Sla navigatie over
www.lne.be
home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information
  Richtlijnenboek voor Veiligheidsrapportages  
     
  Wetgeving  
     
  Seveso-inrichtingen  
     
  Gevaarlijke stoffen  
     
  Rapportages  
     
  Onderzoek en Communicatie  
     
  Varia  
     
U bent hier: www.lne.be Thema's Veiligheidsrapportage Onderzoek en Communicatie TWOL-projecten TWOL - Archief TWOL - Evaluatie lagedrempelinrichtingen

TWOL - Evaluatie lagedrempelinrichtingen


  • titel: Evaluatie van lagedrempel Seveso-inrichtingen inzake risicocriteria voor externe mensrisico’s
  • status: voltooid
  • uitvoerder: Sertius
  • start studie: 23/12/2008
  • looptijd: tot 22/08/2009

Situering

Seveso-inrichtingen bevatten een grote hoeveelheid aan gevaarlijke stoffen, waardoor zij een intrinsiek gevaar betekenen voor de omgeving.  Daarom zijn zij onderworpen aan een specifieke regelgeving, zoals de Seveso-richtlijn op Europees niveau en het Samenwerkingsakkoord op nationaal niveau. 

Hogedrempelinrichtingen zijn gehouden tot de opmaak van een veiligheidsrapport (omgevingsveiligheidsrapport en Samenwerkingsakkoord-veiligheidsrapport).  In Vlaanderen bevat dit veiligheidsrapport een kwantitatieve risicoanalyse voor wat betreft de mens in de omgeving.  De risico’s die berekend worden, worden getoetst aan de risicocriteria.  Inrichtingen die niet voldoen aan de criteria dienen bijkomende maatregelen te treffen om hun risico’s te verminderen.

Op 19 oktober 2006 werd “Een code van goede praktijken inzake risicocriteria voor externe mensrisico’s van Seveso-inrichtingen” bekrachtigd door de toenmalige Vlaamse minister van Leefmilieu.  Dit document beschrijft de nieuwe risicocriteria, plaatsgebonden en groepsrisio, en dit voor zowel de hoge- als de lagedrempelinrichtingen.  Bovendien werden ook groepen van zonevreemde woningen aangeduid als gebieden met woonfunctie.

Hogedrempelinrichtingen stellen reeds verplicht een veiligheidsrapport op waarin aan deze criteria getoetst wordt.  De risico’s van deze inrichtingen worden dus stelselmatig getoetst aan de nieuwe criteria.  De lagedrempelinrichtingen worden echter door geen enkele regelgeving verplicht om een dergelijke risicoanalyse uit te voeren.  In het kader van hun milieuvergunningsaanvraag wordt aan enkele lagedrempelinrichtingen wel gevraagd om een veiligheidsstudie uit te voeren.  Hierin worden ook de risico’s bekeken.  Deze veiligheidsstudie wordt echter niet door de dienst Veiligheidsrapportering beoordeeld en er is dus geen garantie dat deze studies aan de richtlijnen voor het uitvoeren van risicoanalyses van de dienst Veiligheidsrapportering voldoen.

Om te achterhalen of de lagedrempelinrichtingen aan de risicocriteria voldoen, dient bijgevolg actie ondernomen te worden om in eerste instantie de toetsing uit te voeren en om in tweede instantie de opvolging in de toekomst te vergemakkelijken.  Voor de hogedrempelinrichtingen dient nagekeken of er problemen kunnen opduiken m.b.t. de groepen van zonevreemde woningen.

Doelstelling

Op lange termijn beoogt de opdrachtgever volgende ultieme doelstellingen:

  • Het verkrijgen van een algemeen beeld voor alle lagedrempelinrichtingen over het al dan niet voldoen aan de risicocriteria;
  • Het in kaart brengen van de groepen van zonevreemde woningen, zoals gedefinieerd in “Een code van goede praktijken inzake risicocriteria voor externe mensrisico’s van Seveso-inrichtingen” binnen de isorisicocontour van 10-6/jaar voor de hogedrempelinrichtingen;
  • Het formuleren van beleidsvoorstellen om de toestand te verbeteren en om de risico’s van lagedrempelinrichtingen in de toekomst verder op te volgen.

Deze ultieme doelstellingen worden verfijnd in de hierna volgende deeldoelstellingen:

  • voor de lagedrempelinrichtingen:
    • Uitvoeren van een preselectie om het aantal risicoberekeningen te beperken;
    • Inschatten of berekenen van de risico’s van alle lagedrempelinrichtingen;
    • Toetsen en evalueren van alle lagedrempelinrichtingen aan de van kracht zijnde risicocriteria;
    • Formuleren van beleidsvoorstellen voor het nemen van maatregelen om de toestand te verbeteren;
    • Formuleren van beleidsvoorstellen voor het doorvoeren van beleidsaanpassingen om een continue opvolging van lagedrempelinrichtingen in de toekomst mogelijk te maken.
  • Voor de hogedrempelinrichtingen:
    • Het in kaart brengen van de groepen van zonevreemde woningen binnen de isorisicocontour van 10-6/jaar.

Bij de uitwerking van deze ultieme doelstellingen dient aandacht besteed te worden aan volgende belangrijke punten:

  • Een pragmatische aanpak is van groot belang, vermits het niet de bedoeling is om voor alle lagedrempelinrichtingen een volledige kwantitatieve risicoanalyse uit te voeren. 
  • In principe dient aan alle risicocriteria, plaatsgebonden risico en groepsrisico, getoetst te worden. 
  • Er zal enkel gekeken worden naar de risico’s voor de mens, vermits voor de milieurisico’s nog geen criteria bestaan.
  • Groepen van zonevreemde woningen, zoals gedefinieerd in “Een code van goede praktijken inzake risicocriteria voor externe mensrisico’s van Seveso-inrichtingen”, dienen binnen een relevante afstand tot de lage- en hogedrempelinrichtingen geïnventariseerd te worden.
  • Er dient gebruik gemaakt te worden van de geactualiseerde faalkansen (nieuwe richtlijn verwacht te publiceren in januari 2009).

Bovenstaande doelstellingen zijn de ultieme doelstellingen die de opdrachtgever nastreeft.  Er wordt immers niet verwacht dat in dit onderzoeksproject alles tot op hetzelfde detailniveau kan behandeld worden binnen de beschikbare tijd en het beschikbare budget.  De opdrachtnemer zal in zijn offerte moeten aangeven welke aspecten kunnen aangepakt worden en op welke manier dit zal gebeuren.  De aanpak is vrij te bepalen door de opdrachtnemer, maar dient wel duidelijk en gedetailleerd beschreven te worden in de offerte.

Er wordt met nadruk op gewezen dat in dit onderzoeksproject de toetsing aan het criterium betreffende de gebieden met woonfunctie prioritair moet behandeld worden.  Dit wil evenwel niet zeggen dat daartoe voor alle lagedrempelinrichtingen gedetailleerde analyses moeten uitgevoerd worden.   
Voor de andere aspecten zal moeten aangegeven worden in welke mate deze zullen onderzocht worden.

Op het einde van dit onderzoeksproject moet dan aangegeven worden welke vervolgacties nog nodig zijn om uiteindelijk tot bovenstaande ultieme doelstellingen te komen.  Hierbij dient per actie aangegeven te worden hoeveel tijd en budget verwacht wordt dat dit in beslag zal nemen.