Het Milieuschadedecreet vormt de omzetting voor het Vlaamse Gewest van de Europese Richtlijn betreffende milieuaansprakelijkheid voor het voorkomen en herstellen van milieuschade. Deze richtlijn Milieuschade is gebaseerd op het beginsel dat de vervuiler betaalt. Exploitanten zullen milieuschade dus zelf moeten vergoeden. Op die manier worden zij aangespoord om maatregelen te nemen en duurzame praktijken te ontwikkelen om het risico op milieuschade te beperken.
Toepassingsgebied
Het Milieuschadedecreet is van toepassing op milieuschade en op de onmiddellijke dreiging van milieuschade veroorzaakt door bepaalde, in een bijlage vermelde, milieugevaarlijke beroepsactiviteiten, en dit ongeacht het feit of er fouten werden begaan. Daarnaast heeft het Milieuschadedecreet ook betrekking op schade aan beschermde soorten en natuurlijke habitats veroorzaakt door andere beroepsactiviteiten, op voorwaarde dat kan worden aangetoond dat de exploitant in gebreke is gebleven of nalatig is geweest. Het Milieuschadedecreet geldt niet voor historische verontreiniging, maar betreft enkel milieuschade die zich na 30 april 2007 voordeed of zal voordoen. Schade wordt omschreven als “een meetbare ongunstige verandering in een natuurlijke rijkdom of een meetbare aantasting van een ecosysteemfunctie, die direct of indirect optreedt”. De natuurlijke rijkdommen zijn de beschermde soorten en de natuurlijke habitats, het water en de bodem. Om dit te concretiseren wordt verwezen naar begrippen en bepalingen uit het Decreet Natuurbehoud en het Decreet Integrale Bepalingen Waterbeleid.
Het Milieuschadedecreet is enkel van toepassing op aanmerkelijke, significante schade. Of milieuschade aanmerkelijk is, wordt beoordeeld aan de hand van in het ontwerp van milieuschadedecreet opgenomen criteria, zoals de zeldzaamheid en het regeneratievermogen van een soort, de oppervlakte van een habitat en de natuurlijke schommelingen.
Het eerste luik van het Milieuschadedecreet handelt over het voorkomen van milieuschade. Wanneer zich nog geen milieuschade heeft voorgedaan, maar er een onmiddellijke dreiging bestaat dat zich in de nabije toekomst milieuschade zal voordoen, moet de exploitant zelfstandig en onverwijld de nodige preventieve maatregelen nemen om schade te voorkomen of te beperken.
Herstelmaatregelen
Het tweede luik betreft het herstellen van milieuschade. Doet zich toch milieuschade voor, dan is de exploitant gehouden de bevoegde instantie hiervan op de hoogte te brengen en de nodige herstelactie te ondernemen en de beschadigde natuurlijke rijkdommen terug tot de referentietoestand te brengen.
Er zijn drie mogelijke types herstelmaatregelen:
• primaire herstelmaatregelen voor de beschadigde natuurlijke rijkdommen zelf;
• complementaire herstelmaatregelen op een andere locatie in de buurt;
• compenserende herstelmaatregelen die gericht zijn op de compensatie voor tussentijdse verliezen in afwachting van natuurlijke regeneratie.
De exploitant is diegene die een beroepsactiviteit regelt of verricht, of een doorslaggevende economische zeggenschap heeft over het technisch functioneren van de activiteit. Het betreft ook de vergunninghouder of diegene die de activiteit laat registreren, of er kennisgeving van doet. Activiteiten van particulieren vallen niet onder het toepassingsgebied.
Naast de verplichting tot het nemen van preventieve maatregelen en herstelmaatregelen, is de exploitant die de milieuschade of de onmiddellijke dreiging daarop veroorzaakt, in principe verplicht de kosten van deze maatregelen te dragen (de vervuiler betaalt).
Verweer
Het Milieuschadedecreet voorziet een aantal uitzonderingen en verweermiddelen, die gerechtvaardigd worden door de noodzaak rechtszekerheid te bieden en de mogelijkheden tot innovatie te vrijwaren. Bodemschade blijft onder het Bodemdecreet vallen.
Daarnaast beschikt de exploitant over een aantal verweermiddelen. De exploitant is niet verplicht de kosten te dragen wanneer hij kan bewijzen dat:
• de schade is veroorzaakt door een derde, ondanks het feit dat passende veiligheidsmaatregelen waren getroffen;
• de schade het gevolg is van de opvolging van een dwingende opdracht of instructie van een overheidsinstantie.
Het Milieuschadedecreet maakt ook gebruik van de door de richtlijn Milieuschade geboden mogelijkheid om de zogenaamde ‘permit defence’ en ‘state of the art defence’ op te nemen. Zo is de exploitant niet verplicht de kosten van de herstelmaatregelen te dragen wanneer hij erin slaagt aan te tonen dat hij niet nalatig was en:
• de milieuschade werd veroorzaakt door een emissie of gebeurtenis die uitdrukkelijk is toegestaan op grond van, en geheel in overeenstemming is met de voorwaarden van een vergunning;
• de activiteit op het ogenblik dat die plaatsvond volgens de stand van de wetenschappelijke en technologische kennis niet als schadelijk werd beschouwd.
In dergelijke omstandigheden blijft de exploitant verplicht de nodige maatregelen te nemen, maar kan hij een beroep doen op het Mina-fonds om de gemaakte kosten terugbetaald te krijgen.
Uitvoering
Het Milieuschadedecreet duidt het departement LNE aan als bevoegde instantie die in beginsel verantwoordelijk is voor de uitvoering van de taken waarin de richtlijn voorziet. Het is wel mogelijk dat bepaalde taken aan het Agentschap Natuur en Bos (ANB), de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) of de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) of andere overheidsinstanties worden opgedragen of gedelegeerd.
Organisaties die opkomen voor het algemene belang, zoals niet-gouvernementele milieuorganisaties (milieu-ngo’s), die aan bepaalde wettelijke voorwaarden voldoen, evenals particulieren die schade hebben ondervonden, kunnen de bevoegde instantie verzoeken passende maatregelen te treffen. Wanneer dit verzoek aannemelijk maakt dat er milieuschade bestaat, is die instantie verplicht daar binnen een redelijke termijn gemotiveerd op te antwoorden. Voorts kan dit belanghebbende publiek tegen de beslissing of het stilzitten van de bevoegde instantie beroep instellen. Dit maakt het voor het brede publiek mogelijk toezicht en invloed uit te oefenen op de bevoegde instantie.
Het Milieuschadedecreet vraagt ook het nodige te doen om de ontwikkeling van financiële zekerheidsproducten aan te moedigen, zodat exploitanten van milieugevaarlijke activiteiten over financiële garanties beschikken om hun verantwoordelijkheden na te komen. Zonder aangepaste financiële zekerheid is er immers een risico op insolventie en bestaat het gevaar dat in de praktijk de doelstelling van het Milieuschadedecreet niet wordt bereikt. Om hier aan te voldoen wordt er overleg met de banken en verzekeraars gepleegd.
Voor meer info:
Zie www.vlaamsparlement.be of www.milieuschade.be of contacteer Hannes DESCAMPS (hannes.descamps@lne.vlaanderen.be; 02 553 79 12), Jurist-Beleidsmedewerker afdeling Internationaal Milieubeleid.
Hannes DESCAMPS is jurist-beleidsmedewerke bij de afdeling Internationaal Milieubeleid