|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
TWOL - Milieurisicoanalyse in veiligheidsrapporten
Situering van het onderzoekIn het kader van de milieuvergunningsprocedure moeten VR-plichtige bedrijven een omgevingsveiligheidsrapport (OVR) opmaken dat ze, na goedkeuring door de Cel Veiligheidsrapportering, moeten voegen bij de milieuvergunningsaanvraag. Het omgevingsveiligheidsrapport schat o.m. de risico's in voor de omgeving ten gevolge van de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen op het terrein van het VR-plichtige bedrijf. De nadruk ligt op de zogenaamde externe mensrisico's, m.a.w. de risico's voor de mens in de omgeving van een VR-plichtig bedrijf. Deze risico's worden op kwantitatieve wijze benaderd. Het risicobeeld voor de mens in de omgeving wordt dan gepresenteerd onder de vorm isorisicocontouren en een groepsrisicocurve . Dit beeld wordt getoetst aan risicocriteria. Alhoewel niet volledig uit het oog verloren, werden in een OVR de milieurisico's (d.w.z. de risico's voor fauna en flora ten gevolge van de verspreiding van accidenteel vrijgezette gevaarlijke stoffen via bodem, water en lucht) eerder stiefmoederlijk behandeld. In de huidige stand van de technisch-wetenschappelijk kennis kan een milieurisicoanalyse niet volledig kwantitatief uitgewerkt worden (zoals dat wel het geval is voor mensrisico's) wegens het ontbreken van geschikte rekenmodellen om de effecten op fauna en flora te begroten. Daarom onderzoekt en evalueert een OVR de milieurisico's op kwalitatieve wijze. Het OVR moet derhalve op een voldoend geachte wijze aantonen dat de exploitant van de VR-plichtige inrichting de nodige en voldoende preventieve, beschermende en mitigerende maatregelen heeft genomen om het milieu te beschermen tegen de verspreiding van gevaarlijke stoffen via bodem, water en lucht en de negatieve impact ervan op fauna en flora. Tot 13/02/2003 regelde Vlarem I, hoofdstuk IV, de materie betreffende het OVR. Op 13/02/2003 verscheen in het Belgisch Staatsblad het zogenaamde decreet m.e.r.-v.r., voluit het decreet van 18 december 2002 tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende milieueffect- en veiligheidsrapportage. Door deze aanvulling regelt titel IV, hoofdstuk V van het decreet Algemeen Milieubeleid de materie betreffende nieuwe op te stellen omgevingsveiligheidsrapporten. Op 3 februari 1997 trad de Europese Seveso II-richtlijn in werking. Via het Samenwerkingsakkoord van 21 juni 1999 tussen de Federale Staat, het Vlaams Gewest, het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de beheersing van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn (kort: het Samenwerkingsakkoord of SWA), werd deze richtlijn omgezet in Belgisch recht. Deze beide wetgevingen brengen het aspect milieurisico sterker op de voorgrond. De veiligheidsrapporten die op basis van deze beide wetgevingen dienen opgesteld moeten de mensrisico's en de milieurisico's op gelijke voet behandelen, of, de milieurisico's moeten op gelijkwaardige wijze aangepakt worden als de mensrisico's. Op 24/07/2003 verspreidde de Cel Veiligheidsrapportering van AMINAL een AMINAL-richtlijn over milieurisico's in veiligheidsrapporten. Met deze richtlijn wordt enige verduidelijking gegeven omtrent de inhoud van het gedeelte milieurisicoanalyse in veiligheidsrapporten. Met de inwerkingtreding van het decreet m.e.r.-v.r. en het SWA bestaat er dus in Vlaanderen een regelgevend kader waarin een groter belang gehecht wordt aan milieurisico's. Doel van het onderzoekHet doel van de studie is een oriƫnterend onderzoek te voeren naar de wijze waarop in veiligheidsrapporten de milieurisico's dienen beschreven te worden, om te voldoen aan de opzet van het decreet m.e.r.-v.r. en het SWA. Volgende punten dienen onderzocht:
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||