Sla navigatie over
www.lne.be
home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information
  Richtlijnenboek voor Veiligheidsrapportages  
     
  Wetgeving  
     
  Seveso-inrichtingen  
     
  Gevaarlijke stoffen  
     
  Rapportages  
     
  Onderzoek en Communicatie  
     
  Varia  
     
U bent hier: www.lne.be Thema's Veiligheidsrapportage Onderzoek en Communicatie TWOL-projecten TWOL - Archief TWOL - Domino-effecten

TWOL - Domino-effecten


  • titel: Domino-effecten van en naar Seveso-inrichtingen
  • status: voltooid
  • uitvoerder: SGS Belgium
  • start studie: 12/03/2007
  • looptijd: 18 opeenvolgende maanden; verlengd tot 10/04/2009

1. MOTIVATIE EN SITUERING

1.1. Seveso II-richtlijn en domino-effecten

De richtlijn 96/82/EG van de Raad van 9 december 1996 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken (de Seveso II-richtlijn), richt zich op de preventie van zware ongevallen en het beperken van de gevolgen ervan voor mens en leefmilieu met als bedoeling het verzekeren van een hoog beschermingsniveau doorheen de Europese Unie op een consistente en effectieve manier.
Deze Europese richtlijn werd in België omgezet via het Samenwerkingsakkoord.

Volgens het Samenwerkingsakkoord dient een lagedrempelinrichting een kennisgeving in te dienen bij de dienst Veiligheidsrapportering. Een hogedrempelinrichting daarentegen dient een kennisgeving en een Samenwerkingsakkoord-veiligheidsrapport (SWA-VR) in te dienen bij de dienst Veiligheidsrapportering. In Vlaanderen zijn er circa 100 hogedrempelinrichtingen en circa 150 lagedrempelinrichtingen.

Eén van de verplichtingen van de coördinerende dienst is na te gaan of er domino-effecten mogelijk zijn tussen Seveso-inrichtingen (artikel 11 van het Samenwerkingsakkoord). Onder de noemer Seveso-inrichtingen worden zowel hogedrempelinrichtingen als lagedrempelinrichtingen begrepen. Deze mogelijke domino-effecten van en naar naburige Seveso-inrichtingen dienen jaarlijks gerapporteerd te worden aan de Europese Commissie.

Voor de rapportering aan de Europese Commissie dient een antwoord gegeven te worden op de volgende punten die verwijzen naar de Seveso II-richtlijn:

  • Er dient algemene achtergrondinformatie gegeven te worden over de methodologie voor de aanwijzing van de in artikel 8, lid 1, bedoelde inrichtingen of groepen van inrichtingen.
  • Er dient nagegaan te worden hoeveel groepen van inrichtingen er zijn aangewezen waar de waarschijnlijkheid en de mogelijkheid of de gevolgen van een zwaar ongeval groter kunnen zijn ten gevolge van de ligging en de nabijheid van die inrichtingen, zoals bedoeld in artikel 8, lid 1, van de richtlijn over het domino-effect.
  • Er dient een gemiddeld aantal inrichtingen per groep te worden doorgegeven.
  • Het aantal inrichtingen in de kleinste en grootste groep dient te worden vermeld.
  • Er dient te worden opgegeven welke strategie er wordt gevolgd om ervoor te zorgen dat er op passende wijze toereikende informatie wordt uitgewisseld voor de inrichtingen die gevolgen van het domino-effect kunnen ondervinden. De strategie dient geïllustreerd te worden aan de hand van één of twee concrete voorbeelden en er dient duidelijk aangegeven te worden welke problemen daarbij in de praktijk worden ondervonden.

1.2. Domino-effecten in Vlaanderen

In het kader van de milieuvergunningsprocedure dienen hogedrempelinrichtingen een goedgekeurd omgevingsveiligheidsrapport (OVR) toe te voegen bij een vergunningsaanvraag.

In een OVR worden de externe mensrisico’s door middel van een kwantitatieve risicoanalyse (QRA) bepaald en geëvalueerd. In deze QRA dient er eveneens rekening te worden gehouden met de mogelijke domino-effecten en de effecten van gevarenbronnen (wegverkeer, spoorverkeer, scheepvaart, vliegtuigen, windturbines, pijpleidingen, installaties van niet-Seveso-bedrijven, …) als extra oorzaak van een ongewenste vrijzetting van gevaarlijke stoffen.
De dienst Veiligheidsrapportering stelt dat een dergelijke invulling eveneens in het SWA-VR moet worden toegepast.

