|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Het Grinddecreet
Inleiding
Met het grinddecreet van 14 juli 1993 heeft de Vlaamse regering het kader geschapen, waarbinnen de grindwinning in Limburg enerzijds en de daarmee gepaard gaande gevolgen anderzijds, globaal worden geregeld. Dit geheel van maatregelen, waarbij de mogelijkheden voor verdere grindwinning vrij strikt werden afgebakend, zijn het gevolg van de beslissing van de Vlaamse regering (augustus 1990) om te opteren voor een afbouwend grindwinningscenario, waarbij de grindwinning na 2005 in de provincie Limburg wordt beëindigd. Er werd toen gesteld dat het economisch surplus van grindwinning, die voor de regio als gering werd bestempeld, niet opwoog tegen de in de regio toegebrachte ecologische schade. De vooropgestelde afbouwperiode van ca 15 jaar werd geacht voldoende te zijn om enerzijds de betrokken sector toe te laten zich aan dit perspectief aan te passen en anderzijds het zoeken naar alternatieven voor het grindgebruik te concretiseren. Op basis van geologische informatie kan gesteld worden dat er in Limburg ruim 3 miljard m³ grindpakket (verhoudingsgewijs 1/3 berggrind, 2/3 valleigrind) in de ondergrond aanwezig is, waarvan zo'n 240 miljoen m³ werd ontgonnen (verhoudingsgewijs 1/4 berggrind en 3/4 valleigrind). Zuiver statistisch gezien heeft men dus totnogtoe slechts ca 7,8 % van de geologische mogelijkheden benut. De grindproblematiek heeft dus duidelijk niet te maken met een tekort aan grondstof. Bijsturing van het grinddecreetOm de essentie van het grinddecreet te realiseren, drongen bepaalde decretale wijzigingen zich op aan het basisdecreet van 14 juli 1993. Eind 1998 werden hiervoor initiatieven genomen die er voornamelijk op gericht waren om in de gegeven omstandigheden de uitvoerbaarheid van bepaalde doelstellingen van het decreet in de praktijk mogelijk te maken, zonder daarbij aan de doelstellingen op zich te raken. Dit resulteerde in het wijzigingsdecreet van 6 juli 2001. De wijzigingen die in het wijzigingsdecreet van 6 juli 2001 zijn opgenomen, hebben betrekking op: Een tweede wijziging kwam er met het wijzigingsdecreet van 15 juli 2005. Door de opgelopen vertragingen in het vrijgeven van ontginningsgronden konden de aan de grindsector toegekende quotumtonnen de voorbije jaren niet gerealiseerd worden. Hierdoor werd het onmogelijk om voor de gestelde deadline (1 januari 2006) de globaal vooropgestelde productie van 59,5 miljoen ton valleigrind en 41,4 miljoen ton berggrind, hetgeen als een engagement van de overheid naar de sector toe beschouwd kon worden, te realiseren. Globale evaluatieHet grinddecreet is in wezen de decretale vertaling van een beleidsoptie die in het begin van de jaren negentig werd gekozen op basis van de op dat moment beschikbare gegevens. Men heeft toen geoordeeld dat economische baten van grindontginning niet opwogen tegen de aangerichte schade op ecologisch vlak en de maatschappelijke weerstand in het algemeen. Men ging er ook vanuit dat binnen het vastgestelde tijdsperspectief grind als grondstof vervangen kon worden door substitutiematerialen en het saldo ingevoerd kon worden. De evaluatie van de realisatie van de oorspronkelijke beleidsvisie kan samengevat worden:
ProductiegegevensDe statistieken van de ontgonnen hoeveelheden grind en zand uit het grindpakket tonen duidelijk aan dat zowel voor de valleigrind en de berggrind de ontginningsscenario's, die als basis hebben gediend voor de toekenning van de twee jaarlijks te verdelen productiequotum, in realiteit niet werden gevolgd. De vooropgestelde geleidelijke vermindering van de grindwinning naar het jaar 2006 toe, wordt dus duidelijk niet gerealiseerd. De achterstand werd vooral opgelopen in de periode 1994-1998.
Het gevolg van dit alles is dat in tegenstelling tot de geleidelijke vermindering van het jaarlijks grindwinningniveau er in de praktijk in de beginperiode een drastische terugval van de productie was vast te stellen, terwijl er vanaf 1999 een vermeerdering van de winning heeft plaatsgevonden tot boven het niveau van het afbouwscenario. Wat de valleigrindsector betreft werd er van 1 januari 1994 tot 31 december 2005 54,22 miljoen ton productiequotum gerealiseerd. Binnen het decretale kader dienen er vanaf 1 januari 2006 nog 5.56 miljoen ton gerealiseerd te worden. In de berggrindsector werd er over de beschouwde periode 34,52 miljoen ton productiequotum gerealiseerd en dienen er vanaf 1 januari 2006 nog 6.07 miljoen ton gerealiseerd te worden. De verdere quota realisatie vanaf 2006 wordt gekenmerkt door een uitlopend productieverloop. Dit wordt verklaard doordat het globaal nog beschikbare quotum niet evenredig verdeeld is over de grindwinningsbedrijven. Verschillende bedrijven hebben bij gebrek aan grinden hun acties intussen stopgezet terwijl andere nog 1 à 2 jaar nodig zullen hebben om hun resterende quota te realiseren. De essentie van het grinddecreet
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||