|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
TWOL - Openbaarheid aangaande veiligheidsrapportages
Situering van het onderzoekMER/VR-decreet en SamenwerkingsakkoordOp 13/02/2003 verscheen in het Belgisch Staatsblad het zogenaamde decreet m.e.r.-v.r., voluit het decreet van 18 december 2002 tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende milieueffect- en veiligheidsrapportage. Door deze aanvulling regelt titel IV, hoofdstuk IV en V van het decreet Algemeen Milieubeleid de materie betreffende nieuwe op te stellen omgevings- en ruimtelijke veiligheidsrapporten (OVR en RVR). Op 3 februari 1997 trad de Europese Seveso II-richtlijn in werking. Via het Samenwerkingsakkoord van 21 juni 1999 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de beheersing van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn (kort: het Samenwerkingsakkoord of SWA), werd deze richtlijn omgezet in Belgisch recht. Dit project richt zich uitsluitend op de hogedrempelinrichtingen zoals deze gedefinieerd worden in het Samenwerkingsakkoord. Deze vigerende wetgeving schept een wettelijk kader aangaande openbaarheid in het proces van veiligheidsrapportage. Samengevat kan men stellen dat de wetgeving de volgende aandachtspunten inzake openbaarheid omvat:
Decreet openbaarheid van bestuurInzake het aspect van de openbaarheid van beleid in het algemeen is in Vlaanderen het Decreet van 18 mei 1999 betreffende de openbaarheid van bestuur van toepassing. Voor het proces veiligheidsrapportage impliceert dit de passieve openbaarheid. In definities van het omgevings- en het ruimtelijk veiligheidsrapport volgens het decreet m.e.r.-v.r. wordt gesteld dat beide rapporten openbare documenten zijn. De veiligheidsrapportage heeft bovendien als essentieel kenmerk de actieve openbaarheid van zowel de rapportage als de besluitvorming over de voorgenomen actie. Dit komt erop neer dat er inspanningen moeten gedaan worden om de informatie op een actieve manier ter beschikking van het publiek te stellen. Dit gaat duidelijk verder dan louter de passieve openbaarheid zoals gesteld in het decreet betreffende de openbaarheid van bestuur. Verdrag van HelsinkiZoals in het aandachtspunt “Informatieverstrekking aan het publiek” vermeld is er ook een koppeling tussen de openbaarheid van veiligheidsrapportage en de ons omringende buurlanden. Deze multilaterale informatie-uitwisseling is het onderwerp van het Verdrag van Helsinki (1992). Het Verdrag van Helsinki stelt nadere procedures vast voor internationale samenwerking inzake wederzijdse bijstand, onderzoek en ontwikkeling, uitwisseling van informatie en overdracht van technologie op het gebied van de preventie van, de voorbereiding op, en de bestrijding van industriële ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn met grensoverschrijdende gevolgen. De landen die het Verdrag ondertekenen verbinden zich ertoe passende maatregelen te nemen en onderling samen te werken om de mens en het milieu te beschermen tegen industriële ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn met gensoverschrijdende gevolgen. Tot op heden heeft België als staat het Verdrag van Helsinki nog niet geratificeerd, zodat het momenteel nog niet van kracht is. Dit kan pas nadat de drie gewesten er hun instemming mee betuigd hebben. Het Vlaamse gewest heeft het Verdrag van Helsinki goedgekeurd op 06/02/2002, bekrachtigd op 01/03/2002 en deze beslissing gepubliceerd in het Belgische Staatsblad van 12/04/2002. Verdrag van AarhusOp 30 oktober 2001 trad het Verdrag van Aarhus in werking. Naast het Europese niveau wordt ook op Vlaams niveau gewerkt om het Verdrag van Aarhus om te zetten in Vlaamse regelgeving. Er is reeds een ontwerpdecreet voorhanden betreffende de openbaarheid van bestuur ter implementatie van de eerste pijler van het Verdrag (toegang van de burger tot milieu-informatie) en de Europese richtlijn met betrekking tot toegang van de burger tot milieu-informatie. Doel van het onderzoekDe in “Situering van het onderzoek” besproken wetgeving schept een regelgevend kader waarin er duidelijke aandacht besteed wordt aan de openbaarheid van de veiligheidsrapportage. Het doel van deze studie is een onderzoek te voeren naar de wijze waarop die openbaarheid momenteel behandeld wordt en in de toekomst zal behandeld kunnen worden in Vlaanderen. Deze studie dient ook concrete richtlijnen op te leveren die de koppeling van actieve openbaarheid en veiligheidsrapportage in het Vlaamse beleid gestalte zal geven.
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||