is het eerste RVR (voor het ontwerp van gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan afbakening regionaalstedelijk gebied Turnhout) op dit ogenblik afgerond. Doel van het onderzoekHet onderzoek heeft als doel de bruikbaarheid van de bestaande risicoanalysemethodieken te onderzoeken of een nieuwe methodiek op te stellen voor gebruik binnen de ruimtelijke veiligheidsrapportage. De studie behelst:
Het is van belang aan te geven dat in principe voor de hogedrempelbedrijven gedetailleerde informatie aanwezig is onder de vorm van een veiligheidsrapport, daar waar dit voor de lagedrempelbedrijven meestal niet het geval is (er bestaat voor sommige wel een veiligheidsstudie). Het onderzoek heeft als ultiem doel het opstellen van een handleiding voor de geselecteerde geschikte methodes voor gebruik in de ruimtelijke veiligheidsrapportage, op basis van de in vorige stap verkregen inventarisatiegegevens, met de garantie dat steeds kan voldaan zijn aan de vereisten van artikel 12 van de Seveso II-richtlijn en dat de methodieken verenigbaar zijn met de gebruikte methodieken van kwantitatieve risicoanalyse zoals gebruikt in de omgevingsveiligheidsrapportage.
Om deze doelstelling te bereiken behandelt het onderzoek volgende onderwerpen:
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||