Sla navigatie over
www.lne.be
home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information
  Richtlijnenboek voor Veiligheidsrapportages  
     
  Wetgeving  
     
  Seveso-inrichtingen  
     
  Gevaarlijke stoffen  
     
  Rapportages  
     
  Onderzoek en Communicatie  
     
  Varia  
     
U bent hier: www.lne.be Thema's Veiligheidsrapportage Onderzoek en Communicatie TWOL-projecten TWOL - Archief TWOL - Risicoberekening van magazijnbranden

TWOL - Risicoberekening van magazijnbranden


  • Titel: Risicoberekening van magazijnbranden van Seveso-bedrijven
  • Status: voltooid 
  • Uitvoerder: TNO Bouw en Ondergrond (Nederland)
  • Start studie: 01/02/2006
  • Looptijd: 18 opeenvolgende kalendermaanden; termijn verlengd 

Situering van het onderzoek

RICHTLIJN 96/82/EG van de Raad van 9 december 1996 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, richt zich op de preventie van zware ongevallen en het beperken van de gevolgen ervan voor mens en leefmilieu met als bedoeling het verzekeren van een hoog beschermingsniveau doorheen de Gemeenschap op een consistente en effectieve manier.

Deze Europese richtlijn werd in België omgezet, op federaal niveau in het Samenwerkingsakkoord, op regionaal (Vlaams) niveau in het Decreet Algemene Bepalingen Milieubeleid.

In concreto betekent dit dat de VR-plichtige bedrijven - enerzijds - in het kader van een milieuvergunningsaanvraag een omgevingsveiligheidsrapport dienen op te (laten) maken dat ze, na goedkeuring door de cel veiligheidsrapportering, moeten toevoegen aan de milieuvergunningsaanvraag en - anderzijds - dat VR-plichtige bedrijven in het kader van hun exploitatie een samenwerkingsakkoordveiligheidsrapport moeten indienen.

Daarnaast dienen de Europese lidstaten er zorg voor te dragen dat 'de ten doel gestelde preventie van zware ongevallen en het beperken van de gevolgen ervan voor mens en milieu' mee wordt genomen in hun beleid ruimtelijke ordening. Het Vlaams Gewest heeft geopteerd voor de invoering van het ruimtelijk veiligheidsrapport om aan deze eis te voldoen.

Deze rapporten bevatten, ondermeer, een identificatie en analyse van zware ongevallen met een kwantitatieve en kwalitatieve beschrijving van de risico's. Dit dient te gebeuren zoals aangegeven in het VR-richtlijnenboek, dat in de loop van 2005 wordt gepubliceerd.

Omdat enerzijds de Dienst Veiligheidsrapportering merkt dat opslagmagazijnen een steeds groter deel uitmaken van de veiligheidsrapportageplichtige inrichtingen en omdat anderzijds, (tengevolge van het ontbreken van duidelijke richtlijnen) in de huidig opgestelde omgevingsveiligheidsrapporten, de samenwerkingsakkoord-veiligheidsrapporten én de ruimtelijke veiligheidsrapporten diverse methodieken aangewend worden voor het bepalen van de risico's van magazijnbranden, wenst de Dienst VR over dit onderwerp nader onderzoek te (laten) verrichten.

Doel van het onderzoek

Het onderzoek heeft tot doel het fenomeen magazijnbrand te bestuderen teneinde meer inzicht te krijgen in de verschillende methodieken, modellen en hun onderliggende aannames. Tijdens dit onderzoek moet de aandacht in het bijzonder uitgaan naar een wetenschappelijke en technische argumentatie omtrent de vele aannames en factoren die aan de grondslag (zouden moeten) liggen van de effect- en risicoberekening. Op basis van het resultaat van deze studie moet de Dienst VR in staat zijn om de -in de veiligheidsrapporten gebruikte - aannames, modellen en methodieken van de risicoberekening van een magazijnbrand al dan niet te aanvaarden.