2. DOELSTELLING

Uit de inleiding blijkt wat de eisen zijn omtrent domino-effecten en wat er op Vlaams niveau in veiligheidsrapporten verwacht wordt in het kader van domino-effecten tussen Seveso-inrichtingen en effecten van gevarenbronnen.

Op dit ogenblik wordt er in Vlaanderen nog geen eenduidige methodiek gehanteerd om een invulling te geven aan de opgelegde eisen en verwachtingen.

2.1. Seveso II-richtlijn en domino-effecten

Dit onderzoek dient uit te klaren welke gegevens expliciet dienen opgenomen te worden in een kennisgeving en in een veiligheidsrapport en op welke wijze. Er dient een eenduidige methodiek voorgesteld te worden die de dienst Veiligheidsrapportering de mogelijkheid biedt om op basis van deze gegevens de mogelijke domino-effecten te achterhalen en te evalueren, om alzo zijn taak als coördinerende dienst, volgens artikel 11 van het Samenwerkingsakkoord, naar behoren te kunnen uitvoeren. De voorgestelde methodiek moet gevalideerd worden door toepassing ervan op bestaande kennisgevingen en veiligheidsrapporten.

Aan de hand van deze informatie moet er een antwoord gegeven kunnen worden op de vragen gesteld door de Europese Commissie in het kader van de jaarlijkse rapportage.

Opdat de dienst Veiligheidsrapportering op het einde van dit project zou beschikken over een voldoende gestoffeerde basis voor de jaarlijkse rapportage dienen de mogelijke domino-effecten, van alle door de dienst Veiligheidsrapportering gekende Seveso-inrichtingen, opgespoord te worden; dit door gebruik te maken van de ontworpen methode. Hiervoor kunnen de gegevens gebruikt worden uit veiligheidsrapporten en kennisgevingen die beschikbaar zijn bij de Dienst Veiligheidsrapportering.

Voor het in stand houden van deze jaarlijkse rapportage dient er een manier ontwikkeld te worden om op een eenvoudige wijze de noodzakelijke gegevens uit de nieuwe (voor een nieuwe Seveso-inrichting) of gewijzigde (voor de uitbreiding of gewijzigde toestand van een bestaande Seveso-inrichting) veiligheidsrapporten en kennisgevingen te destilleren en aan te vullen bij de voorgaande gegevens.

2.2. Domino-effecten in Vlaanderen

Zoals in de inleiding aangegeven dienen domino-effecten en effecten van gevarenbronnen in Vlaanderen opgenomen te worden in de QRA.

Dit onderzoek dient een eenduidige methodiek voor te stellen van de manier waarop domino-effecten en effecten van gevarenbronnen moeten worden meegenomen in de QRA. Indien voor bepaalde effecten of situaties geen kwantitatieve aanpak mogelijk is, dient aangegeven te worden op welke manier men dit specifiek effect kwalitatief dient te beschrijven.

Binnen de dienst Veiligheidsrapportering is een document ontwikkeld waarin reeds een aantal definities werden gesteld en waarin verschillende methodieken werden opgelijst. Dit intern document wijst op een aantal leemten in de kennis. Het document kan gebruikt worden als insteek voor dit onderzoek. Dit document kan dan gezien worden als een soort leidraad (niet bindend) en kan verkregen worden bij de Dienst Veiligheidsrapportering. Dit is een intern en vertrouwelijk document dat enkel in het kader van dit onderzoek mag worden gebruikt.

Enerzijds kan de opdrachtnemer opteren om dit intern document te gebruiken. In dit geval dient een uitspraak gedaan te worden over alle aspecten die naar voor komen in het document. Het document dient bestudeerd te worden, de verschillende aspecten dienen gestaafd, weerlegd, verbeterd, aangevuld en/of wetenschappelijk onderbouwd te worden. Anderzijds mag de opdrachtnemer een volledig of gedeeltelijk nieuw voorstel doen omtrent deze problematiek.