Sla navigatie over
Departement Leefmilieu, Natuur en Energie
home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information
  Thema's  
     
  Campagnes  
     
  Doelgroepen  
     
  Over onze organisatie  
     
U bent hier: www.lne.be Thema's Regelgeving Uitvoering van de Europese Dienstenrichtlijn: een uitdaging voor het beleidsdomein!

Uitvoering van de Europese Dienstenrichtlijn: een uitdaging voor het beleidsdomein!

— gearchiveerd onder: ,

Eind vorig jaar werd de Europese Dienstenrichtlijn aangenomen. De richtlijn schept een juridisch kader om juridische en administratieve belemmeringen van het vrije verkeer van diensten weg te werken. Zij heeft een belangrijke impact op het beleidsdomein.

De Vlaamse overheid legt momenteel immers allerlei verplichtingen op om de toegang en kwaliteit van een aantal essentieel geachte diensten te garanderen (bv. levering van drinkwater en elektriciteit), en heeft tegelijkertijd een hele regelgeving uitgevaardigd om de leefmilieu-impact van een aantal andere diensten te beperken (bv. wasserijen, garages, luchthavens en discotheken). Zuiver economisch gezien vormen dergelijke eisen een belemmering op het vrije dienstenverkeer. In andere gevallen wordt de toegang tot en de uitoefening van een bepaalde dienstactiviteit uitdrukkelijk gereglementeerd om de kwaliteit ervan voor omwonenden, derden en het leefmilieu te verzekeren, of omdat de overheid gevolgen verbindt aan de resultaten ervan. Het gaat hier om een hele reeks erkenningsregelingen waarvan het beleidsdomein zich royaal heeft bediend (bv. erkende energiedeskundigen, bodemsaneringsdeskundigen en laboratoria voor wateranalyses). Al deze regelingen worden nu in – meer of mindere mate – door de Dienstenrichtlijn geviseerd.

De Dienstenrichtlijn bevat inderdaad een aantal uiteenlopende en vrij ingrijpende verplichtingen. We schetsen hieronder de drie belangrijkste.

Screening

In de eerste plaats moet het beleidsdomein nagaan welke eisen het stelt aan de toegang of de uitoefening van dienstenactiviteiten. Vervolgens moet worden onderzocht of deze eisen te verantwoorden zijn in het licht van de dienstenrichtlijn: zo moet o.m. worden nagegaan of ze niet-discriminerend, noodzakelijk en evenredig zijn. Als dat niet het geval is, moeten ze worden afgeschaft of vervangen door minder beperkende maatregelen. Van deze screening moet dan weer verslag worden uitgebracht aan de Europese Commissie, die dit verslag ter beoordeling voorlegt aan de andere lidstaten en aan belanghebbenden (de zgn. wederzijdse beoordeling).

Voor de verschillende erkenningen van milieudienstverleners zal zo moeten worden nagegaan of ze niet moeten worden afgeschaft of vervangen door een minder beperkende maatregel. In elk geval moeten de erkenningsvoorwaarden en –procedures in de toekomst eenvoudiger, transparanter en objectiever worden.

Eén loket

In de tweede plaats voorziet de Dienstenrichtlijn in een ambitieus programma van administratieve vereenvoudiging en modernisering. Zo moeten alle procedures en formaliteiten die nodig zijn voor de toegang of uitoefening van een dienstenactiviteit worden vereenvoudigd, ze moeten duidelijk worden uitgelegd (informatieverplichting) en ze moeten eenvoudig, vanop afstand en elektronisch toegankelijk zijn en kunnen worden afgewikkeld, via een één-loket.

De ervaring - ook binnen het beleidsdomein - leert dat het opzetten van dergelijke elektronische loketten vaak tijdrovender, energie- en geldverslindender is dan aanvankelijk gedacht werd. Het één-loket is bovendien vrij omvattend. Zo moeten immers niet enkel de hiervoor besproken erkenningen volledig via het één-loket kunnen worden afgehandeld (evenals alle subprocedures), maar moeten de dienstverleners ook alle verklaringen en kennisgevingen langs deze weg kunnen doen. Volgens de Europese Commissie moet zelfs de milieuvergunning langs het één-loket kunnen worden aangevraagd en afgehandeld.

Samenwerking tussen de lidstaten

Ten derde voorziet de Dienstenrichtlijn een uitgebreide regeling voor administratieve samenwerking tussen de lidstaten door wederzijdse bijstand, gegevensuitwisseling en toezichtsverplichtingen. Zo moet een lidstaat alle andere lidstaten onverwijld in kennis stellen van activiteiten van een dienstverrichter die ernstige schade aan de gezondheid of veiligheid van de mens of het milieu kunnen veroorzaken. De administratieve samenwerking zal cruciaal zijn voor de goede werking van de Dienstenrichtlijn, maar is ook los hiervan een belangrijke vernieuwing en opportuniteit. Het opzetten ervan zal echter een uitzonderlijke inspanning van de lidstaten en de Commissie vergen, omdat er op dit terrein nog geen traditie van onderlinge samenwerking bestaat en de ervaring leert dat zij doorgaans eerder problematisch verloopt.

Samengevat: de uitdaging is groot, de beschikbare tijd kort. De Dienstenrichtlijn moet al omgezet en uitgevoerd zijn tegen eind 2009. De omzettingsverplichting is niet enkel omvangrijk, maar ligt bij momenten ook heel gevoelig. Zo worden bestaande en algemeen toegepaste instrumenten van onze milieuregelgeving in vraag gesteld. Wordt dus ongetwijfeld vervolgd...

Dries Van Eeckhoutte is juridisch beleidsmedewerker bij de afdeling Internationaal Milieubeleid